Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.3.2.8.iv.c.1 Werkwoorden die overgankelijk en onovergankelijk gebruikt kunnen worden
Verder lezen
hebben, hulpwerkwoord van tijd zijn, hulpwerkwoord van tijd Werkwoorden die overgankelijk en onovergankelijk gebruikt kunnen worden zijn onder andere: bedaren, eindigen, genezen, minderen, smelten, stoppen, trouwen, veranderen, verbranden, vermeerderen, verminderen, verteren Bij overgankelijk gebruik worden ze met hebben vervoegd, anders met zijn:
1overgankelijk (a) vs. onovergankelijk (b)
aHij heeft hem eindelijk bedaard.
bHij is eindelijk bedaard.
2aDe dokter heeft hem genezen.
bHij is genezen.
3aDaarna heeft ze de kous geminderd.
bDe pijn is nu geminderd.
4aDe pastoor heeft ons getrouwd.
bWe zijn in december getrouwd.
5aHij heeft het lood gesmolten.
bHet lood was gesmolten.
6aHij moet dat ontwerp veranderd hebben.
bHij is wel erg veranderd.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links