Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.4.5 Het tegenwoordig deelwoord
Verder lezen
1
Het tegenwoordig deelwoord kan worden gebruikt als deel van het gezegde, bijv.:
1Hij is doende.
2Wat is hier gaande?
2
Het tegenwoordig deelwoord kan ook als bepaling bij een werkwoordelijk gezegde gebruikt worden, bijv.:
3Hij komt lopend. (= 'te voet')
4Ze spreekt slissend.
3
Voorts kan het tegenwoordig deelwoord als bepaling van gesteldheid gebruikt worden, bijv.:
5Karel liep lachend weg.
6Zingend kwamen de wandelaars terug.
7Ik heb die molen nog nooit draaiend gezien.
In deze functie kunnen tegenwoordige deelwoorden soms door al voorafgegaan worden (zie hiervoor (19.3.1, sectie 1[3])), bijv.:
8Al doende leert men.
9Al pratend vergaten ze op tijd weg te gaan.
Als (kern van een) beknopte bijzin is het tegenwoordig deelwoord vaak vergezeld van een of meer geïncorporeerde zinsdelen, bijv. een lijdend voorwerp bij een overgankelijk werkwoord. Voorbeelden zijn (vergelijk met 6):
10Marsliederen zingend kwamen de wandelaars terug.
11Uit volle borst marsliederen zingend kwamen de wandelaars terug.
Voor gevallen met de tegenwoordige deelwoorden hebbend(e) en zijnde zie men [17.5.2].
4
Het tegenwoordig deelwoord komt voor in enkele vaste verbindingen (zogenaamde absolute constructies), bijv.:
12Wind/ijs en weder dienende gaan we morgen erop uit.
13Niets meer aan de orde zijnde sloot de voorzitter de vergadering.
14Hangende het onderzoek wordt geen commentaar gegeven.
In zin 14 kan hangende ook als voorzetsel opgevat worden. Dat is ook het geval bij gedurende het gesprek, aangaande uw brief, betreffende deze zaak. Zie daarvoor [9.3.2].
5
Het tegenwoordig deelwoord kan (deel van een) onvolledige zin zijn. Het kan op deze manier alleen gebruikt worden als het werkwoord in een volledig gemaakte zin ook in de vorm van een tegenwoordig deelwoord kan voorkomen (vergelijk (zie 2.4.2, sectie 5) en (zie 2.4.6, sectie 6)), bijv.:
15A: Hoe heb je dat jaar in Amerika doorgebracht? B: (Engels) studerend. (= 'Dat jaar heb ik (Engels) studerend doorgebracht')
Maar niet:
16A: Wat heb je in Amerika gedaan? B: (Engels) studerend.uitgesloten
6
Veel tegenwoordige deelwoorden hebben een overgang doorgemaakt naar de klasse van de adjectieven (zie (6.2.3, sectie 3)), bijv. in zogenaamd indirect gebruik (zie (6.2.4, sectie 1)), zoals in de vallende ziekte , een zittend leven , hangend confectievervoer . Als het tegenwoordig deelwoord als adjectief gebruikt wordt, is het al dan niet voorkomen van een -e afhankelijk van de regels die ook voor het adjectief gelden (zie [6.4.1]).
Vanuit de functie van adjectief is ook de overgang naar het bijwoord begrijpelijk in gevallen als laaiend enthousiast , afnemend buiig (vergelijk [15.3.1.1]) en de overgang naar de substantieven in gevallen als belangstellenden of wachtenden in er zijn nog drie wachtenden voor u (zie (12.3.1.4.i, categorie [1])).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links