Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.3.3.2 Deelwoorden op de eerste zinsplaats
Verder lezen
1
Voorbeelden met vooropgeplaatste deelwoorden zijn de (b) -zinnen uit de volgende reeks:
1a(De hele week al hebben studenten uit Gent en Leuven protestacties gevoerd tegen de bezuinigingsvoorstellen.) Vandaag |werd| voor het eerst ook door studenten van de Brusselse universiteit |geprotesteerd. |
b(De hele week al hebben studenten uit Gent en Leuven protestacties gevoerd tegen de bezuinigingsvoorstellen.) Geprotesteerd |werd| vandaag voor het eerst ook door studenten van de Brusselse universiteit.
2a(Jan had beloofd dat hij al onze fietsen nog dit weekeinde zou herstellen, maar wat dacht je?) Hij |heeft| natuurlijk alleen z'n eigen fiets |hersteld. |
b(Jan had beloofd dat hij al onze fietsen nog dit weekeinde zou herstellen, maar wat dacht je?) Hersteld |heeft| hij natuurlijk alleen z'n eigen fiets.
3a(Het Oosterscheldegebied is rijk aan voedsel.) Er |wordt| niet alleen |geoogst| door de talloze dieren in de Oosterschelde, er |wordt| ook |geoogst| door bijvoorbeeld mossel- en oestertelers.
b(Het Oosterscheldegebied is rijk aan voedsel.) Geoogst |wordt| er niet alleen door de talloze dieren in de Oosterschelde, geoogst |wordt| er ook door bijvoorbeeld mossel- en oestertelers.
4a(Er is wel veel gepraat, maar) er |is| uiteindelijk niets |besloten. |
b(Er is wel veel gepraat, maar) besloten |is| er uiteindelijk niets.
5a(We schrijven elkaar wel vaak, maar) we |hebben| elkaar al lang niet meer |gezien. |
b(We schrijven elkaar wel vaak, maar) gezien |hebben| we elkaar al lang niet meer.
6a(Ik kan me niet voorstellen dat hij nu niet de waarheid zou vertellen.) Hij |heeft| tegen mij nog nooit |gelogen. |
b(Ik kan me niet voorstellen dat hij nu niet de waarheid zou vertellen.) Gelogen |heeft| hij tegen mij nog nooit.
Men kan in de (b) -zinnen een louter stilistische variant zien van hun pendanten met het deelwoord achteraan, maar vooropplaatsing van het deelwoord kan het informatief belangrijkste element vaak (nog) beter laten uitkomen, doordat dat element nu helemaal aan het eind van het middenstuk staat.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Hetzelfde effect kan soms ook bereikt worden door een informatief belangrijk element achter de tweede pool, dus op de laatste zinsplaats te zetten; zie bijv. de door -bepaling in 3. Inzoverre lijkt er geen duidelijk informatief en communicatief verschil te bestaan tussen de volgordevarianten 3a en 3b. Achteropplaatsing van de door -bepaling is ook een mogelijke variant bij voorbeeld 1. Zie voor een en ander [21·7·1] en [21·7·2·2].
In het volgende voorbeeld is een andere dan de gegeven volgorde zelfs niet goed mogelijk:
7(U hoort nogmaals het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink.) Uitgevoerd |wordt| het pianoconcert nr. 1 in g, opus 25, van Mendelssohn.
De constructie met een deelwoord op de eerste zinsplaats kan ook gebruikt worden als het hulpwerkwoord - dat in de eerste pool staat - als informatief belangrijk element voorgesteld moet worden, bijv.:
8Gelogen |héb| je, (dat weet ik wel zeker.)
9(Ze zeiden wel dat ze zouden komen, maar) gezien |hébben| we ze niet.
In al deze zinnen is het deelwoord gemakkelijk vooropplaatsbaar omdat het werkwoord hetzij (al dan niet letterlijk) direct aansluit bij de voorafgaande zin (zie bijv. 1b en 2b), of anderszins als bekend verondersteld kan worden, hetzij als een min of meer voor de hand liggend vervolg (zie bijv. 3b en 7) of een logische oppositie (zie 4b, 5b en 6b) kan gelden. In zin 4b bijv. kan zodoende duidelijker tot uitdrukking gebracht worden dat de oppositie tussen niets en veel (in de eerste deelzin) informatief het belangrijkst is, en niet die tussen de beide werkwoorden, wat in 4a meer voor de hand ligt.
2
Vooral in journalistiek taalgebruik kan men veelvuldig gevallen aantreffen als de volgende:
10Aangenomen |wordt| dat de voorzitter ontvoerd is.
11Gewezen |werd| op de eis tot onmiddellijke intrekking van het besluit.
12Verondersteld |werd| dat het uitblijven van de grote aanval op Phnom Penh samenhing met onzekerheid over de reactie van de Verenigde Staten.
13Gedacht |wordt| aan een verhoging van de olieprijs met 10 dollar per barrel.
14Verwacht |wordt| dat de prijzen voor koffie en thee eind deze maand verder de hoogte in zullen gaan.
15Gevreesd |werd| dat door deze verbreding van de strook land onder hun gezag de Pathet Lao en de Noordvietnamezen in staat zouden zijn een nieuw, meer westelijk gelegen, netwerk van paden en wegen aan te leggen.
16Gesuggereerd |werd| dat hij veel vertrouwen kan winnen door zelf het initiatief te nemen en de sjah te vragen voor goed weg te blijven.
Het gaat steeds om passieve, onpersoonlijke constructies die te omschrijven zijn met 'men neemt aan...'enz. Als het onderwerp uitgedrukt wordt, bestaat het uit een dat-zin. Deze constructies vormen een equivalent van zinnen die met er beginnen (er wordt aangenomen dat..., enz.). De genoemde constructies maken het tevens mogelijk om in overeenstemming met het complexiteitsprincipe (zie [21·1·3/2]) 'zwaardere' zinsdelen helemaal aan het einde te plaatsen.
3
Vooropplaatsing van een deelwoord kan ook als middel gebruikt worden om dat deelwoord juist als het informatief belangrijkste element voor te stellen. Dat is bijv. het geval in een correctiezin zoals 17 of een zin die een ander soort tegenstelling uitdrukt zoals 18:
17Gezíen |heb| ik dat kind (, niet gehóórd.)
18Gelógen |heb| je in plaats van de waarheid te vertellen.
In dit soort gevallen ligt er een sterk nadruksaccent op het deelwoord.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links