Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.4.2 De infinitief (onbepaalde wijs)
Verder lezen
1
De infinitief wordt, al dan niet voorafgegaan door te, een (ander) voorzetsel of aan het, gebruikt als deel van een werkwoordelijk gezegde in combinatie met een groepsvormend werkwoord (hulpwerkwoord) [18.5.4] [18.5.5] [18.5.6], bijv.:
1Het regengebied zal morgen ons land bereiken.
2Ze zit een boek te lezen.
3Mevrouw is haar koffers aan het pakken.
4Vader gaat uit vissen.
2
Voorafgegaan door te of om te wordt de infinitief gebruikt als werkwoordsvorm in een beknopte bijzin [19.3], bijv.:
5(Clara antwoordde me) Frits niet te kennen.
6Om dit goed te begrijpen (, moeten we meer van de achtergronden weten.)
7(Aan het verzoek) (om) door te lopen (werd nauwelijks voldaan.)
3
Voorafgegaan door te kan een infinitief in bepaalde gevallen net als een adjectief gebruikt worden als voorbepaling in een naamwoordelijke constituent (zie [14.5.1.2], waar enkele beperkingen op de gebruiksmogelijkheden vermeld worden), bijv.:
8In niet mis te verstane bewoordingen waarschuwde de voorzitter voor de gevolgen.
9Dat was een moeilijk te voorzien probleem.
10De regering kon het niet eens worden over de te nemen maatregelen.
11In een nog nader uit te werken hoofdstuk over de buitenlandse politiek in het interbellum zal dieper op deze kwestie worden ingegaan.
De infinitieven van de werkwoorden doen, gaan, slaan, staan en zien (alsmede afleidingen van en samenstellingen met deze werkwoorden) worden in zulke gevallen verbogen volgens de regels voor de adjectieven (vergelijk 8 met 9); zie hiervoor [6.4.1].
4
De infinitief kan gebruikt worden in de functie van een imperatief. Dit gebruik komt vooral veel voor in opschriften, wanneer de aanspreking niet tot een bepaalde persoon gericht is (zie de voorbeelden 13 t/m 17 en vergelijk (zie 2.4.6, sectie 5). Voorbeelden:
12Doorlopen!
13A.u.b. geen fietsen tegen het raam plaatsen.
14Niets buiten steken.
15Niet roken.
16(Op een deur: ) Duwen /Trekken.
17Voor gebruik schudden.
5
De infinitief komt voor als (deel van een) onvolledige zin. De infinitief kan zowel gebruikt worden als het werkwoord in een volledig gemaakte zin in infinitiefvorm verschijnt (zie 18) als wanneer het werkwoord in dat geval een andere vorm aanneemt (zie 19 en 20):
18A: Wat ga je doen na je eindexamen? B: (Engels) studeren. (= 'Ik ga (Engels) studeren')
19A: Wat doe je op het ogenblik? B: (Engels) studeren. (= 'Ik studeer (Engels)')
20A: Wat heb je in Amerika gedaan? B: (Engels) studeren. (= 'Ik heb (Engels) gestudeerd')
6
In retorische vragen of uitroepende zinnen waarin een bepaalde emotie (bijv. ongelovige verbazing, ergernis) wordt uitgedrukt, kan een infinitief samen met een zinsdeel gebruikt worden dat de functie van onderwerp vervult (en met eventuele andere zinsdelen). De uitroepende zinnen beginnen vaak met en. Voorbeelden:
21Piet een boek lezen? (= 'Piet leest waarschijnlijk nooit een boek')
22Ik dat betalen? (= 'Ik vind het ongehoord dat ik dat zou moeten betalen')
23En dat bed kraken! (= 'Het bed kraakte ontzettend')
24En hij maar in de rij staan! (= 'Hij staat al heel erg lang in de rij (en nu blijkt het nog overbodig ook)')
7
Een infinitief kan ook als substantief optreden (zie voor de substantivering van infinitieven (zie 12.3.1.2/2b), bijv.:
25Het eten valt de patiënt nog steeds moeilijk.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links