Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
22.2.1 Karakterisering
Verder lezen
1
Het zogenaamde 'echte' passief komt in het algemeen voor bij overgankelijke werkwoorden. Voorbeelden zijn:
1De kandidaat-ministers worden in een limousine naar het pre-constituerend beraad gereden.
2Deze paragraaf is net als alle andere geschreven door de ANS-redactie.
3(Wat ruikt het hier vreemd.) Wordt hier soms hasj gerookt?
4Zijn laarzen waren helemaal kapotgelopen.
Voorzover er sprake kan zijn van een actieve pendant correspondeert het grammaticale onderwerp van dergelijke 'echte' passieve zinnen met het lijdend voorwerp in actieve zinnen op de wijze zoals beschreven in [22.1/3].
Enkele categorieën van overgankelijke werkwoorden laten geen passiefvorming toe: zie hiervoor [2.2.3/3].
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Een bijzonder geval vormt een zin als i:
iDe studenten worden verondersteld de stof volledig te beheersen.
Het grammaticale onderwerp van deze passieve zin, dat tevens geïmpliceerd onderwerp is van de beknopte bijzin, correspondeert hier niet met het lijdend voorwerp van de mogelijke actieve pendant (de dat -zin), maar met het onderwerp uit die bijzin. Vergelijk met i:
iiDe docent/men veronderstelt dat de studenten de stof volledig beheersen.
Als directe passieve pendant van ii kan iii gelden, waarin de bijzin (in niet-beknopte vorm) overeenkomstig de regel grammaticaal onderwerp is:
iiiDoor de docent wordt verondersteld/er wordt verondersteld dat de studenten de stof volledig beheersen.
Een soortgelijk voorbeeld is:
ivWe worden niet geacht daarbij aanwezig te zijn.
zij het dat hier geen actieve pendant tegenover staat.
2a
In passieve zinnen die corresponderen met actieve zinnen met twee voorwerpen (een lijdend voorwerp en een indirect object) treedt het (actieve) lijdend voorwerp als grammaticaal onderwerp van de passieve zin op. Dat is altijd het geval als het indirect object een voorzetselconstituent is en meestal ook - maar zie b hierna - als het een naamwoordelijke constituent (dus een meewerkend voorwerp zonder aan of een bepaling van belang zonder voor) is. Het indirect object van de actieve zin is dan bijgevolg ook indirect object in de passieve zin. Vergelijk:
5aGuido gaf de tekst terug aan Maarten. (actief)
bDe tekst werd door Guido aan Maarten teruggeven. (passief)
6aDe politie bood de overvallers een vrijgeleide aan. (actief)
bDe overvallers werd door de politie een vrijgeleide aangeboden. (passief)
Het lijdend voorwerp van de actieve zin (in 5a de tekst en in 6a een vrijgeleide) is grammaticaal onderwerp in de overeenkomstige (b) -zin. Met het actieve onderwerp Guido uit 5a correspondeert in 5b door Guido en met het onderwerp de politie uit 6a door de politie in 6b. Tot zover zijn deze voorbeelden vergelijkbaar met die in [22.1/3]. De voorzetselconstituent aan Maarten is indirect object in de actieve zin 5a en vervult diezelfde zinsdeelfunctie in de passieve zin 5b. De naamwoordelijke constituent de overvallers is indirect object zowel in 6a als in 6b.
De relatie tussen dergelijke passieve zinnen en hun actieve pendanten kan voorgesteld worden zoals in schema 22.2.
schema 22.2:De structurele relatie tussen actieve en passieve zinnen met een indirect object.
actief: onderwerp lijdend voorwerp indirect object
passief: (door -bepaling) onderwerp indirect object
Andere voorbeelden van passieve zinnen met een indirect object zijn:
7Als beloning werd hem een boekenbon geschonken.
8Onze zonden werden ons vergeven.
9Mij is altijd voorgehouden dat ik beleefd moet zijn.
10Er werd hun een lekkere maaltijd bereid.
