Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
23.3.5 Vraagwoordvragen
Verder lezen
Vraagwoordvragen of leemtevragen zijn vragende zinnen waarvan het eerste zinsdeel een vraagwoord is of er een bevat. Vraagwoorden zijn: vragende voornaamwoorden (bijv.
wie wat welk(e)
), vragende bijwoorden (bijv.
waar wanneer hoe
), het vragende telwoord hoeveel en vragende voornaamwoordelijke bijwoorden (bijv.
waarin waardoor waarop
). Voorbeelden (de vraagwoorden zijn gecursiveerd):
1Wie heeft dat gedaan?
2Wat ben je kwijt?
3Met wie heb je gesproken?
4De dochter van wie heb je gezien?
5Van welke professor heb je de dochter gezien?
6De dochter van welke professor, zeg je, heb je gezien?
7Wanneer komen jullie?
8Hoe wil je dat probleem oplossen?
9Hoeveel geld heb je nog over?
10Waarmee dacht je dat te betalen?
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In één zin kan ook meer dan één vraagwoord voorkomen, bijv.:
iWie heeft wie bedrogen?
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links