Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
24.3.2 De omkeerbaarheid van de leden
Verder lezen
1
In veel gevallen zijn de leden van een nevenschikking niet alleen functioneel gelijkwaardig, maar kunnen ze ook van plaats verwisseld worden. Dit geldt bijv. voor de zinnen 1a en 1b:
1aHendrik en Jozef hadden binnenpretjes.
bJozef en Hendrik hadden binnenpretjes.
De leden Hendrik en Jozef uit 1a kunnen hier zonder enig bezwaar van syntactische of semantische aard in omgekeerde volgorde geplaatst worden.
Er zijn echter ook nevenschikkingen die niet of moeilijk omkeerbaar zijn.
2
Omkering kan uitgesloten zijn op grond van de betekenisrelatie. Dit is het geval als door verwisseling van de leden de betekenis van het geheel verandert.
In een nevenschikking met het voegwoord want bijvoorbeeld wordt in het tweede lid een verklaring gegeven voor wat in het eerste lid omschreven wordt. Voorbeeld:
2Hij is niet thuis, want het licht is uit.
Bij omkering wordt een geheel andere causale relatie uitgedrukt:
3Het licht is uit, want hij is niet thuis.in de betekenis van 2
Zo wordt er bij de omkering van de rangschikkende nevenschikking met en in 4a, in 4b een andere volgorde in de tijd aangegeven:
4aHij kookte, at en waste af.
bHij waste af, kookte en at.
3
Omkering is ook uitgesloten als het tweede lid pas te interpreteren is nadat het eerste is genoemd, omdat in het tweede lid verwezen wordt naar elementen van het eerste. Dit is onder meer het geval bij het gebruik van voornaamwoorden of voornaamwoordelijke bijwoorden. Vergelijk:
5Hendrik en zijn broer hadden binnenpretjes.
6Zijn broer en Hendrik hadden binnenpretjes.in de betekenis van 5
Door vooropplaatsing van de woorden zijn broer in 6 kan het substantief Hendrik niet langer als antecedent fungeren (zoals in 5), maar wordt er bijvoorbeeld verwezen naar een element dat aan de zin voorafgaat:
7Mark las een ernstig boek. Zijn broer en Hendrik hadden binnenpretjes.
Andere voorbeelden:
8Jan is groot en hij is slim. (hij = Jan)
9Hij is slim en Jan is groot. (Hij Jan)
10De draaimolen draait en mijn broertje zit erin. (erin = in de draaimolen)
11Mijn broertje zit erin en de draaimolen draait. (erin in de draaimolen)
Vervanging van de verwijzende woorden door niet-verwijzende levert steeds omkeerbare nevenschikkingen op:
12Jan is groot en Jan is slim.
13Mijn broertje zit in de draaimolen en de draaimolen draait.
Om dezelfde reden zijn er beperkingen op de omkeerbaarheid - zij het niet in even sterke mate - als het werkwoord doen met verwijzende betekenis wordt gebruikt. Vergelijk:
14Jan schreef met een pen en Piet deed het met een potlood.
15Piet deed het met een potlood en Jan schreef met een pen.twijfelachtig
De verwijzende elementen kunnen gedeeltelijk verwijzend zijn: ze refereren dan aan iets wat voorafgaat en ze voegen er tegelijk iets aan toe, bijv.:
16Frank wil buiten spelen en Ludo wil het tegenovergestelde.
17Ludo wil het tegenovergestelde en Frank wil buiten spelen.in de betekenis van 16
Door het tegenovergestelde wordt in 16 het 'buiten spelen' van de eerste zin weer opgenomen, maar op een andere manier: Ludo wil het tegenovergestelde van buiten spelen; dat kan bijvoorbeeld zijn 'binnen spelen'.
Andere voorbeelden met gedeeltelijk verwijzende elementen, waar de leden van de nevenschikking in het algemeen niet omkeerbaar zijn:
18Of je doet het op jouw manier of je doet het anders.
19Wij gingen naar het zuiden, de anderen kozen de omgekeerde richting.
20De Duitser sprong precies acht meter en de Belg sprong dertig centimeter verder (dan acht meter).
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Bij nevenschikkingen moet het binnentekstelijk verwijzende element dus in het algemeen volgen op het element waarnaar verwezen wordt; dit in tegenstelling tot de onderschikking. Vergelijk:
iaWouter is dapper, hoewel hij klein is.
bHoewel hij klein is, is Wouter dapper.
iiAangezien zijn broertje het tegenovergestelde wilde, wilde Frank buiten spelen.
