Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.2.1.5 Beperkingen op de coda van een lettergreep
Stemhebbende obstruenten komen niet voor aan het eind van een coda vanwege de regel van Finale Verscherping. Alle overige medeklinkers kunnen optreden in een coda behalve de h.
De mogelijke medeklinkercombinaties in coda’s zijn beperkt tot twee typen: nasale consonant + plofklank en liquida + obstruent. De volgorde van de medeklinkers in een coda volgt uit het Sonoriteitsprincipe: de obstruent staat na de sonorante consonant (nasaal of liquida).
Nasale consonanten combineren alleen met plofklanken, niet met wrijfklanken; een cluster als */-mf/ is niet welgevormd.
Tabel 1. Coda:  nasale consonant + plofklank
-mp damp, romp
-nt kant, rand
-ŋk dank, zink
De nasale consonant heeft steeds dezelfde articulatieplaats als de volgende plofklank. Naast -nt komt ook -ns voor, zoals in kans. We kunnen ondanks de mogelijkheid van het cluster -ns toch volhouden dat wrijfklanken niet combineren met nasale consonanten in coda’s, want de s in kans (en trouwens ook de t in kant), kan als appendix worden geïnterpreteerd. In een woord als ambt ɑmt heeft de nasaal niet dezelfde articulatieplaats als de erop volgende t, maar dat kan opnieuw verklaard worden door de status van de t als appendix.
De volgende liquida+obstruent-clusters zijn mogelijk als coda’s:
Tabel 2. Coda: liquida + obstruent
-lp help
-lf elf
-lt halt
-ls hals
-lk melk
-lg alg
-rp harp
-rf sterf
-rt hart
-rs hard
-rk kerk
-rx erg
Het Sonoriteitsprincipe voorspelt dat clusters van twee obstruenten niet kunnen voorkomen in coda’s. Clusters eindigend in s of t zijn hierop geen uitzondering omdat s en t als appendix kunnen worden opgevat. Wel uitzonderlijk zijn de clusters -sp en -sk, als in wesp en grotesk. Het bijzondere van de coda -sp blijkt ook hieruit dat sommige sprekers een woord als wesp als wɛps uitspreken. Deze clusters blijken te tellen als twee segmenten, want deze clusters kunnen meestal alleen voorkomen na een ongespannen klinker: naast een woord als rasp vinden we niet een woord als *raasp, en naast Bask niet *baask.
Uitzonderingen zijn het woord Weesp, waar wel een gespannen klinker voorafgaat aan de coda -sp, en een uitheems woord als bruusk, waarin -sk volgt op een gespannen klinker.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links