Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.3.2.1 De bilabiale plofklanken p en b
De p kan worden gespecificeerd als [–sonorant, –stem, +labiaal, –coronaal, –velair, –continuant]. De b verschilt enkel qua stemhebbendheid van de p, en is dus [+stem].
De p kan voorkomen in aanzetten, het deel van een lettergreep voor de klinker. Zoals de voorbeelden in (1) laten zien, kunnen die aanzetten uit een, twee of drie medeklinkers bestaan. Verder kan p voorkomen in eenvoudige en complexe coda's, zoals in de voorbeelden in (2). De b kan voorkomen in aanzetten met een of twee medeklinkers, zoals in de woorden in (3).
1poes, pruik, spreeuw
2top, hulp
3bom, brand
In tegenstelling tot t, d en k kunnen p en b niet voorkomen in complexe aanzetten die gevolgd worden door een w.
De b is de stemhebbende tegenhanger van de p. Finale Verscherping van b leidt tot p, en omgekeerd, kan door Assimilatie van stem een p in een b veranderen, zoals in (4) (een geval van regressieve assimilatie).
4op + doeken [ɔbdukən]
Verder lezen
Articulatie
De p is een stemloze en de b een stemhebbende bilabiale plofklank. Bij de articulatie van deze klanken vormen beide lippen samen de vernauwing (zie Figuur 1).
Figuur 1. Schematisch beeld van de mond-keelholte met benamingen van articulatieplaatsen en bijhorende klassen van medeklinkers in het Nederlands (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 76)
Figuur 2 is een MRI-afbeelding van de p in pad.
Figuur 2. MRI-afbeelding van de [p] in pad, uitgesproken voorafgegaan en gevolgd door de neutrale klinker sjwa (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 77)
Regionale variatie
Met betrekking tot de plofklanken p en b is er enige regionale variatie in stemgeving en aspiratie. In sommige variëteiten van het Nederlands Nederlands, zoals bijvoorbeeld de noordelijke en oostelijke, wordt p over het algemeen geaspireerd (bijv. pet wordt uitgesproken als phɛt).
Ouddeken (2018) beargumenteert dat westelijke dialecten in Nederland een stemcontrast tussen p en b hebben, terwijl oostelijke dialecten een aspiratiecontrast hebben, en dat er ook een overgangsgebied is met kenmerken van zowel westelijke als oostelijke dialecten.
In zuidelijke variëteiten van het Nederlands Nederlands en in het Belgisch Nederlands is b in sterkere mate stemhebbend. De bilabiale plofklanken vertonen geen variatie wat plaats van articulatie betreft.
Collins & Mees (1984: 163).
Akoestische informatie
De p is een stemloze en de b een stemhebbende bilabiale plofklank. Nederlandse stemloze plofklanken hebben een steminzettijd van ongeveer 20 ms, terwijl stemhebbende plofklanken een steminzettijd van ongeveer -80 ms hebben.
Zie Slis & Cohen (1969). Voor stemhebbende plofklanken is er variatie tussen sprekers onderling in de mate waarin de stembandtrilling al begint voor de explosie (negatieve steminzettijd; zie Van Alphen & Smits (2004).
Het onderscheid tussen stemloze en stemhebbende plofklanken en steminzettijd
Verdieping
Het onderscheid tussen stemloze en stemhebbende plofklanken en steminzettijd
Het onderscheid tussen stemloze en stemhebbende plofklanken wordt in de akoestische fonetiek in verband gebracht met het begrip steminzettijd (in het Engels Voice Onset Time, afgekort VOT). Als de overgang van stilte naar geluid, dus het moment van explosie, bij plofklanken als referentiepunt genomen wordt, dan geldt voor de steminzettijd het volgende. In het geval van stemhebbende plofklanken die aan het begin van een spraakuiting voorkomen, begint de stembandtrilling al zo’n 30 tot 100 ms voor het moment van explosie. In dat geval krijgt de steminzettijd een negatieve waarde van -30 tot -100 ms. Bij stemloze plofklanken begint de stembandtrilling pas op het moment van explosie of erna; m.a.w. deze klanken hebben een steminzettijd van 0 (referentiepunt) of hoger. Het tijdsinterval tussen de explosie en het inzetten van stembandtrilling wordt dan opgevuld met fluisterruis of aspiratie die dezelfde spectrale samenstelling heeft als het stemhebbende klinkerdeel dat erop volgt. Een negatieve steminzettijd betekent dus de aanwezigheid van stembandtrilling tijdens de stille fase, terwijl een positieve steminzettijd wijst op aspiratie.
Zie Rietveld & Van Heuven (2016: 235).
Tabellen 1-4 geven een aantal voorbeeldzinnen met p (Tabellen 1 en 2) en b (Tabellen 3 en 4) in verschillende fonologische contexten (aan het begin van een woord, tussen twee klinkers, en aan het einde van een woord) voor het Nederlands Nederlands (Tabellen 1 en 3) en Belgisch Nederlands (Tabellen 2 en 4). De bijhorende spectrogrammen en geluidsbestanden worden telkens gegeven.
Tabel 1. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor p in verschillende fonologische contexten in het Nederlands Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
dat zo’n pil een uitkomst kan zijn woordinitieel
met je lepel in de jus intervocalisch
met een trillende lip woordfinaal
Tabel 2. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor p in verschillende fonologische contexten in het Belgisch Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
de uitvinding van de pil woordinitieel
met een gouden lepel in de mond intervocalisch
beet zich op de lip woordfinaal
Tabel 3. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor b in verschillende fonologische contexten in het Nederlands Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
ik pakte het stuurwiel beet woordinitieel
ze hebben geen badkamer intervocalisch
Tabel 4. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor b in verschillende fonologische contexten in het Belgisch Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
maar de kastanje hield hij beet woordinitieel
de artsen hebben een heleboel intervocalisch
Literatuur
Slis & Cohen (1969), Collins & Mees (1984), Van Alphen & Smits (2004), Rietveld & Van Heuven (2016).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links