Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.7.4.2 Het gebruik van wat (watte)
Verder lezen
1
Met het vragend voornaamwoord wat verzoekt men de toegesprokene niet-personen te identificeren. Dat kunnen materiële zelfstandigheden zijn, zoals in:
1Ik wil weten wat je gekocht hebt.
2Wat heb je daar nu hangen?
maar men kan ook vragen naar een werking (een handeling, een toestand of een gebeuren):
3Wat is daar aan de hand?
4Wat doe je het liefst?
naar een opvatting, een gedachte:
5Wat vind je ervan?
6Wat houdt je toch zo bezig?
naar een hoedanigheid:
7Wat wil je worden?
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In aansluiting bij een zin als 7 kan vermeld worden dat wat soms toch ook naar personen kan vragen, bijv. in de volgende zin:
iMet wat is ze nu getrouwd? Een arts of een apotheker?
Soms wordt met wat geïnformeerd naar een reden of naar een hoeveelheid. Wat is dan synoniem met respectievelijk het vragend bijwoord waarom en het vragend telwoord hoeveel:
8Wat zit je daar te grinniken?= 'waarom'
9Wat kost die armband?= 'hoeveel'
10Wat weegt zo' n olifantje?= 'hoeveel'
Overigens is het gebruik van wat in de betekenis 'waarom' vaak formeel-archaïsch te noemen, bijv.:
11Wat draalt ge?formeel
12Saul, Saul, wat vervolgt gij mij?formeel
Tot informele taal behoort het gebruik van wat om de toegesprokene te verzoeken zijn uitspraak te herhalen of te verduidelijken. Het voornaamwoord heeft dan de waarde van een zelfstandige uiting en kan als een interjectie beschouwd worden. Een voorbeeld:
13A: Ik denk dat ik maar eens eclipseer. B: Wat?informeel
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Als informele nevenvorm van wat komt voor watte, vooral in kindertaal en altijd in éénwoordzinnen, bijv.:
iaWatte ?informeel
bWatte is dat?uitgesloten
2
Vervult het vragend voornaamwoord wat in een zin de functie van onderwerp, dan wordt het meestal verbonden met een enkelvoudige persoonsvorm. Het gebruik van een meervoudige persoonsvorm om aan te geven dat meerdere zaken bedoeld worden, is meestal niet goed mogelijk. Vergelijk:
14aWat ligt daar?
bWat liggen daar?twijfelachtig
Het verdient de voorkeur in het laatste geval een enkelvoudige persoonsvorm te gebruiken en aan te geven dat meer dan één zaak wordt bedoeld door toevoeging van zoal of allemaal (5.9.2.3/ii, sectie 2) als predicatieve bepaling bij wat . Vergelijk met 14a en 14b:
15aWat ligt daar allemaal?
bWat ligt daar zoal?
Een meervoudige persoonsvorm wordt aangewend als wat naamwoordelijk deel van het gezegde is in een zin met een meervoudig onderwerp:
16Wat zijn uw bezigheden?
17Wat zijn de kenmerken van de verbrandingsmotor?
3
Het gebruik van wat na voorzetsels wordt gewoonlijk vermeden. In plaats van een voorzetselconstituent met wat gebruikt men bij voorkeur een voornaamwoordelijk bijwoord met waar- (vergelijk [8.7.3]), bijv.:
18Waar zit hij mee te spelen? (i.p. v. met wat)
19Waar heb je nu je neus weer in gestoken? (i.p.v. in wat)
Wat komt wel algemeen voor na een voorzetsel als het voornaamwoord sterk beklemtoond is, met name wanneer de spreker om herhaling of verduidelijking verzoekt van iets wat de toegesprokene net gezegd heeft, bijv.:
20Aan wát zie je dat, zei je?
21Op wát speelde hij?
Ook hier is echter het gebruik van een voornaamwoordelijk bijwoord heel goed mogelijk:
22Wáár zie je dat aan, zei je?
23Wáár speelde hij op?
Verder kan een voorzetsel met wat gebruikt worden (naast een voornaamwoordelijk bijwoord) in een geval als genoemd in Opmerking 1 hierboven.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links