Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
27.5.4 Samentrekking bij samengestelde zinnen
Verder lezen
1
Zin 1a kan samengetrokken worden tot 1b:
1aKarel krijgt een boek en Mieke krijgt een cd.
bKarel krijgt een boek en Mieke (-) een cd.
De samentrekking bestaat hier uit weglating van de persoonsvorm krijgt in het tweede lid van 1b. Eenzelfde weglating van de persoonsvorm treffen we aan in 2b, 3b en 4b, vergeleken met 2a, 3a en 4a; we spreken daarom ook hier van samentrekking:
2aKarel krijgt vaker een boek dan (dat) Mieke een cd krijgt.
bKarel krijgt vaker een boek dan Mieke een cd (-).
3aBehalve dat Karel een boek krijgt, krijgt Mieke ook nog een cd.
bBehalve Karel een boek (-), krijgt Mieke ook nog een cd.
4aKarel krijgt een boek in plaats (van) dat Mieke een cd krijgt.
bKarel krijgt een boek in plaats van Mieke een cd (-).
Zin 1a is een nevenschikking bestaande uit twee hoofdzinnen. In 2a en 4a hebben we te maken met een rompzin gevolgd door een bijzin, in 3a met het omgekeerde. De zinnen 2a, 3a en 4a zijn dus samengestelde zinnen.
In de voorbeelden worden de voegwoordelijke uitdrukkingen dan dat (met facultatief dat), behalve dat en in plaats (van) dat (beide met verplicht dat), die de bijzinnen inleiden, bij samentrekking vervangen door vormen zonder dat. Dit gebeurt altijd als de persoonsvorm (eventueel samen met andere zinsdelen of zinsdeelstukken) wordt weggelaten (zie 4 en vergelijk Opmerking 2).
2
Van de algemene regels voor samentrekking op zinsniveau bij nevenschikkingen (zie [27.5.1]) geldt regel [1] - over de identiteit naar vorm, betekenis en grammaticale functie van de gemeenschappelijke delen - ook in samengestelde zinnen. Regel [2] handelt over nevenschikkingen met reeksvormers en is dus hier niet van toepassing. Bij de regels [3] en [4], die betrekking hebben op voorwaartse en achterwaartse samentrekking moet ten aanzien van samengestelde zinnen het volgende opgemerkt worden.
In zin 1b hierboven heeft voorwaartse samentrekking plaatsgevonden; achterwaartse samentrekking is hier onmogelijk:
5Karel (-) een boek en Mieke krijgt een cd.uitgesloten
Dit blijft zo als de leden van de nevenschikking omgekeerd worden:
6aMieke krijgt een cd en Karel krijgt een boek.
bMieke krijgt een cd en Karel (-) een boek.
cMieke (-) een cd en Karel krijgt een boek.uitgesloten
Bij de samengestelde zinnen is dat anders. Beschouwen we eerst zin 4, waarvan de rompzin en de bijzin zonder meer van plaats kunnen wisselen (zoals in 7):
7aIn plaats (van) dat Mieke een cd krijgt, krijgt Karel een boek.
bIn plaats van Mieke een cd (-), krijgt Karel een boek.
cIn plaats van Mieke een cd krijgt, (-) Karel een boek.uitgesloten
Bij samentrekking vindt de weglating van de gemeenschappelijke persoonsvorm krijgt plaats in de bijzin, ongeacht of die op de rompzin volgt (zoals in 4b) of eraan voorafgaat (zoals in 7b).
