Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
7.1.1.2 Onbepaalde hoofdtelwoorden
Terwijl de bepaalde hoofdtelwoorden gebruikt worden voor het noemen van een precies aantal, worden onbepaalde hoofdtelwoorden gebruikt voor een niet precies gespecificeerd (groot of klein) aantal.
Tot de onbepaalde hoofdtelwoorden rekenen we:
Hun gebruik wordt geïllustreerd in de volgende voorbeelden:
1De uitverkoop trekt veel klanten.
2We merken dat er meer honden zijn met gedragsproblemen.
3De meeste mensen in mijn omgeving trekken zich het lot van migranten erg aan.
4We hadden weinig spullen bij ons.
5Hij kreeg in totaal minder stemmen dan zijn opponent.
6De ploeg die de minste fouten maakt, wint.
7De vijand mocht niet weten hoeveel kernwapens een land ter beschikking stonden.
8Het is fantastisch dat zoveel mensen geïnteresseerd zijn.
9Enkele IJslanders hebben een begin gemaakt met het organiseren van zogenoemde walvissafari's.
10Haar zaak werd al ettelijke keren door inbrekers bezocht.
11Volgens de politie was de brand op meerdere plaatsen aangestoken.
12Verscheidene dier- en plantensoorten zullen zich niet kunnen aanpassen.
13Het aanbod is hem verschillende keren gedaan.
14Er zijn talloze manieren om houten delen met elkaar te verbinden.
15De winkel verkoopt tig soorten gerookte zalm. vooral in NN: informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten, vooral in het Nederlands-Nederlands en vooral in het informele taalgebruik.
Het is niet gemakkelijk om de categorie van onbepaalde telwoorden precies af te bakenen. Het is een groep woorden die niet allemaal op precies dezelfde manier gebruikt kunnen worden.
De taalkundige C.H. Den Hertog (1973: 144) noemt ze ‘een enigszins bonte groep’.
In de taalkundige literatuur zijn dan ook andere afbakeningen te vinden, waardoor de groep van onbepaalde telwoorden groter, of juist kleiner, uitvalt.
In de vorige versie van de ANS werden alleen de vormen in (1)-(8) en (15) tot de onbepaalde telwoorden gerekend: veel, meer, meest; weinig, minder, minst; hoeveel, zoveel; en tig. Enkele, ettelijke, verscheidene, verschillende en talloze werden opgevat als onbepaalde voornaamwoorden; meerdere werd niet besproken.
Zo worden bijvoorbeeld alle, elke, enige, genoeg, iedere, sommige, voldoende, wat en zat ook wel eens tot de onbepaalde telwoorden gerekend,
Zie bijvoorbeeld Rijpma & Schuringa (1972: 125), Kraak & Klooster (1968: 115-117), Den Hertog (1973: 144-146) en Genootschap Onze Taal (1996: 43-44). Rijpma & Schuringa en het Genootschap Onze Taal gebruiken de constructie Ik heb er – om te bepalen wat een telwoord is.
maar wij vatten die op als onbepaalde voornaamwoorden.
Nog weer een andere classificatie vinden we bij Broekhuis & Den Dikken (2012; vgl. ook Vandeweghe 2004: 174-175). Broekhuis & Den Dikken onderscheiden helemaal geen onbepaalde hoofdtelwoorden (noch onbepaalde rangtelwoorden), maar scharen veel van de hier genoemde vormen onder de categorie ‘kwantificeerders’, zoals de existentiële kwantificeerders  enkele, ettelijke, meerdere, verscheidene en verschillende, maar ook enige, sommige en wat, de universele kwantificeerders  alle, iedere en elke, en de 'degree'-kwantificeerders  veel, weinig, genoeg, voldoende en zat.
Onze afbakening van onbepaalde hoofdtelwoorden is gebaseerd op de volgende argumenten: net als bepaalde hoofdtelwoorden, maar anders dan onbepaalde voornaamwoorden, kunnen onbepaalde hoofdtelwoorden voorkomen in de constructie de X mooie bloemen, zijn ze vrijwel alleen maar te combineren met zelfstandige naamwoorden in het meervoud, en duiden ze een (grote of kleine) hoeveelheid aan.
Verder lezen
De X mooie bloemen
Om onbepaalde telwoorden van onbepaalde voornaamwoorden te onderscheiden gebruiken we de volgende constructie als test: [de X adjectief substantief], bijv. de X mooie bloemen.
Deze test, zie De Schutter (1994), maakt onderscheid tussen woorden als drie, beide, enkele en vele enerzijds, die wél na een lidwoord kunnen komen, en woorden als alle en sommige anderzijds, die dat niet kunnen (zie ook Vandeweghe 2004: 172-175 over 'determinerende en kwantificerende uitdrukkingen in de plaats van of naast de lidwoorden').
