Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.2.3.i Blijken, dunken, heten, lijken, schijnen, voorkomen
Verder lezen
De eigenlijk-modale hulpwerkwoorden blijken, dunken, heten, lijken, schijnen en voorkomen kunnen gebruikt worden met alleen een voltooid deelwoord als werkwoordelijke aanvulling. Dat deelwoord is echter slechts schijnbaar direct met het hulpwerkwoord van modaliteit verbonden. Het hangt af van de niet-uitgedrukte infinitief te zijn, zoals uit een vergelijking van de (a) - en de (b) -zinnen hieronder moge blijken:
1aEduard bleek net de vorige dag gearriveerd.
bEduard bleek net de vorige dag te zijn gearriveerd.
2aOom Piet leek wel tien kilo aangekomen.
bOom Piet leek wel tien kilo aangekomen te zijn.
3aDie vraag dunkt mij door de minister voldoende beantwoord.
bDie vraag dunkt mij door de minister voldoende beantwoord te zijn.
De infinitief heeft de functie van hulpwerkwoord van tijd. Het al dan niet gebruiken van die infinitief gaat niet met een verschil in betekenis gepaard. Er is ook geen duidelijk stilistisch verschil, al zijn zinnen mét te zijn - althans bij een werkwoordelijk gezegde - gewoner (vergelijk met de gevallen in [18.5.4.5/4]).
De werkwoorden dunken en voorkomen gaan altijd vergezeld van een ondervindend voorwerp, zie voorbeeld 3.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Als de bovengenoemde werkwoorden gecombineerd worden met een als adjectief gebruikt deelwoord, of met een adjectief dat de vorm van een deelwoord heeft (zie [6.2.3]), zijn het geen hulp-, maar koppelwerkwoorden, en hebben we te maken met een naamwoordelijk gezegde. In zinnen met achter-pv gaat het naamwoordelijk deel altijd vooraf aan het koppelwerkwoord (werkwoordelijk deel):
iaGeen wonder dat de wandelaars uitgehongerd bleken (te zijn).
bGeen wonder dat de wandelaars bleken uitgehongerd (te zijn).uitgesloten
Bij een werkwoordelijk gezegde kan het deelwoord in zinnen met achter-pv voor en achter het modale hulpwerkwoord staan:
iiaDe kampcommandant werd veroordeeld omdat de gevangenen systematisch uitgehongerd bleken (te zijn).
bDe kampcommandant werd veroordeeld omdat de gevangenen systematisch bleken te zijn uitgehongerd.
cDe kampcommandant werd veroordeeld omdat de gevangenen systematisch bleken uitgehongerd te zijn.
Plaatsing van het deelwoord, zonder toevoeging van te zijn, na blijken enz. is echter meestal niet goed mogelijk:
iiiDe kampcommandant werd veroordeeld omdat de gevangenen systematisch bleken uitgehongerd.twijfelachtig
Zie ook [2.4.6/7].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links