Bij gedeeltelijk verwijzende elementen kunnen nevenschikkingen (vooral met maar en zonder verbindingswoord) zich echter in dit opzicht gedragen als onderschikkingen. Een duidelijk contrastaccent is dan wel vereist. Voorbeelden:
iiiZijn bróertje wilde het tegenovergestelde, maar Fránk wilde buiten spelen.
ivDe ánderen kozen de omgekeerde richting: wíj gingen naar het zuiden.
4
Verder is omkering uitgesloten als in een van de leden door samentrekking een deel is weggelaten, terwijl de leden van de nevenschikking in niet-samengetrokken vorm wel omkeerbaar zijn. Voorbeelden:
21aopmerkingen en aanmerkingen
baanmerkingen en opmerkingen
cop- en aanmerkingen
daanmerkingen en op-uitgesloten
22ade vragen aan de minister en de antwoorden van de minister
bde antwoorden van de minister en de vragen aan de minister
cde vragen aan (-) en de antwoorden van de minister
dde antwoorden van de minister en de vragen aan (-)uitgesloten
23aIk heb van Marie sigaren gekregen en ik heb van Jan een boek gekregen.
bIk heb van Jan een boek gekregen en ik heb van Marie sigaren gekregen.
cIk heb van Marie sigaren gekregen en (-) (-) van Jan een boek (-).
d(-) (-) Van Jan een boek (-) en ik heb van Marie sigaren gekregen.uitgesloten
Wat de omkeerbaarheid van de niet-samengetrokken vormen betreft, kan opgemerkt worden dat 21a gebruikelijker is dan 21b en 22a meer voor de hand ligt dan 22b. In het eerste geval gaat het om een min of meer stereotiepe combinatie (zie 5 hieronder); in het tweede geval is de tijdsorde bepalend: antwoorden volgen meestal op vragen (al is een context waarin 22b normaal is, wel denkbaar).
5
Ten slotte zijn er de vele stereotiepe combinaties die niet of moeilijk omkeerbaar zijn. Tot de onomkeerbare behoren:
  • vaste combinaties (waaronder uitdrukkingen), zoals:
    24wis en waarachtig
    25vast en zeker
    26voor een appel en een ei
    27door schade en schande
    28heg noch steg weten
    (In België heeft de combinatie in 25 meestal de volgorde zeker en vast.)
  • (delen van) namen van firma's, instellingen en dergelijke, zoals:
    29V & D
    30(Ministerie van) Verkeer en Waterstaat
  • titels van boeken of verhalen, zoals:
    31Roodkapje en de boze wolf
    32Romeo en Julia
    en dergelijke verbindingen.
Daarnaast zijn er nevenschikkingen waarvan de omkering door het gebruik of door maatschappelijke conventies bemoeilijkt wordt. Hier zijn geen vaste regels te geven, maar wel kunnen enkele tendensen worden aangeduid:
  • wat dichterbij is in tijd of ruimte wordt het eerst genoemd:
    33vandaag of morgen
    34deze hier en die daar
    35in en om het gerechtsgebouw
    36in binnen- en buitenland
  • bij een tegenstelling tussen een positief en een negatief begrip wordt het positieve vaak het eerst genoemd; bij combinaties van woorden met en zonder on- staat het woord met on- meestal achteraan, ook als het niet om een tegenstelling tussen positief en negatief gaat (zoals in 42); voorbeelden:
    37rijp en groen
    38goed en kwaad
    39winnen of verliezen
    40meer of minder (maar: min of meer)
    41gelijk of ongelijk
    42even en oneven
  • worden in het ene lid een of meer mannelijke personen genoemd, in het andere vrouwelijke, dan gaat het mannelijke woord veelal aan het vrouwelijke vooraf:
    43de koning en de koningin
    44meneer en mevrouw Decadt
    45de boer en de boerin
    46vader en moeder
    47broers en zusters
    maar daartegenover staan de vaste formules:
    48Dames en heren
    49Mevrouw, mijne heren
  • het belangrijkste komt voor het minder belangrijke:
    50Jezus en de apostelen
    51Scotch en soda
    Zo ook worden de ouderen genoemd vóór de jongeren, de volwassenen vóór de kinderen:
    52vader en zoon
    53vrouwen en kinderen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links