2b
Bij een beperkt aantal passieve zinnen die corresponderen met een actieve zin waarin een indirect object in de vorm van een naamwoordelijke constituent voorkomt, doet zich een extra mogelijkheid voor: in plaats van het lijdend voorwerp uit de actieve zin kan ook het indirect object als grammaticaal onderwerp van de passieve zin fungeren. In dat laatste geval verschijnen persoonlijke voornaamwoorden in de onderwerpsvorm (dus ik in plaats van mij of zij/ze in plaats van hun, enz.) en congrueert de persoonsvorm met dit grammaticale onderwerp. Beide mogelijkheden komen naast elkaar voor. Een bekend controversieel geval vormen passieve zinnen met het werkwoord verzoeken, zoals 11c versus 11b:
11aNa afloop verzocht men de aanwezigen/hun de zaal zo spoedig mogelijk te verlaten. (actief)
bNa afloop werd de aanwezigen/hun verzocht de zaal zo spoedig mogelijk te verlaten. (passief)
cNa afloop werden de aanwezigen/ze verzocht de zaal zo spoedig mogelijk te verlaten. (passief)
In de passieve zin 11b is het lijdend voorwerp uit de actieve zin 11a (de zaal zo spoedig mogelijk te verlaten) grammaticaal onderwerp, in de passieve zin 11c niet: daar doet het indirect object uit 11a (de aanwezigen/hun) dienst als grammaticaal onderwerp, getuige de meervoudige persoonsvorm werden en het gebruik van ze. Over de aanvaardbaarheid van constructies als 11c en de (c) -zinnen die hieronder volgen, bestaat evenwel discussie: zie onder c.
De constructies waarom het hier gaat, hebben met elkaar gemeen hebben dat het lijdend voorwerp uit de actieve zin geen of geen duidelijk herkenbare naamwoordelijke constituent is, terwijl het indirect object dat wel is (het lijdend voorwerp is bijv. een beknopte bijzin of geen zelfstandig zinsdeel, maar deel van een uitdrukking of vaste verbinding; soms is er zelfs helemaal geen lijdend voorwerp). We onderscheiden vier types. Om een en ander te verduidelijken laten we ook de nu volgende passieve zinnen telkens door een actieve pendant voorafgaan, andermaal zonder te willen suggereren dat actief en passief dezelfde gebruikswaarde hebben.
  1. Het eerste type betreft zinnen met een werkwoord met een communicatief betekeniselement dat een vorm van 'verzoeken', 'bevelen' of ' aanraden' (of het tegendeel) uitdrukt (zie [20.4.2/1], [b]); het voorwerp dat in de actieve zin naast het indirect object voorkomt, heeft ofwel de vorm van een beknopte bijzin (als lijdend voorwerp), ofwel van een voorzetselconstituent (als voorzetselvoorwerp). Voorbeelden zijn respectievelijk de zinnen 11 t/m 13 en 14 en 15:
    12aMen raadt de automobilisten aan de E5 zoveel mogelijk te vermijden. (actief)
    bDe automobilisten wordt aangeraden de E5 zoveel mogelijk te vermijden. (passief)
    cDe automobilisten worden aangeraden de E5 zoveel mogelijk te vermijden. (passief)
    13aMen verweet ons onvoldoende ons best te doen. (actief)
    bOns werd verweten onvoldoende ons best te doen. (passief)
    cWe werden verweten onvoldoende ons best te doen. (passief)
    14aWe hebben de redactieraadsleden regelmatig om advies gevraagd. (actief)
    bDe redactieraadsleden is regelmatig om advies gevraagd. (passief)
    cDe redactieraadsleden zijn regelmatig om advies gevraagd. (passief)
    15aDe rijkswacht vroeg de tegengehouden vreemdelingen naar hun identiteit. (actief)
    bDe tegengehouden vreemdelingen werd naar hun identiteit gevraagd. (passief)
    cDe tegengehouden vreemdelingen werden naar hun identiteit gevraagd.
