Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.2.3 Supra-regionale variëteiten van het Nederlands
Zowel in Vlaanderen als in Nederland doet zich een diaglossische taalsituatie voor, die door Auer (2005) wordt voorgesteld als een kegelvormig figuur. Onderaan is er een breed niveau van dialecten die veel (onderlinge) variatie vertonen, en bovenaan een niveau van een vrij uniforme standaardtaal: Belgisch Nederlands in Vlaanderen en Nederlands Nederlands in Nederland.
Tussen deze twee niveaus zitten zowel in Nederland als in Vlaanderen taalvariëteiten die een supra-regionale verspreiding hebben en die zowel situationeel als stilistisch minder formeel zijn dan de respectieve standaardtalen.
Zie Geeraerts & Van de Velde (2012).
In Vlaanderen wordt deze supra-regionale variëteit – die met name op het gebied van de uitspraak veel interne variatie vertoont –
Zie Rys & Taeldeman (2007), Geeraerts & Van de Velde (2012: 534).
aangeduid met de term tussentaal.
Zie Taeldeman (1992); ook wel met een pejoratieve term ‘verkavelingsvlaams’ genoemd.
In Nederland zijn de verschillen tussen de standaardtaal en de supra-regionale variëteiten minder groot dan in Vlaanderen, met name door een grotere mate van acceptatie van regionale gekleurdheid van de standaardtaal in Nederland.
Zie Smakman (2006).
Toch zijn er een aantal supra-regionale kenmerken die het Nederlands van bepaalde sociale groepen onderscheiden, door Stroop (1998) bestempeld als Poldernederlands.
In deze paragraaf bespreken we de belangrijkste uitspraakkenmerken van tussentaal en Poldernederlands, en gaan we in op de verspreiding van deze variëteiten en hun positie binnen het continuüm tussen standaardtaal en dialecten.
De bespreking is hoofdzakelijk gebaseerd op Geeraerts & Van de Velde (2012).
Verder lezen
Literatuur
Stroop (1998), Geeraerts (2001), Van Bezooijen, Kroezen & Van den Berg (2002), Stroop (2003), Van Bezooijen & Giesbers (2003), Van Bezooijen & Van den Berg (2004), Stroop (2006), Vandekerckhove (2006), Smakman (2006), Rys (2007), Rys & Taeldeman (2007), Vandekerckhove (2007), Taeldeman (2008), Jacobi (2009), Van Sterkenburg (2009), Vandekerckhove & Nobels (2010), Grondelaers, Van Hout & Steegs (2010), Grondelaers & Van Hout (2011), Van Bezooijen & Van Heuven (2011), Geeraerts & Van de Velde (2012), Van der Harst & Van de Velde (2014).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links