Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
10.3.6 Voegwoorden van graadaanduidend gevolg: dat, dan dat, om
Verder lezen
1
Zinnen waarin een (expliciete of impliciete) graadaanduiding voorkomt, kunnen gevolgd worden door een bijwoordelijke bijzin van graadaanduidend gevolg. Deze bijzinnen worden ingeleid door dat, dan dat of om.
2
Het voegwoord dat wordt gebruikt na het bijwoord zo (vergelijk het voegwoord van gevolg zodat [10.3.5]) of bij impliciete graadaanduiding; in het laatste geval gaat het meestal om vaste uitdrukkingen. Een uitdrukking als Het regent dat het giet moet opgevat worden als Het regent zó hard, dat het giet. Voorbeelden (in de voorbeelden van deze subparagraaf zijn steeds zowel de graadaanduidingen als de voegwoorden gecursiveerd):
1Dat boek is zo dik dat je het niet in één avond kunt uitlezen.
2Hij was zo hoog geklommen dat gewone mensen geen contact meer met hem konden krijgen.
3Je liegt dat je barst.
4De lammetjes dartelden door de wei dat het een lieve lust was.
5Er wordt hier geschrobd en geboend dat het een aard heeft.
In regionale, informele taal (in de noordelijke helft van het taalgebied) kan op dat na zo een zin met voor-pv volgen, bijv.:
6Het heeft zo hard geregend dat de straten staan hier helemaal blank.informeel,regionaal
Zie hiervoor verder [21.2.2.2/3].
3
De voegwoordelijke uitdrukking dan dat wordt gebruikt na te in de voorafgaande zin; te...dan dat is dan gelijk aan zo...dat niet. Voorbeelden van deze minder frequente constructie zijn:
7Dat boek is te dik dan dat je het in één avond kunt uitlezen.
8Hij was te hoog opgeklommen dan dat gewone mensen nog contact met hem konden krijgen.
4
Om leidt beknopte bijzinnen met een infinitief met te in; het wordt niet gebruikt na de graadaanduiding zo of bij impliciete graadaanduiding, maar na te en genoeg/voldoende. Voorbeelden:
9Dat boek is te dik om (het) in één avond uit te lezen.
10Je hebt hard genoeg gewerkt om eens even te mogen uitrusten.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Zinnen met of in balansschikking [26.7]) hebben soms dezelfde betekenis als bijzinnen van graadaanduidend gevolg, bijv.:
iHij is nog niet zo ver weg of je kunt hem nog wel inhalen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links