Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.3.1.14 De tweeklank εi
De εi is een ongeronde tweeklank die vooraan in de mond gearticuleerd wordt. Deze klinker komt voor in woorden als:
1akei /kεi/
bmij /mεi/
cfijn /fεin/
dfeit /fεit/
eteil, Tijl /tεil/
De klank wordt op twee manieren gespeld, als ij en ei. Deze twee spellingen komen historisch gezien voort uit verschillende klanken, maar dit verschil wordt in geen enkele Nederlandse standaardvariëteit nog gemaakt. Figuur 1 toont de begin- en eindpositie van εi (met de verglijding weergegeven door de pijl) in het klinkerdiagram.
Figuur 1. Positie van εi in het klinkerdiagram (Bron: Gussenhoven 1992: 47)
Verder lezen
Articulatie
De εi is een ongeronde, stijgende tweeklank die vooraan in de mond wordt gearticuleerd en waarbij de tong van half open naar half gesloten beweegt.
Duur
De εi is fonetisch gezien lang, net als de twee andere echte diftongen œy en ɔu. De absolute duur hangt onder andere af van factoren als spreekstijl en spreeksnelheid. Volgens Van der Harst (2011: 323-324) is de gemiddelde duur van de εi voorafgaand aan respectievelijk een s en een t 230 ms en 201 ms in het Nederlands Nederlands, en 238 ms en 201 ms in het Belgisch Nederlands.
Regionale variatie
De εi wordt voor l centraler uitgesproken en heeft dan een zwakkere mate van verglijding.
Zie Collins & Mees (1984: 117).
In het Belgisch Nederlands en in de zuidelijke variëteiten van het Nederlands Nederlands is de verglijding van εi minder sterk. In het Poldernederlands is de verglijding  sterker en wordt de tweeklank uitgesproken met een opener beginklank (dus ai).
Zie Jacobi (2009).
Akoestische eigenschappen van de tweeklank εi
Tabellen 1 en 2 geven een aantal voorbeeldzinnen met εi in verschillende fonologische contexten voor het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands. Een overzicht van de referentiewaarden voor de eerste en tweede formant (F1 en F2) van de εi in het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands wordt gegeven op Taalportaal .
Tabel 1. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor εi in verschillende fonologische contexten in het Nederlands Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
mei 1991 woordfinaal
hij had een lange reis gemaakt vóór obstruent
in een nieuwe stijl vóór vloeiklank
Tabel 2. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor εi in verschillende fonologische contexten in het Belgisch Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
in mei 1847 woordfinaal
op je reis naar gezondheid vóór obstruent
in Victoriaanse stijl vóór vloeiklank
Fonologische analyse van de tweeklank εi
  • Distinctieve kenmerken
    De distinctieve kenmerken van εi kunnen worden gespecificeerd door de distinctieve kenmerken voor de begin- en eindklank van de diftong apart weer te geven, respectievelijk [–hoog, +laag, –gespannen, –rond, –achter] en [+hoog, –laag, +gespannen, –rond, –achter]. Deze weergave gaat er wel van uit dat de plaatskenmerken voor de begin- en eindklank van de diftong gelijk zijn, maar dit is voor veel sprekers niet het geval.
  • Fonotaxis
    De εi komt niet voor als er een r in dezelfde lettergreep staat (een tautosyllabische r), omdat r een centraliserend effect heeft op de voorafgaande klinker. Dit effect is in strijd met de sluitende beweging die de tong maakt bij de articulatie van εi.
    Zie Booij (1995: 6-7).
    Binnen een lettergreep kan εi niet gevolgd worden door de glijklank w, wellicht omdat de tongpositie bij de eindklank van de diftong (nl. i) veel hoger is dan bij de articulatie van de glijklank w, waarbij de tong zich laag in de mond bevindt.
    Zie (Booij 1995: 7).
Literatuur
Collins & Mees (1984), Gussenhoven (1992), Booij (1995), Adank et al. (2004), Jacobi (2009), Van der Harst (2011).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links