Ditzelfde geldt in principe voor de zinnen 2 en 3, al zijn daar kleine complicaties. De behalve-zin in 3 kan wel achter de rompzin geplaatst worden (zoals in 8), maar vereist dan een speciale intonatie (lage toon); de in 3 gegeven volgorde is ongetwijfeld gebruikelijker. De dan-zin in 2 kan vooropgeplaatst worden (zoals in 9), maar moet dan nog voorafgegaan worden door de bepaling waarvan hij afhankelijk is (vaker); ook hier is de in 2 gegeven volgorde gebruikelijker. Vergelijk (in 9 is in beide zinnen een zinsdeel toegevoegd om ondubbelzinnig te laten blijken tot welke zin de resterende persoonsvorm behoort):
8aMieke krijgt ook nog een cd, behalve dat Karel een boek krijgt.
bMieke krijgt ook nog een cd, behalve Karel een boek (-).
cMieke (-) ook nog een cd, behalve Karel een boek krijgt.uitgesloten
9aVaker dan Mieke een cd krijgt van haar vriend, krijgt Karel een boek van zijn vriendin.
bVaker dan Mieke een cd (-) van haar vriend, krijgt Karel een boek van zijn vriendin.
cVaker dan Mieke een cd krijgt van haar vriend, (-) Karel een boek van zijn vriendin.uitgesloten
We kunnen hieruit concluderen dat, als in samengestelde zinnen die overeenkomst vertonen met nevenschikkingen waarin voorwaartse samentrekking voorkomt, de weglating van het gemeenschappelijke element of de gemeenschappelijke elementen plaatsvindt in de bijzin, deze weglating wat de richting betreft zowel voorwaartse als achterwaartse samentrekking tot gevolg kan hebben.
Bij achterwaartse samentrekking is de richting bij nevenschikkingen en samengestelde zinnen hetzelfde. Vergelijk:
10aHij is vol hoop op een goede afloop en hij is zelfs overtuigd van een goede afloop.
bHij is vol hoop óp (-) en hij is zelfs overtuigd ván een goede afloop.
cHij is vol hoop óp een goede afloop en hij is zelfs overtuigd ván (-).uitgesloten
11aHij is overtuigd van een goede afloop of hij is althans vol hoop op een goede afloop.
bHij is overtuigd ván (-) of hij is althans vol hoop óp een goede afloop.
cHij is overtuigd ván een goede afloop of hij is althans vol hoop óp (-).uitgesloten
12aHij is eerder vol hoop óp een goede afloop dan hij overtuigd is ván een goede afloop.
bHij is eerder vol hoop óp (-) dan hij overtuigd is ván een goede afloop.
cHij is eerder vol hoop óp een goede afloop dan hij overtuigd is ván (-).uitgesloten
13aEerder dan hij overtuigd is ván een goede afloop, is hij vol hoop óp een goede afloop.
bEerder dan hij overtuigd is ván (-), is hij vol hoop óp een goede afloop.
cEerder dan hij overtuigd is ván een goede afloop, is hij vol hoop óp (-).uitgesloten
Voor de nevengeschikte hoofdzinnen in 10 en 11 en de combinaties van rompzin en dan -zin in 12 en 13 blijkt hieruit dat hier steeds achterwaarts wordt samengetrokken, ongeacht de volgorde van de leden.
Hetzelfde is aan te tonen voor zinnen met behalve en in plaats van. We volstaan met vereenvoudigd voorbeeldmateriaal:
14aBehalve (-) vol hoop (-) óp (-), is hij geheel afhankelijk ván een goede afloop.
bHij is geheel afhankelijk ván (-), behalve (-) vol hoop (-) óp een goede afloop.
15aIn plaats van (-) blij (-) mét, is hij teleurgesteld óver de goede afloop.
bHij is teleurgesteld óver (-), in plaats van (-) blij (-) mét de goede afloop.
3
Hierboven zijn in de voorbeelden samengestelde zinnen gebruikt met bijzinnen ingeleid door dan (dat), behalve (dat) en in plaats (van) (dat).
De dan-zinnen zijn wat de mogelijkheden tot samentrekking betreft in principe gelijk te stellen met zinnen die ingeleid worden door vergelijkende voegwoorden die een gewone vergelijking uitdrukken (zie [10.3.14.2]). Voorbeelden:
16aJohn kreeg gisteren even snel koffie als Monique vanmiddag koffie kreeg.
bJohn kreeg gisteren even snel koffie als Monique vanmiddag (-) (-).
