Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
9.5.2 Kunnen voornaamwoordelijke bijwoorden naar personen verwijzen?
In (1) vinden we adposities met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement. Die voornaamwoordelijke bijwoorden, zoals er en daar, worden gebruikt als het complement van de adpositie niet naar een persoon verwijst, maar naar een 'ding'. Een ding wordt hier breed opgevat: zo verwijst er in (1a) naar soep, daar in (1b) naar kringloopwinkels, waar in (1c) naar een paard en hier in (1d) naar de bevinding dat veelvuldig koppen tot schade leidt aan het brein.
1aServeer de soep met de uitgebakken spekjes en fijngeknipte bieslook eroverheen.
bIk ga heel vaak shoppen in kringloopwinkels: al mijn lampen komen daarvandaan, en mijn servies.
c[G]elukkig is er nog Jolly Jumper, het paard waarmee [Lucky Luke ...] de prairie doorkruist.
dUit diverse onderzoeken blijkt dat veelvuldig koppen tot schade leidt aan het brein. Definitief wetenschappelijk bewijs hiervoor is echter moeilijk te geven.
Anders dan in andere talen is het in het Nederlands niet goed mogelijk om een voornaamwoord te gebruiken voor 'dingen', als complement van een voorzetsel of omzetsel. In (1a) kunnen we eroverheen bijvoorbeeld niet vervangen door over die heen, dus een omzetsel met een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord, noch kunnen we daarvandaan in (1b) vervangen door uit die. Wel kunnen Nederlandse adposities een voornaamwoord als complement hebben als dat voornaamwoord naar een persoon verwijst. Denk bijvoorbeeld aan met jou, tussen hen in en ten aanzien van wie.
Nu is het ook weer niet zo dat voornaamwoordelijke bijwoorden alléén maar naar 'dingen' kunnen verwijzen. Zeker het betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord waar wordt regelmatig gebruikt om te verwijzen naar een persoon. In mindere mate zien we dit gebruik ook wel bij daar en er.
Zo vinden we naast bijvoorbeeld iemand met wie, zoals in (2a), ook iemand waarmee, zoals in (2b). Dat gebruik is al eeuwen gangbaar in het Nederlands en er wordt ook al net zo lang bezwaar tegen gemaakt. Tegenwoordig echter worden beide vormen als correct gezien , met de kanttekening dat een verwijzing naar een persoon door middel van waar voornamelijk in informele taal voorkomt.
2aIk kan niet oordelen over iemand met wie ik medelijden heb.
bDe sfeer is ontspannen en gemoedelijk en meestal is er iemand waarmee je een glas wijn kunt drinken. informeel Deze vorm wordt als informeel beschouwd. informeel
Verder lezen
Ook in (3)-(5) zien we voorbeelden van het betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord waar dat verwijst naar een of meer personen: mensen in (3b), de uit Zuidwolde afkomstige vrouw in (4b) en een jongen, namelijk Benny, in (5b). Hoewel dat gebruik wordt gezien als informeel, komen deze voorbeelden wel uit kranten.
3aWe willen horen bij de mensen op wie we lijken.
!bEr zijn mensen waarop je niet boos moet worden.
4aLizzy ontwaakt naast een vrouw van wie ze wenst dat ze eeuwig zou blijven slapen.
!bDe uit Zuidwolde afkomstige vrouw, waarvan vanmorgen de leeftijd nog niet bekend was, reed op haar fiets over de Meppelerweg.
5aMathieu (11) was tot voor kort geen jongen over wie de andere kinderen het hadden.
!bHet gesprek komt op Benny, een jongen waarover Herman Van Veen al veertig jaar vertelt.
In (6)-(8) vinden we voorbeelden waarin daar verwijst naar personen: twee ambtenaren in (6b), de ergsten in (7b) en 21 goede mensen in (8b). In (8c), tot slot, zien we een voorbeeld waarin er naar personen verwijst, namelijk politici. Dit gebruik van daar, en helemaal van er, komt minder voor dan dat met waar. Het is gebruikelijker, zeker in niet-informele situaties, om dan een persoonlijk voornaamwoord te gebruiken, zie met hen in (6a) en (7a) en op hen in (8a).
6aIk heb arme mensen gekend en geholpen. Ik heb ook veel met hen gesproken.
!bIn Nederland zijn er twee ambtenaren die over de software-richtlijn gaan. Daar hebben we tientallen malen mee gesproken.
7aZe roepen en tieren, maar uiteindelijk kan je weinig met hen aanvangen.
!b[D]at zootje ongeregeld daar, dat zijn de ergsten, daar valt niets mee aan te vangen.
8aIedereen dacht dat de communisten zouden uitsterven, aangezien vooral oude mensen op hen stemmen.
!bLaten we 21 goede mensen zoeken tussen het geheel en daarop stemmen.
!cVan de twintig opgegeven namen noemden de ondervraagden gemiddeld 7,1 politici van wie ze zich kunnen inbeelden dat ze erop stemmen.
Het vragend voornaamwoordelijk bijwoord waar, ten slotte, kan niet gebruikt worden om naar een persoon te verwijzen. Daarvoor is het vragend voornaamwoord wie nodig, zoals in (9) en (10) hieronder:
9aEr wordt overgeschakeld naar 'onze correspondent Robin Ramaekers'. Pardon? Naar wie?
bEr wordt overgeschakeld naar 'onze correspondent Robin Ramaekers'. Pardon? Waarnaar?uitgesloten
10a,,Zeg, hoe is het met haar eigenlijk?'' ,,Met wie?'' ,,Met die Gerda.''
b,,Zeg, hoe is het met haar eigenlijk?'' ,,Waarmee?'' ,,Met die Gerda.''uitgesloten
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Maaike Beliën januari 2021
    Interessante links