Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.9.1 Inleiding
Verder lezen
De naam 'bepaling van gesteldheid' veronderstelt een eenheid die er niet is. In feite gaat het hier om drie soorten bepalingen, waarover theoretisch nogal wat uiteenlopende opvattingen bestaan. Wanneer we ons aansluiten bij de traditie kunnen we de bepaling van gesteldheid opvatten als een bepaling bij de door het gezegde uitgedrukte werking die tevens betrekking heeft op het onderwerp of het lijdend voorwerp (een enkele keer op het indirect object). Hierdoor verenigt de bepaling van gesteldheid kenmerken in zich van zowel de bijwoordelijke als de bijvoeglijke bepaling.
We onderscheiden traditioneel drie types bepalingen van gesteldheid:
  1. de bepaling van gesteldheid tijdens de handeling (ook wel 'predikatief complement' of 'predikatieve toevoeging' genoemd);
  2. de bepaling van gesteldheid volgens de handeling;
  3. de bepaling van gesteldheid ten gevolge van de handeling (ook wel genoemd 'resultatieve werkwoordsbepaling').
Voorbeelden zijn:
1Hongerig kwam Richard binnen. (bepaling van gesteldheid tijdens de handeling)
2Hij vindt Marianne aardig. (bepaling van gesteldheid volgens de handeling)
3Jan verfde het hekje groen. (bepaling van gesteldheid ten gevolge van de handeling)
Deze drie types worden in de volgende subparagrafen afzonderlijk besproken. (Van het derde type te onderscheiden is het (ruimere) begrip 'resultatief complement': zie [30.3.2.3].)
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Men kan de bepaling van gesteldheid opvatten als een tweede gezegde in de zin, een soort ondergeschikt gezegde. Het gezegde dat de bepaling van gesteldheid is, heeft dan als geïmpliceerd onderwerp: het onderwerp of het lijdend voorwerp van de zin waarin de bepaling van gesteldheid dienst doet. Zo kunnen we zin i beschouwen als te zijn opgebouwd uit het volgende paar zinnen:
i[Richard was hongerig.] - [Richard kwam binnen. ]
De bepaling van gesteldheid hoort hier dus bij het onderwerp. In ii hoort groen bij het lijdend voorwerp; deze zin kunnen we laten uiteenvallen in:
ii[Jan verfde het hekje. ] - [Het hekje werd groen. ]
De bepaling van gesteldheid die betrekking heeft op het lijdend voorwerp van een actieve zin wordt bepaling bij het onderwerp in de ermee corresponderende passieve zin:
iiiHet hekje werd door Jan groen geverfd.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links