Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
19.3.1 Volledige bijzinnen en beknopte bijzinnen
Verder lezen
1
Naast 'gewone', 'volledige' bijzinnen bestaan er beknopte bijzinnen. Beknopte bijzinnen zijn evenals andere bijzinnen zinsdeel of zinsdeelstuk in een grotere zin, maar ze verschillen van de ermee corresponderende (of ermee vergelijkbare) volledige bijzinnen op een aantal punten.
  1. In beknopte bijzinnen is in tegenstelling tot wat in volledige bijzinnen het geval is, het onderwerp niet uitgedrukt. In de volgende voorbeelden bevatten de (a) -zinnen een volledige bijzin, de (b) -zinnen de ermee corresponderende beknopte bijzin (de onderwerpen van de volledige bijzinnen zijn gecursiveerd):
    1aClara antwoordde me dat ze Frans niet kende.
    bClara antwoordde me Frans niet te kennen.
    2aNadat we het paleis bezichtigd hadden, gingen we eten.
    bNa het paleis bezichtigd te hebben, gingen we eten.
  2. Beknopte bijzinnen hebben een gezegde dat geen persoonsvorm, maar in plaats daarvan een infinitief met te of een deelwoord bevat. Voorbeelden:
    3aKarel verbeeldt zich dat hij een nieuwe Einstein is.
    bKarel verbeeldt zich een nieuwe Einstein te zijn.
    4aTerwijl hij luid lachte schonk hij zich een borrel in.
    bLuid lachend schonk hij zich een borrel in.
    5aToen hij eindelijk thuisgekomen was, ging hij meteen naar bed.
    bEindelijk thuisgekomen, ging hij meteen naar bed.
    cEindelijk thuisgekomen (zijnde), ging hij meteen naar bed.
    In een beknopte bijzin zoals eindelijk thuisgekomen in 5b staat strikt genomen een werkwoord te weinig. Het voltooid deelwoord thuisgekomen komt immers niet in de plaats van de persoonsvorm, maar vormt de werkwoordelijke aanvulling uit het oorspronkelijke samengestelde gezegde. Als vervanging van de persoonsvorm geldt het tegenwoordig deelwoord zijnde. Vergelijk 5c met 5b.
    Dat tegenwoordig deelwoord blijft echter - afgezien van vaste uitdrukkingen (zie 2) - in de regel achterwege. Derhalve spreekt men ook in gevallen met alleen een voltooid deelwoord als werkwoordelijk element van een beknopte bijzin.
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    In sommige grammatica's wordt een onderscheid gemaakt tussen zinnen met een alleenstaand tegenwoordig deelwoord en zinnen met een tegenwoordig deelwoord en nog een of meer andere zinsdelen. In het laatste geval spreekt men dan van een beknopte bijzin (zie bijv. 4b), in het eerste geval daarentegen niet, dus bijv. niet bij:
    iLachend schonk hij zich een borrel in.
    iiHij liep vloekend en tierend de kamer uit.
    Er is weinig reden om zo'n onderscheid te maken aangezien men dat bij volledige bijzinnen ook niet doet. Ook deze laatste hoeven immers afgezien van een onderschikkend voegwoord en een onderwerp (dat in een beknopte bijzin komt te vervallen) niet meer dan een gezegde te bevatten. Bovendien kan, zoals uit de voorbeelden blijkt, zowel een deelwoord zonder meer (zoals in i) als een deelwoord met andere elementen erbij (zoals in 4b) precies dezelfde functie vervullen, namelijk die van bepaling van gesteldheid tijdens de handeling. Wij spreken dus niet alleen in het geval van 4b, maar ook in het geval van i en ii van een beknopte bijzin.
  3. Als beknopte bijzinnen door voegwoorden ingeleid kunnen worden - wat niet altijd het geval is, bijv. niet in 1b, 3b, 4b of 5b -, dan zijn dat vaak andere dan die welke volledige bijzinnen inleiden. Zo kunnen in beknopte bijzinnen om , na en alvorens voorkomen, terwijl in een volledige bijzin in die functie respectievelijk dat, nadat en voordat gebruikt worden. Voorbeelden zijn de zinnen 2 en:
    6aHet is voor ons geen schande dat wij arm zijn.
    bHet is voor ons geen schande (om) arm te zijn.
    7aNadat we gegeten hadden, fietsten we weer verder.
    bNa gegeten te hebben, fietsten we weer verder.
    8aVoordat u tekent, dient u alle consequenties van uw besluit te overwegen.
    bAlvorens te tekenen, dient u alle consequenties van uw besluit te overwegen.
    Welke voegwoorden bij gewone bijzinnen en/of beknopte bijzinnen kunnen voorkomen, wordt behandeld in [10]. Voor de weglaatbaarheid van om, zoals in zin 6b, zie men [19.3.3].
    In beknopte bijzinnen met een tegenwoordig deelwoord kan het woord al optreden, ter versterking van de betekenis 'terwijl...' of 'doordat...'. Dit komt vrijwel alleen voor bij werkwoorden die een actieve handeling uitdrukken. Voorbeelden zijn:
    9(Al) wandelend in het bos kwamen we talloze joggers tegen.
    10(Al) zwemmend bereikte hij de overkant.
    11Al doende leert men.
    (vaste uitdrukking, altijd met al) Zonder al daarentegen:
    12Terugkomend op de vraag van zojuist kan ik zeggen dat de vervanging van de uittredende redactieleden nog niet geregeld is. (= 'Wanneer ik terugkom...')
    13Wetend dat de bespreking toch niets meer zou opleveren, beëindigden ze de vergadering. (= 'Omdat ze wisten...')
