Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.5.5 Brengen, maken, krijgen, zetten; hebben, houden
Verder lezen
De werkwoorden brengen, maken, krijgen en zetten, evenals hebben en houden kunnen gecombineerd worden met een lijdend voorwerp + aan het + infinitief (eventueel met een tussengeplaatst lijdend voorwerp). Het lijdend voorwerp van brengen enz. fungeert als geïmpliceerd onderwerp van de infinitief. De combinatie aan het + infinitief duidt bij brengen, maken, krijgen en zetten de toestand aan waarin degene die of datgene wat het geïmpliceerd onderwerp uitdrukt, komt te verkeren (inchoatief aspect) tengevolge van het 'brengen' enz. Het gemeenschappelijk betekeniselement van brengen, maken, krijgen en zetten in deze functie is 'veroorzaken'. Bij hebben en houden gaat het veeleer om een toestand die al bereikt is (resultatief aspect).
Voorbeelden met hebben en houden zijn:
1Ik had de motor net weer aan het lopen, toen de telefoon ging.
2Kun jij die machine zolang aan het draaien houden?
De combinatiemogelijkheden van brengen zijn zeer beperkt. Een voorbeeld is:
3Die opmerking bracht me weer aan het twijfelen.
Het werkwoord maken kan gecombineerd worden met infinitieven die een werking aanduiden die niet het gevolg is van een wilsbesluit van degene die de werking verricht. Heel gebruikelijk zijn: iemand aan het lachen/huilen/schrikken maken, maar bijvoorbeeld ook mogelijk is:
4Als je de baby zo heen en weer schudt, maak je hem aan het hikken.
Bij krijgen en zetten zijn de mogelijkheden ruimer. Het werkwoord krijgen geeft aan dat het (enige) moeite gekost heeft om degene die of datgene wat door het lijdend voorwerp (= geïmpliceerd onderwerp van de infinitief) wordt aangeduid, de werking te laten verrichten die door de infinitief uitgedrukt wordt. De betekenis is dus 'iets/iemand zover krijgen dat...':
5Hij was eerst erg somber, maar we kregen hem gelukkig weer aan het lachen.
6De politie heeft de arrestant eindelijk aan het praten gekregen.
7Na een uur kreeg de monteur de machine weer aan het draaien.
Wat zetten betreft kunnen we stellen, als a = degene die door het onderwerp van zetten wordt aangeduid, b = degene die door het lijdend voorwerp van zetten (= geïmpliceerd onderwerp van de infinitief) wordt aangeduid en c = de werking die door de infinitief wordt uitgedrukt: b doet c omdat a een zeker gezag over b uitoefent. Een voorbeeld:
8Zodra hij thuiskwam, zette moeder hem aan het boontjes afhalen.
Voor de verschillen tussen maken, krijgen en zetten vergelijke men verder de volgende zinnen:
9aDe kinderen kregen opa aan het sprookjes vertellen.
bDe kinderen maakten opa aan het sprookjes vertellen.'sprookjes vertellen' is het gevolg van een wilsbesluituitgesloten
cDe kinderen zetten opa aan het sprookjes vertellen.er is geen gezagsverhoudinguitgesloten
10aDe politie kreeg de arrestant aan het praten.
bDe politie zette de arrestant aan het praten.'praten' is geen gevolg van de gezagsverhoudinguitgesloten
Uit 8 en 9a blijkt dat tussen aan het en de infinitief een lijdend voorwerp geplaatst kan worden (zie [21.6.3.2/1]). Plaatsing vóór aan het is uitgesloten:
11aZodra hij thuiskwam, zette moeder hem boontjes aan het afhalen.uitgesloten
bDe kinderen kregen opa sprookjes aan het vertellen.uitgesloten
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Een lijdend voorwerp kan wel, ongeacht de vorm die het heeft, geïntegreerd worden in een voorzetselconstituent met van, die dan achter de infinitief staat:
iHij zette zijn assistent aan het typen van adressen.
iiDe hoofdassistent zette de aspirant-redacteur aan het excerperen van oude woordenboeken.
De constructie heeft dan echter geen werkwoordelijk karakter meer, er is veeleer sprake van een naamwoordelijke constituent (in i: het typen van adressen), vergelijkbaar met het werk in aan het werk zetten.
Het hier genoemde alternatief komt niet zo gauw voor bij gebruikelijke combinaties zoals sprookjes vertellen en boontjes afhalen als bij minder gebruikelijke combinaties zoals adressen typen en woordenboeken excerperen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links