Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.10.19 De bepaling van modaliteit
Verder lezen
1
De bepaling van modaliteit geeft een verstands- of gevoelsmodaliteit aan die betrekking kan hebben op een hele zin, een zinsdeel of een zinsdeelstuk. In de volgende voorbeelden heeft de bepaling respectievelijk betrekking op de hele zin en op een zinsdeel (de bepaling van tijd de vorige keer in 2):
1Hoogstwaarschijnlijk komt het nooit meer goed.
2Ik heb de vorige keer al gezegd dat ik hier geen voorstander van ben.
Voor het begrip modaliteit en de daarbij te onderscheiden categorieën zie men [28.1] en [28.2].
2
De bepaling van modaliteit kan uitgedrukt worden door de volgende taalelementen.
  1. Bijwoordelijke constituenten, bijv.:
    3Hopelijk heeft zich niemand bezeerd.
    4Hij heeft het vermoedelijk niet gedaan.
    5Ongelukkigerwijs heeft ze bij het skiën haar enkel verstuikt.
    6Ze is nu gelukkig weer helemaal beter.
    7Weet u soms waar ik mijn tas neergezet heb?
    8Schijnbaar is hij volkomen ongeïnteresseerd, maar in werkelijkheid ontgaat hem weinig.
    9Wieweet rijdt er zo laat nog een trein.
    Een bijzondere categorie vormen de oordeelspartikels, die verder onder te verdelen zijn in focuspartikels, zoals al , alleen (maar) , juist, nog, ook , pas, slechts en zelfs , en schakeringspartikels, zoals dan , eens , even , maar en toch (zie verder(8.3.2, categorie [8])). Hieronder volgen ter illustratie enkele voorbeelden van het gebruik van een aantal van deze partikels:
    • focuspartikels:
      10Hij is al niet zo jong meer.
      11Ik heb nu al een uur gewacht.
      12Is het al drie uur?
      13Ik heb alleen (maar) een bróer, zussen heb ik niet.
      14Ik heb maar/slechts één broer.
      15Het is pas kwart voor drie.
      16Hij is pas vijftig, dat is nog niet zo oud.
      17Dat is pas een origineel idee!
      18Juist zo'n man kun je hier niet missen.
      19Zelfs de veldwachter kon zijn lachen niet houden.
      20Zelfs in bad is Dick bezig met generatieve grammatica.
    • schakeringspartikels:
      21Had dat dan eerder gezegd!
      22Was hij maar hier!
      23Hij bleef maar doorwerken.
      24Gaat u toch zitten!
      25Waarom klaag je erover dat je maar een zes had: je bent toch geslaagd?
  2. Voorzetselconstituenten;
    De voornaamste voorzetsels zijn:
    bij in naar en volgens
    Meestal gaat het hier om bepalingen die een subcategorie vormen van de (on) zekerheidsmodaliteiten (zie [28.2.3.2]), waarbij het beweerde afhankelijk gesteld wordt van de mening, de kennis, enz. van de spreker. Dergelijke bepalingen kunnen ook opgevat worden als bepaling van beperking. Voorbeelden:
    26Bij mijn weten is dit nog niet eerder vertoond.
    27Vrouwen moeten in mijn opvatting dezelfde rechten hebben als mannen.
    28Naar onze stellige overtuiging zal Bram het wel halen.
    29Volgens de laatste berichten is de toestand in het Midden-Oosten er bepaald niet beter op geworden.
    30Naar alle waarschijnlijkheid zal de werkloosheid nog toenemen.
  3. De groepen mijns/uws/zijns/haars/onzes/huns inziens en archaïsche varianten als mijns bedenkens en zijns oordeels;
    Voor de betekenis geldt hetzelfde als wat bij [b] gezegd is. Een voorbeeld:
    31Mijns inziens had hij die functie nooit moeten krijgen.
  4. Bijzinnen van modaliteit;
    Deze worden ingeleid door het voegwoord naar. Een voorbeeld is:
    32Naar het schijnt doet ze het erg goed op school.
  5. Interjecties;
    Deze geven vrijwel altijd uitdrukking aan een gevoelsmodaliteit, bijv.:
    33Verdorie, er is weer niets op tv.
    34Nergens aankomen, hoor!
    35Joepie, het is weekend!
    In een uitzonderlijk geval kan er met een interjectie ook onzekerheid worden uitgedrukt:
    36Caroline is in Amerika, ?
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links