17aIk behandel jou zoals jij mij behandelt.
bIk behandel jou zoals jij mij (-).
18aHij is timmerman, evenals zijn vader timmerman is.
bHij is timmerman, evenals zijn vader (-) (-).
In zinnen met behalve (dat) kan het voegwoord zowel beperkende als uitbreidende betekenis hebben (zie respectievelijk [10.3.11] en [10.3.12]). De eerste betekenis komt voor in 19, de tweede in 20:
19aBehalve dat Jan een boek aan Marie gaf, gaf Jan niemand iets.
bBehalve (-) een boek aan Marie (-), gaf Jan niemand iets.
20aBehalve dat Jan een boek aan Marie gaf, gaf Jan een cd aan Truus.
bBehalve (-) een boek aan Marie (-), gaf Jan een cd aan Truus.
De zinnen met in plaats (van) (dat) geven geen aanleiding tot verdere opmerkingen.
4
Bij gebrek aan voorstudies is het niet mogelijk een overzicht te geven van de mogelijkheden tot samentrekking op zinsniveau in samengestelde zinnen, en deze te vergelijken met die in nevenschikkingen. We volstaan daarom met een aantal aanvullende voorbeelden van samentrekking in samengestelde zinnen met een vergelijkend voegwoord, behalve (dat) en in plaats (van) (dat), die in principe dezelfde mogelijkheden lijken te hebben. Daarna volgen twee opmerkingen over andere gevallen.
21Frits belegt liever in aandelen dan (-) in obligaties (-).
22Behalve (-) in aandelen (-), belegt Frits ook in obligaties.
23Frits belegt in aandelen in plaats van (-) (-) obligaties (-).
24aHet is de gewoonte geworden dat ik even vaak voor hem de kaarten schud als hij voor mij (-) (-).
bHet is de gewoonte geworden dat ik even vaak voor hem (-) (-) als hij voor mij de kaarten schudt.
25Het is de gewoonte geworden dat - behalve hij voor mij (-) (-) (-) ik ook wel eens voor hém de kaarten schud.
26Het is de gewoonte geworden dat hij voor mij de kaarten schudt, in plaats van ik voor hem (-) (-).
27Het gewest Noord zal nog eerder Smeets (-) (-) dan het gewest Zuid-Oost Boomsma tot afgevaardigde (-) kiezen.
28Behalve het gewest Noord Smeets (-) (-) (-), zal ook het gewest Zuid-Oost wel Boomsma tot afgevaardigde kiezen.
29Het gewest Noord zal Smeets tot afgevaardigde kiezen, in plaats van het gewest Zuid-Oost Boomsma (-) (-) (-).
30Zij zouden ons even goed kunnen helpen als wij hen (-) (-).
31Behalve wij hen (-) (-), zouden zij ook ons kunnen helpen.
32aIn plaats van wij hen (-) (-) zouden zij beter ons kunnen helpen.
bZij zouden beter ons kunnen helpen, in plaats van wij hen (-) (-).
33Mijn vrouw schrijft vlugger drie brieven dan ik één (-) (-).
34Behalve ik één (-) (-), schrijft mijn vrouw ook nog drie brieven.
35Mijn vrouw schrijft nu drie brieven in plaats van ik één (-) (-).
36Ik wil net zo precies weten welke blóemen jullie gezien hebben als (-) (-) welke aúto's (-) (-).
37Behalve (-) (-) welke aúto's (-) (-) wil ik ook weten welke blóemen jullie gezien hebben.
38In plaats van (-) (-) welke aúto's (-) (-) wil ik weten welke blóemen jullie gezien hebben.
39Aad kan beter proberen een beleidsnota te schrijven dan Jo (-) (-) een novelle (-).
40Behalve Aad een beleidsnota (-) (-) (-), kan Jo proberen een novelle te schrijven.
41Aad kan beter proberen een beleidsnota te schrijven in plaats van Jo (-) (-) een novelle (-).
42Haar opvatting eerder te mógen (-) dan te móeten werken is respectabel.