    Als ook het tweede voorwerp van de actieve zin in de vorm van een naamwoordelijke constituent optreedt, dan is alleen een passieve constructie zoals in de (b) -zinnen mogelijk. Vergelijk 16 (met het voornaamwoord dat als lijdend voorwerp) en 17 (met als lijdend voorwerp het voornaamwoord zoiets) respectievelijk met 11 en 15:
    16aNa afloop verzocht men ons dat. (actief)
    bNa afloop werd ons dat verzocht. (passief)
    cNa afloop werden we dat verzocht.uitgesloten
    17aMen vraagt autochtonen zoiets zelden. (actief)
    bAutochtonen wordt zoiets zelden gevraagd. (passief)
    cAutochtonen worden zoiets zelden gevraagd.uitgesloten
  2. Een tweede type vormt het volgende min of meer geïsoleerde geval:
    18aVolgens hem moet men kandidaat-bewindslieden erop wijzen dat ze na hun ambtsperiode niet te snel een baan mogen aannemen. (actief)
    bVolgens hem moet kandidaat-bewindslieden erop worden gewezen dat ze na hun ambtsperiode niet te snel een baan mogen aannemen. (passief)formeel
    cVolgens hem moeten kandidaat-bewindslieden erop worden gewezen dat ze na hun ambtsperiode niet te snel een baan mogen aannemen. (passief)
    Hoewel wijzen (op) niet geldt als een gezegde dat met een indirect object verbonden wordt, kan kandidaat-bewindslieden wel als zodanig opgevat worden. In ieder geval bestaan ook hier in principe twee constructiemogelijkheden. Kandidaat-bewindslieden is weer de enige naamwoordelijke constituent uit de hoofdzin; het tweede voorwerp is een voorzetselvoorwerp (als voorlopig voorzetselvoorwerp treedt het equivalent van een voorzetselconstituent op, namelijk een voornaamwoordelijk bijwoord).
  3. In een derde type gaat het om gevallen van een gezegde met een indirect object die bijzonder zijn doordat het lijdend voorwerp niet aanwezig is. Voorbeelden zijn:
    19aOp ons bellen deed een kalende heer met een vriendelijk gezicht ons open. (actief)formeel
    bOp ons bellen werd ons opengedaan door een kalende heer met een vriendelijk gezicht. (passief)formeel
    cOp ons bellen werden we opengedaan door een kalende heer met een vriendelijk gezicht. (passief)
    20aWe zullen alle belangstellenden tezijnertijd nader berichten. (actief)
    bAlle belangstellenden zal tezijnertijd nader bericht worden. (passief)formeel
    cAlle belangstellenden zullen tezijnertijd nader bericht worden. (passief)
    Is er wel een tweede voorwerp in de zin aanwezig, dan is er nog maar één constructiemogelijkheid. Vergelijk respectievelijk met 19 en 20:
    21aEen kalende heer met een vriendelijk gezicht deed ons de deur open. (actief)formeel
    bOns werd de deur opengedaan door een kalende heer met een vriendelijk gezicht. (passief)formeel
    cWe werden de deur opengedaan door een kalende heer met een vriendelijk gezicht.uitgesloten
    22aWe sturen alle belangstellenden tezijnertijd een bericht. (actief)
    bAlle belangstellenden wordt tezijnertijd een bericht gestuurd. (passief)
    cAlle belangstellenden worden tezijnertijd een bericht gestuurd.uitgesloten
  4. Tot een vierde type behoren ten slotte zinnen waarin weliswaar een naamwoordelijke constituent als lijdend voorwerp voorkomt, maar waarbij het telkens om een bijzonder soort lijdend voorwerp gaat: het betreft een naamwoordelijke constituent die deel is van een werkwoordelijke uitdrukking (de mantel uitvegen, de loef afsteken, de deur wijzen, de raad geven (vergelijk dit laatste geval met 12). Voorbeelden zijn:
    23aHet Vaticaan veegde tot twee maal toe de Nederlandse bisschoppen de mantel uit. (actief)
    bTot twee maal toe werd de Nederlandse bisschoppen door het Vaticaan de mantel uitgeveegd. (passief)
