Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.3.2.8.iii De vorming van het imperfectum (onvoltooid verleden tijd, o.v. t.)
Verder lezen
1
Bij de regelmatige werkwoorden worden aan de stam de uitgangen -te en -ten of -de en -den toegevoegd. De uitgangen -te en -ten worden gebruikt als de (abstracte) stam eindigt op één van de medeklinkers t, k, f, s, ch of p (de medeklinkers van ''t kofschip'), de uitgangen -de en -den in andere gevallen (vergelijk de vorming van het voltooid deelwoord (zie 2.3.2.7, sectie 1)). Voor de uitspraak van de -n in -ten en -den vergelijk [2.3.2.2].
De uitgangen -te of -de komen voor in alle drie de personen van het enkelvoud; als u of gij/ge onderwerp is ook in het meervoud. De uitgangen -ten of -den komen voor in het meervoud, afgezien van u en gij/ge. Voorbeelden: ik werkte, jij schrobde, u klopte, >hij brieste, we niesden, jullie verfden, ze suften (Naast niesden komt ook niesten voor.)
Voor de vormen van de onregelmatige werkwoorden-a in het enkelvoud (behalve als gij/ge onderwerp is) zie [2.3.4]. In het meervoud (behalve als u of gij/ge onderwerp is) wordt aan de enkelvoudsvorm -n toegevoegd als die eindigt op -te of -de; anders -en. Voor de uitspraak van de -n vergelijk [2.3.2.2]. De medeklinkers f en s aan het eind van de enkelvoudsvorm veranderen in het meervoud in v en z als ook de (abstracte) stam op v of z uitgaat. Als de enkelvoudsvorm eindigt op een korte a gevolgd door één medeklinker, wordt deze a een lange a (in de spelling verschijnt in beide gevallen een enkele a). In andere gevallen blijft een klinker onveranderd; eindigt de enkelvoudsvorm op één medeklinker, dan wordt die in de spelling verdubbeld. Voorbeelden: ik bleef, we bleven; je kwam, jullie kwamen; hij dacht, ze dachten; ik trok, we trokken
Als u onderwerp is, wordt altijd de enkelvoudsvorm gebruikt:
1aRiep u, mevrouw?
bRiep u, dames?
Als gij/ge onderwerp is, wordt in enkel- en meervoud de enkelvoudsvorm + t gebruikt. Eindigt de enkelvoudsvorm op een korte a gevolgd door één medeklinker die geen d of t is, dan wordt die a een lange a (dubbel geschreven). Voorbeelden: gij riept, ge vondt, ge kwaamt, ge badt Deze werkwoordsvormen worden overigens in nog sterkere mate dan de voornaamwoorden als niet-standaardtalig aangevoeld en daarom wel vermeden of ten onrechte vervangen door de vormen die bij het onderwerp u horen.
2
Ten aanzien van de vervoeging van aan het Engels ontleende werkwoorden geldt mutatis mutandis hetzelfde als opgemerkt bij het voltooid deelwoord (zie 2.3.2.7, sectie 3). Als de stam eindigt op één van de medeklinkers waarna bij Nederlandse werkwoorden -te(n) verschijnt (de medeklinkers van ''t kofschip'), dan geldt dezelfde regel bij aan het Engels ontleende werkwoorden, dus: racen - ik racete, leasen - hij leaste (of ik leasde wanneer men leasen met een z uitspreekt), choken - we chookten, finishen - ze finishten, maar: timen - ik timede, recyclen - ze recyclede.
Afhankelijk van de uitspraak van de laatste medeklinker van de stam (stemhebbend of stemloos) kan bij bridgen zowel ik bridgede als ik bridgete optreden.
Bij werkwoorden als skiën, echoën en bingoën wordt in de vervoeging de klinkerspelling volgens de regels van de spelling aangepast: ik skiede, het echode naast het echoot, ik bingode naast zij bingoot
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links