43Haar opvatting behalve te mógen (-) soms ook te móeten werken is respectabel.
44Haar opvatting te mógen (-) in plaats van te móeten werken is respectabel.
45Zijn idee om zijn zoon beter een standje te kunnen geven dan zijn dochter een beloning (-) (-) was onzinnig.
46Zijn idee om behalve zijn dochter een beloning (-) (-) ook nog zijn zoon een standje te moeten geven was onzinnig.
47Zijn idee om zijn zoon een standje (-) (-) in plaats van zijn dochter een beloning te moeten geven was onzinnig.
Uit de voorbeelden 21 t/m 41 blijkt, dat - zoals al aan het eind van 1 vermeld - zinnen waarin door samentrekking een persoonsvorm (eventueel met andere zinsdelen of zinsdeelstukken) is weggelaten, ingeleid worden door verbindende elementen zonder dat (dan, als, behalve, in plaats van). De voorbeelden 42 t/m 47 laten zien dat hetzelfde geldt voor beknopte bijzinnen, waarin geen persoonsvorm voorkomt. (Zie ook Opmerking 2 hierna.)
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Samentrekking komt ook voor in samengestelde zinnen die bestaan uit een voorwaardelijke bijzin en een rompzin, zoals blijkt uit voorbeelden als:
iAls Jan Marie mag kussen, dan (-) Marie Jan ook (-).
iiAls zij ons kunnen helpen, dan (-) wij hen zeker (-).
iiiAls hij voor mij de kaarten schudt, dan (-) ik ook (-) voor hem.
De aanwezigheid van dan in de rompzin is verplicht, terwijl dit woord in de overeenkomstige niet samengetrokken zin facultatief is. Vergelijk met i:
ivaAls Jan Marie mag kussen, (-) Marie Jan ook (-).uitgesloten
bAls Jan Marie mag kussen, (dan) mag Marie Jan ook kussen.
Ook in andere opzichten zijn de mogelijkheden tot samentrekking in als-dan-zinnen beperkter dan in nevenschikkingen en in samengestelde zinnen met een vergelijkend voegwoord, behalve en in plaats van. Vergelijk:
vZij kunnen ons helpen en wij (-) hen (-).
viZij kunnen ons even goed helpen als wij hen (-) (-).
viiAls zij ons kunnen helpen, dan (-) wij hen (-).uitgesloten
viiiJan kust Marie en Marie (-) Jan.
ixJan kust Marie vaker dan Marie Jan (-).
xAls Jan Marie kust, dan (-) Marie Jan ook.twijfelachtig
xiAls Jan Marie kust, dan (-) Marie Jan.uitgesloten
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In samengestelde zinnen waarin bij samentrekking alleen een gedeelte van een zinsdeel wordt weggelaten (dus niet ook de persoonsvorm), komen ook bijzinnen voor samentrekking in aanmerking die ingeleid worden door andere voegwoorden dan de tot nog toe in deze subparagraaf behandelde. Is het gedeeltelijk weggelaten zinsdeel een bijzin, dan kan alles behalve het inleidende woord weggelaten worden, (zie iii), dus inclusief de persoonsvorm van deze bijzin (zie i en iii). Enkele voorbeelden zijn:
iOmdat Coby al gevraagd had welke gróenten (-) (-) (-), vroeg Koos alleen welke áárdappelen we zouden eten.
iiAl is hij vol hoop óp (-), hij is niet afhankelijk ván een goede afloop.
iiiNadat ik uitgerekend had óf (-) (-), kon ik gelukkig bevestigen dát het klopte.
In zinnen als deze worden de voegwoordelijke uitdrukkingen behalve dat en in plaats (van) dat (dus mét dat) gebruikt. Vergelijk iv en v met respectievelijk 14a en 15a onder 2:
ivBehalve dat hij vol hoop is óp (-), is hij geheel afhankelijk ván een goede afloop.
vIn plaats (van) dat hij blij is mét (-), is hij teleurgesteld óver de goede afloop.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links