Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.2.5 Morfeemstructuurcondities
Morfeemstructuurcondities (MSC’s) zijn beperkingen op de combinatie van klanken binnen morfemen. Het zijn dus geen beperkingen op een prosodische constituent, maar beperkingen met het morfeem als domein. Een voorbeeld hiervan is de eis dat lexicale morfemen altijd minstens één volle vocaal moeten bevatten, terwijl grammaticale morfemen de sjwa, of zelfs helemaal geen klinker kunnen bevatten (zie 1.2.5.1).
Een andere morfeemstructuurconditie van het Nederlands is de beperking dat clusters van obstruenten binnen een morfeem altijd stemloos zijn.  Uitzonderingen hierop zijn eigennamen als Egbert ɛɣbərt en Bagdad bɑɣdɑt, en leenwoorden als labda lɑbda en Mazda mɑzda (zie 1.2.1.7). In gelede woorden is deze beperking niet van toepassing. Verledentijdsvormen van werkwoorden, met een stam die eindigt op een stemhebbende obstruent hebben -de als verledentijdssuffix, en zo worden stemhebbende clusters gecreëerd in dit type gelede woorden:
Tabel 1. Stemhebbende obstruentclusters in verledentijdsvormen
bd ebde, tobde
vd beloofde, zeefde
zd raasde, verhuisde
gd knaagde, zaagde
Lexicale morfemen die leenwoorden zijn, zoals labda, vormen uitzonderingen, en illustreren daarmee dat morfeemstructuurcondities geen absolute beperkingen op uitspreekbaarheid zijn, maar tendenties in de klankopbouw van morfemen weergeven.
Een ander voorbeeld van een morfeemstructuurconditie is de zogenaamde VZ-beperking, de tendens dat na een ongespannen klinker een niet-velaire fricatief stemloos is (f, s), maar stemhebbend (v, z) na een gespannen klinker:
Zie Booij (2011: 2063).
Tabel 2. VZ-beperking
na ongespannen klinker na gespannen klinker uitgesloten
effen ɛfən even evən ɛvən, efən
dissel dιsəl vezel vezəl ɛzəl, esəl
Deze generalisatie kent echter uitzonderingen. Leenwoorden met een ongespannen klinker gevolgd door z zijn mazzel, puzzel en razzia.
Veel sprekers van het Nederlands gebruiken dan ook de fonetische vorm pyzəl.
Ook treedt een gespannen klinker op voor f in woorden als oefen en wafel.
De VZ- beperking is ook zichtbaar in het patroon van alternanties dat je vindt in de enkel- en meervoudsvormen van woorden met morfeem-finale niet-velaire fricatieven en in afgeleide woorden:
Tabel 3. VZ-beperking en klinkeralternanties
enkelvoud meervoud afgeleid woord
glas ɣlɑs glazen ɣlazən (*glɑzen) glazig, glazuur
kaas kas kazen kazən (*kasən) verkazen
kas kɑs kassen kɑsən (*kɑzən) kassier
graaf ɣraf graven ɣravən (*grafən) grafelijk, gravin
hof hɔf hoven hovən (*hɔven) hoffelijk, hovenier
stof stɔf stoffen stɔfən (*stɔven) stoffelijk
gaf ɣɑf gaven ɣavən (*ɣɑfən) gave, gever
We zien hier dat met de wisseling ongespannen/gespannen klinker de wisseling stemloze/stemhebbende fricatief correleert. Ook hier zijn er uitzonderingen zoals graaf-grafen (een term uit de wiskunde), en de merknaam Bose.
Na tweeklanken zien we niet de beperking die geldt na gespannen klinkers: na een tweeklank kunnen zowel f, s als v, z  optreden; vergelijk kous/kousen, luis/luizen; eis/eisen, rijs/rijzen; luifel, zuivel, ruif/ruiven; twijfel, blijf/blijven.
Morfeemstructuurcondities voor onderliggende vormen?
Verdieping
Morfeemstructuurcondities voor onderliggende vormen?
De correlatie tussen de (on)gespannenheid van de klinker en de stemhebbendheid of stemloosheid van de fricatief kan worden verantwoord als we morfeemstructuurcondities aannemen voor onderliggende vormen, inclusief de twee allomorfen van een woord als glas:
ikaas /kaz/, kas /kɑs/, glas /ɣlɑs/, glaz- /ɣlaz/
De VZ-beperking kan als volgt worden geformuleerd:
VZ-beperking In een morfeem is een niet-velaire wrijfklank stemloos (f, s) na een ongespannen klinker, en stemhebbend (v, z) na een gespannen klinker.
De onderliggende vormen in (i) voldoen alle aan de VZ-beperking. Omdat de klinkeralternantie in woordparen als glas-glazen niet productief is, en slechts voor een beperkt aantal woorden geldt, moeten de twee allomorfen van het woord glas beide in het lexicon worden opgenomen.
Er zijn meer voorbeelden van morfeemstructuurcondities die alleen gelden op het niveau van de onderliggende vorm. Zo hebben we wel morfemen die op -Vmp eindigen (demp, ramp, klomp), maar geen woorden die op -Vmb eindigen (*demb, ramb, klomb). Morfemen eindigend op b zouden uiteraard als woord uitgesproken worden met een slot-p, en dus fonetisch probleemloos zijn, maar de implicatie van deze beperking is dat er geen alternanties zijn van het type Vmp -Vmbən. Een ander voorbeeld is dat we geen morfemen vinden die in hun onderliggende vorm eindigen op een gespannen klinker + b. Uitzonderingen hierop zijn de slotlettergrepen in leenwoorden als aëroob en xenofoob.
In plaats van morfeemstructuurcondities die gelden voor onderliggende vormen van morfemen kan dit type generalisatie ook worden uitgedrukt door een schema dat een systematische correspondentie in klankvorm tussen woorden beschrijft. Het ontbreken van alternanties als demp/demben wordt dan uitgedrukt door een schema dat de correspondentie tussen de twee typen woorden beschrijft:
ii[xVmp] ≈ [xVmpən]
(x is een variabele voor klanken, V is een variabele voor klinkers; het symbool ≈ staat voor ‘corresponderend met’).
Zie Booij (2011).
Schema (ii) drukt uit dat met enkelvoudsvormen eindigend op een klankreeks van het type  Vmp meervoudsvormen corresponderen die uitgaan op de klankreeks Vmp gevolgd door het suffix -en.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links