  4. Soms kunnen of moeten modale hulpwerkwoorden (zoals zullen, willen, moeten) in beknopte bijzinnen wegblijven, terwijl ze in de corresponderende volledige bijzin verplicht aanwezig zijn. Voorbeelden:
    14aDe knecht heeft me beloofd, dat hij die rommel op zou ruimen.
    bDe knecht heeft me beloofd die rommel op te (zullen) ruimen.
    15aIk vroeg (= verzocht) haar dat ze daarmee op zou houden.
    bIk vroeg haar daarmee op te houden.
    16aDe prins gaf hem bevel dat hij zich terug moest trekken.
    bDe prins gaf hem bevel zich terug te trekken.
    Weglating van het hulpwerkwoord kan in bepaalde gevallen tot een dubbele interpretatie van de beknopte bijzin leiden (zie [19.3.2/1]).
  5. In beknopte bijzinnen die nabepaling zijn binnen een naamwoordelijke, een adjectivische of een bijwoordelijke constituent (zie respectievelijk [14.5.3.8/i-ii], [15.3.4] en [16.3.3]), kunnen of moeten verwijzende woorden die in vergelijkbare volledige bijzinnen verplicht aanwezig zijn, wegblijven. Het betreft voornaamwoorden (met de functie van lijdend voorwerp of indirect object) evenals er als eerste deel van een voornaamwoordelijk bijwoord (met diverse functies) die verwijzen naar een element uit de rompzin. Vergelijk (in de volgende voorbeelden corresponderen de volledige en de beknopte bijzinnen niet precies met elkaar; het gaat er alleen om het bedoelde verschijnsel te illustreren):
    17aHet is zo'n leuk kind dat je het zou zoenen. (het verwijst naar kind)
    bHet is een kind om te zoenen.
    18aHet is niet een zodanige wedstrijd dat je erover naar huis zou schrijven. (er verwijst naar wedstrijd)
    bHet is geen wedstrijd om over naar huis te schrijven.
    19aDie groenten zijn er niet voor geschikt dat je ze opeet. (ze verwijst naar die groenten)
    bDie groenten zijn niet geschikt om op te eten.
    20aHet boek is heel leuk voor als je erin wilt grasduinen. (er verwijst naar het boek)
    bHet boek is heel leuk om in te grasduinen.
    21aHet boek is te dik dan dat je het in één avond zou kunnen uitlezen. (het verwijst naar het boek)
    bHet boek is te dik om in één avond uit te lezen.
    22aGroningen is te ver dan dat je er in één dag naartoe zou kunnen rijden. (er verwijst naar Groningen)
    bGroningen is te ver om in één dag naartoe te rijden.
    In beknopte bijzinnen als 18b, 20b en 22b komt dus alleen een voorzetselbijwoord voor en niet een volledig voornaamwoordelijk bijwoord.
2
Geïsoleerd staande gevallen, die beperkt zijn tot formeel taalgebruik, zijn de volgende:
23IJs en weder dienende gaat de wedstrijd door.formeel
24(De deur) gesloten zijnde, vervoege men zich op nr. 12.formeel
25Dit gezegd zijnde stel ik voor alvast met de werkzaamheden te beginnen.formeel
26Eenmaal alles afgehandeld zijnde zullen we onze aandacht richten op het vervolgtraject.formeel
27 Staande de vergadering werd tot opheffing van de redactie besloten.formeel
Men spreekt in deze gevallen van absolute constructies. De gecursiveerde bijzinnen zijn hier respectievelijk te omschrijven als:
Als ijs en weder dienen... Als de deur gesloten is... Nu dit gezegd is... Nadat/als alles afgehandeld is... en Terwijl de vergadering stond... (' bezig was')
In 23 en 27 hebben we te maken met vaste uitdrukkingen. Strikt genomen gaat het in al deze gevallen niet om beknopte bijzinnen, aangezien het onderwerp wel degelijk uitgedrukt is (dat onderwerp is hier nooit hetzelfde als dat van de hogere zin). Zin 24 is overigens zonder het onderwerp de deur niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar. Deze absolute constructie kan beter niet op deze manier gebruikt worden.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Beperkt tot regionale taal (in België) is het gebruik van beknopte bijzinnen met een vraagwoord en een voltooid deelwoord in plaats van een afhankelijke vraagzin (een volledige bijzin) of een beknopte bijzin met een vraagwoord en een infinitief met te bij (niet) weten:
iaHij wist niet wat hij moest doen.
bHij wist niet wat te doen.
cHij wist niet wat gedaan.regionaal
3
Niet altijd bestaat er naast een volledige bijzin een corresponderende beknopte bijzin; dit geldt bijv. voor bijzinnen ingeleid door omdat of zodat. Anderzijds komen er beknopte bijzinnen voor zonder een volledige pendant (althans in dezelfde betekenis). Zie bijv. de zinnen 17 t/m 22. Iets dergelijks is ook het geval bij het werkwoord proberen (vergelijk [18.5.4.17]), bijv. 28a-b. In dit verband moet ook vermeld worden dat er een verschil is tussen een beknopte bijzin met een infinitief met te, zoals in 28b, en een werkwoordgroep met een infinitief met te als deel, zoals in 28c:
28aHij heeft nog geprobeerd dat hij de deur zo snel mogelijk dichtdeed.uitgesloten
bHij heeft nog geprobeerd (om) de deur zo snel mogelijk dicht te doen.
cHij heeft de deur nog zo snel mogelijk dicht proberen te doen.
Zie hiervoor [18.5.1.2/1], gevallen [b ] -[c]-[d].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links