Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.9.3 De bepaling van gesteldheid volgens de handeling
Verder lezen
1
Dit type bepaling van gesteldheid duidt een gesteldheid van het onderwerp of het lijdend voorwerp aan die verband houdt met de door het gezegde uitgedrukte werking, maar niet het gevolg van die werking is.
Heeft de bepaling van gesteldheid betrekking op het onderwerp, dan geeft het gezegde een 'wijze van zijn' aan. Zo kan de zin:
1De soep smaakt heerlijk.
omschreven worden als: 'De soep is heerlijk wat de smaak betreft'.
Heeft de bepaling van gesteldheid betrekking op het lijdend voorwerp, dan betekent de zin, dat volgens de referent van het onderwerp de aangeduide gesteldheid aanwezig is bij de referent van het lijdend voorwerp. Zo kan de zin:
2Maria vindt die plaat erg mooi.
omschreven worden als: 'Volgens Maria is die plaat erg mooi'.
De bepaling van gesteldheid volgens de handeling drukt dikwijls een waardering uit.
2
De taalelementen waarmee de bepaling van gesteldheid volgens de handeling tot uitdrukking gebracht kan worden, zijn de volgende.
  1. Een adjectivische constituent, bijv.:
    3Dat voorstel klinkt heel interessant.
    4Ik zie jou nog niet geslaagd.
    5De juffrouw rekende de som helemaal fout.
    6Men verklaarde het huis onbewoonbaar.
    7Hij acht het nu nog te vroeg conclusies te trekken.
  2. Een naamwoordelijke constituent, bijv.:
    8Hij heet Zwidegarn, maar ze noemen hem Zwi.
    9Ze noemen de onderneming een mislukking.
    10Ze vonden mij een charlatan.
  3. Een door het voegwoord als ingeleide groep, bijv.:
    11Ik beschouw die zaak als afgedaan.
    12De criticus beschouwde dit boek als zijn beste.
    13Hij werd geïdentificeerd als de zoon van de koning.
    Voor het gebruik van het lidwoord bij het substantief in groepen die door als ingeleid worden zie men [4.5.7].
  4. Een voorzetselconstituent; hierbij doen zich verschillende mogelijkheden voor:
    • een voorzetselconstituent met de waarde van een adjectivische constituent (vergelijk(20.1.3.3.7)), bijv.:
      14Wij vonden hem erg in de war.
    • een voorzetselconstituent met voor, bijv.:
      15Men hield hem voor de moordenaar.
      16Ze zagen me aan voor een dief.
      17We maakten hem uit voor bedrieger.
      18Ze schelden me uit voor slappe vaatdoek.
      Voor het gebruik van het lidwoord in zulke gevallen zie men [4.5.7].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links