Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.4.8 Zien, horen, voelen, (ruiken)
Verder lezen
1
De groepsvormende werkwoorden zien, horen en voelen kunnen gecombineerd worden met alleen een infinitief (altijd zonder te) of, wat vaker voorkomt, met een infinitief en één tot drie naamwoordelijke constituenten (zie [18.5.4.1/i]). Ruiken kan zich bij deze werkwoorden aansluiten, maar is beperkt in gebruik (zie 4). Deze werkwoorden drukken een zintuiglijke waarneming uit; ze worden waarnemingswerkwoorden (verba sentiendi) genoemd.
We illustreren een en ander aan de hand van het werkwoord horen:
1aIk hoor zingen.
bIk hoor Els zingen.
cIk hoor Els een liedje zingen.
dIk hoor een liedje zingen.
eIk hoor haar zingen.
De genoemde werkwoorden zijn verplicht groepsvormend:
2aIk zei dat ik Els een liedje hoorde zingen.
bIk zei dat ik hoorde Els een liedje zingen.uitgesloten
Het getalsonderwerp van het groepsvormend werkwoord (in zin 1 ik) is niet tevens het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief; als zodanig fungeert het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp van de zin. Gaat het daarbij om een naamwoordelijke constituent die uit een voornaamwoord bestaat, dan heeft dat dus de niet-onderwerpsvorm. Vergelijk 1e en 1b hierboven. Het element dat als onderwerp van de infinitief fungeert, kan expliciet in de zin aanwezig zijn (zoals in 1b en 1c: Els en in 1e: haar) of het kan aangevuld worden (zoals in 1a en 1d, bijv. Ik hoor iemand (een liedje) zingen). Het is duidelijk dat een liedje in 1d niet het geïmpliceerd onderwerp van zingen is, terwijl Els in 1b dat wel is. Dat blijkt uit het feit dat 3a mogelijk is, maar 3b niet:
3aEls zingt.
bEen liedje zingt.uitgesloten
Een enkele keer kan een nominale constituent op zichzelf beschouwd onderwerp én lijdend voorwerp van de infinitief zijn, zoals in:
4Ik hoor de negende spelen.
waarin de negende'de negende kandidaat in het muziekconcours' kan zijn (geïmpliceerd onderwerp van spelen), of 'de negende symfonie (bijvoorbeeld van Beethoven)' (lijdend voorwerp vanspelen; aan te vullen onderwerp bijv.: het orkest). Context en/of situatie zullen hier vrijwel altijd de dubbelzinnigheid opheffen. Zie verder [18.5.4.1/i2].
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Wat hier over het onderwerp gezegd wordt sluit natuurlijk niet uit dat getalsonderwerp én geïmpliceerd onderwerp dezelfde persoon als referent kunnen hebben. In dat geval moet er een wederkerend voornaamwoord (uiteraard in de voorwerpsvorm) gebruikt worden. Voorbeelden:
iIk zie mezelf naast de tafel staan.
iiIk zie me al op het toneel staan.
iiiIk hoor het me nog zeggen.
In zin i heeft zien de letterlijke betekenis 'waarnemen' (bijv. op een foto of in een spiegel) - in dat geval moet de met -zelf versterkte vorm van het wederkerend voornaamwoord gebruikt worden -, in de zinnen ii en iii hebben zien en horen een afgeleide betekenis 'zich niet, respectievelijk nog wel kunnen voorstellen, voor de geest kunnen halen' - hier kan de onbeklemtoonde neutrale vorm van het wederkerend voornaamwoord gebruikt worden (zie [2.2.4/4]).
2
Behalve met een infinitief kunnen zien, horen, voelen en ruiken gecombineerd worden met een lijdend-voorwerpszin, ingeleid door het voegwoord dat. Ze zijn dan uiteraard niet groepsvormend gebruikt. Er is bovendien een betekenisverschil tussen de infinitiefconstructie en de bijzin; vooral bij de werkwoorden horen en zien is dit verschil duidelijk aanwezig. Voorbeelden:
5aIk zag Jan in bad zitten. (groepsvormend)
bIk zag dat Jan in bad zat.
Zin 5a betekent dat de spreker Jan zelf ziet, zin 5b hoeft die betekenis niet te hebben. Als de spreker bijvoorbeeld ziet dat de badkamerdeur op slot is en reden heeft om aan te nemen dat Jan degene is die in bad zit, dan is zin 5b wel van toepassing en zin 5a niet. Zien in 5b betekent dan zoiets als 'constateren' en niet 'met de ogen waarnemen' als in 5a. Een soortgelijke dubbelzinnigheid vertonen horen en voelen; wanneer horen'vernemen' betekent en voelen'de indruk hebben', dan krijgen ze geen infinitief en is alleen een dat -zin mogelijk (de (b) -zinnen van de voorbeelden 6 t/m 8 hieronder):
6aIk hoor Jan piano spelen. (groepsvormend)
bIk hoor dat Jan piano speelt.
7aIk voel mijn eksteroog steken. (groepsvormend)
bIk voel dat je ongelijk hebt.
In zin 6a hoort de spreker Jan wel degelijk, met zin 6b kan evenwel ook heel goed bedoeld zijn dat Jan wel eens piano speelt en dat dat de spreker ter ore gekomen is. Geheel in overeenstemming met wat we op grond van het voorgaande kunnen verwachten, zien we dat ook een zin als 8a niet acceptabel is; immers met horen kan in 8 alleen 'vernemen' bedoeld zijn.
8aIk hoorde de uitnodiging te laat komen.uitgesloten
bIk hoorde dat de uitnodiging te laat kwam.
3
Zien en voelen kunnen ook in de imperatief met een infinitief gecombineerd worden:
9Zie hem daar eens staan.
10Voel mijn pols eens snel kloppen.
De imperatiefvorm hoor gedraagt zich enigszins anders; zie [18.5.4.9].
4
De gebruiksmogelijkheden van ruiken + infinitief zijn zeer beperkt. Niet alle taalgebruikers zijn het eens over de aanvaardbaarheid van een zin als:
11Ik ruik iets aanbranden.twijfelachtig
Zonder naamwoordelijke constituent bij de infinitief kan ruiken in ieder geval niet gebruikt worden; vergelijk met 11:
12Ik ruik aanbranden.uitgesloten
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links