Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
4.5.5 Bij aansprekingen
Verder lezen
Bij aansprekingen worden in het algemeen substantieven (eventueel in combinatie met een bepaling, zie voorbeeld 5) zonder lidwoord gebruikt. Voor gebruik in aansprekingen komen vooral in aanmerking: eigennamen (als deze normaal met een lidwoord gecombineerd worden, verliezen ze dit lidwoord), woorden als meneer en mevrouw, verwantschapsnamen (vooral (groot)vader, (groot)moeder en synoniemen; oom, tante; in mindere mate neef, nicht) en sommige namen van beroepen en functies (bijv. meester, dominee, bakker, voorzitter). Voorbeelden:
1Boudewijn, kun je voor mij een pakje kauwgom meenemen?
2Mevrouw, kunt u mij vertellen hoe laat het is?
3Moeder, waar ligt de afstandsbediening van de tv?
4Ober, mag ik twee pils?
5Brutale vlegel, wie denk je wel dat je bent!
In bijzondere gevallen (bijv. bij personificatie) kunnen echter ook andere soortnamen (zie voorbeeld 6), evenals eigennamen (zie voorbeeld 7), als aanspreekvorm gebruikt worden. Enkele voorbeelden van minder voor de hand liggende gevallen:
6Paraplu, waar ga je met dat kind naar toe?
7O Hebriden, uw ruige schoonheid zal ik nooit vergeten!
Alleen in de als indirecte aanspreking gebruikte formule ' meneer/mevrouw de + substantief' komt het lidwoord voor. Als substantief worden hier namen van beroepen en functies gebruikt die als 'hoog' aangevoeld worden, bijv. advocaat, ambassadeur, burgemeester, consul, deken, directeur, minister, president, schepen, senator, volksvertegenwoordiger, voorzitter, wethouder
Verbonden met namen van andere (lagere) beroepen of met soortnamen die een subjectieve kwalificering inhouden, krijgt de formule een ironisch karakter. Voorbeelden:
8Meneer de bediende zet wel een grote mond op, zeg.
9Mevrouw de verraadster heeft weer een nieuwe jurk aan.
10Heeft meneer de vitter nog een opmerking?
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links