    cTot twee maal toe werden de Nederlandse bisschoppen door het Vaticaan de mantel uitgeveegd. (passief)
    24aEnkele jongens uit de andere ploeg staken hun de loef af. (actief)
    bHun werd de loef afgestoken door enkele jongens uit de andere ploeg. (passief)
    cZe werden de loef afgestoken door enkele jongens uit de andere ploeg. (passief)
    25aWe hebben enkele keren geprobeerd de burgemeester te spreken te krijgen, maar men wees ons telkens de deur. (actief)
    bWe hebben enkele keren geprobeerd de burgemeester te spreken te krijgen, maar ons werd telkens de deur gewezen. (passief)
    cWe hebben enkele keren geprobeerd de burgemeester te spreken te krijgen, maar we werden telkens de deur gewezen. (passief)
    26aMen geeft hun de raad de E5 zoveel mogelijk te vermijden. (actief)
    bHun wordt de raad gegeven de E5 zoveel mogelijk te vermijden. (passief)
    cZe worden de raad gegeven de E5 zoveel mogelijk te vermijden. (passief)
Niet tot een van de genoemde types behoort een zin als 27, waarin we te maken hebben met een regulier lijdend voorwerp (het pistool). Toch komt ook in een dergelijk geval de (c) -constructie voor. Vergelijk:
27aDe politie maakte hun het pistool afhandig. (actief)
bHun werd het pistool afhandig gemaakt. (passief)
cZe werden het pistool afhandig gemaakt. (passief)
c
Hoewel constructies als de (c) -zinnen hierboven (vooral die van type [1]) regelmatig voorkomen, achten niet alle taalgebruikers dergelijke zinnen met verschuiving van indirect object naar grammaticaal onderwerp acceptabel. Tegen dergelijke constructies hoeft echter zeker niet in alle gevallen bezwaar gemaakt te worden: er zijn zinnen met een naamwoordelijke constituent als hier bedoeld in onderwerpsfunctie, aan de aanvaardbaarheid waarvan niemand zal twijfelen, bijv.:
28Men wordt dringend verzocht geen waardevolle zaken op z'n werkkamer achter te laten.
(Het voornaamwoord men kan alleen maar onderwerp zijn.)
Ook in passieve zinnen met het werkwoord gehoorzamen (waarvan het voorwerp als meewerkend voorwerp te beschouwen is; zie [20.4.2/1]) kan het (actieve) meewerkend voorwerp uitsluitend als onderwerp optreden. Vergelijk:
29aDe jongeren gehoorzamen de ouderen tegenwoordig niet meer. (actief)
bDe ouderen wordt tegenwoordig niet meer gehoorzaamd (door de jongeren).uitgesloten
cDe ouderen worden tegenwoordig niet meer gehoorzaamd (door de jongeren).
Er lijkt hier een zekere ontwikkeling gaande te zijn. Het is daarom niet duidelijk waar de grenzen van het aanvaardbare liggen. Sommige (c) -zinnen zijn gewoner dan andere. Als men een passieve zin wil gebruiken, kan men bij twijfel voorzichtigheidshalve dan ook het beste voor de (b) -variant kiezen (voorzover die mogelijk is). Een mogelijkheid om het keuzeprobleem te vermijden is het gebruik van een voorzetselconstituent (een meewerkend voorwerp met aan of een bepaling van belang met voor) in plaats van een naamwoordelijke constituent, bijv.:
30Na afloop werd aan de aanwezigen verzocht de zaal zo spoedig mogelijk te verlaten.
31Aan automobilisten wordt aangeraden de E5 zoveel mogelijk te vermijden.
32Op ons bellen werd voor ons opengedaan door een kalende heer met een vriendelijk gezicht.
Deze mogelijkheid is evenwel niet altijd gebruikelijk, bijvoorbeeld niet in het volgende geval:
33Aan de ouderen wordt tegenwoordig niet meer gehoorzaamd (door de jongeren).
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In de zinnen 14b, 15b, 18b, 19b en 20b ontbreekt een grammaticaal onderwerp. Zulke passieve zinnen kunnen dan ook tot de zogenaamde onechte of onpersoonlijke passieven gerekend worden (vergelijk [22.3]).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links