Net als bepaalde hoofdtelwoorden (bijv. drie) kunnen onbepaalde telwoorden volgen op het lidwoord de in deze constructie, terwijl dat niet mogelijk is in het geval van onbepaalde voornaamwoorden, zoals alle of enige:
De voldoende mooie bloemen is wel mogelijk, maar alleen in een lezing waarin voldoende het adjectief mooie modificeert. Enige in de enige mooie bloemen heeft niet de betekenis van een hoeveelheidswoord (nl. ‘een klein aantal’), maar van een bijvoeglijk naamwoord (nl. ‘uniek’).
16ade drie/twaalf/honderd/beide mooie bloemen
bde vele/weinige/ettelijke/enkele/meerdere/verschillende/verscheidene/talloze/tig mooie bloemen
cde alle/sommige/genoeg/enige/elke/iedere/voldoende/zat/wat mooie bloemenuitgesloten
MB: Hier zou ik dan doorgaan met een alinea gebaseerd op de extra over determinatie en kwantificatie [wat nu in de extra direct hieronder staat], maar dan begrijpelijk voor de leek. Dat moet Kathy misschien zelf doen. Ik heb namelijk het idee dat hierin een inhoudelijke (functionele/betekenisvolle) karakterisering wordt gegeven van wat een hoofdtelwoord is/doet, of het nu een bepaald of onbepaald hoofdtelwoord is. Het lijkt een semantische basis te geven voor het onderscheid tussen onbepaalde hoofdtelwoorden en onbepaalde voornaamwoorden dat we hier maken. Maar het is nu nog veel te moeiljik voor de leek. En dan een noot met een verwijzing naar Vandeweghe. / UPDATE: Deze alinea is nu hieronder toegevoegd, en de extra over determinatie/kwantificatie is verwijderd.
De test is niet helemaal waterdicht, want meer en minder kunnen er niet in worden gevoegd,
De constructie de minder mooie bloemen (en in mindere mate de meer mooie bloemen) kan enkel gebruikt worden in het geval waarbij minder het adjectief mooie modificeert (dus [minder mooie] bloemen), maar niet als minder het substantief bloemen modificeert (dus de minder bloemenuitgesloten).
FL ik heb van 'minder mooie bloemen' gemaakt '[minder mooie] bloemen', en 'de' toegevoegd. Ook aan het laatste voorbeeld, want 'minder bloemen' op zich is correct. Ikheb ook 'uitgesloten' toegevoegd.
net zo min als zoveel en hoeveel. We beschouwen deze woorden toch als onbepaalde hoofdtelwoorden, omdat het gaat om de vergrotende trappen van veel en weinig, en combinaties met veel.
Combinatie met substantieven in het meervoud
Een ander argument om ettelijke, enkele, meerdere, verschillende, verscheidene, talloze en tig vooral in NN: informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten, vooral in het Nederlands-Nederlands en vooral in het informele taalgebruik. tot de onbepaalde hoofdtelwoorden te rekenen is dat ze, net als de bepaalde hoofdtelwoorden, uitsluitend met zelfstandige naamwoorden in het meervoud kunnen voorkomen.
Combinaties van tig met een niet-telbaar substantief komen wel voor, zij het sporadisch. Zo vinden we in het CHN één attestatie van tig bier (nl. Vast bedacht na tig bier, baco's en eenzame nachten). Bier vormt echter een uitzondering omdat het ook wel met een bepaald telwoord gecombineerd kan worden (bijv. twee bier graag), waarbij men de zin zou kunnen aanvullen met glazen (nl. twee glazen bier graag); zie ook drie koffie en het gebruik van tig in een nominale constituent.Dit is in schijnbare tegenspraak met wat je schrijft in 7.1.2.1 onder voorbeeld 38. Daar schrijf je dat 'tig' wel met maat/tijd/frequentie in het ev kan voorkomen: tig jaar. UPDATE: FL ik heb een link naar 7.1.2.1 toegevoegd, over 'tig jaar'.
In enkele vaste uitdrukkingen wordt meerdere nog wel gecombineerd met een substantief in het enkelvoud, zoals voor meerdere uitleg vatbaar, in (min(dere) of) meerdere mate, en ter (of tot) meerdere eer (en glorie) van.
De onbepaalde voornaamwoorden al(le), sommig(e), enig(e), genoeg, voldoende, zat en wat, daarentegen, kunnen daarnaast ook met niet-telbare substantieven gecombineerd worden; elk(e) en ieder(e) zijn alleen te combineren met substantieven in het enkelvoud:
17aSandra, Koen en Oscar doken onmiddellijk de speelruimte in, om alle speelgoed uit te proberen.
bWaarom gaat sommige wijn beter smaken na een aantal jaren rijpen?
Internet  geraadpleegd op 20-09-2022
cGa je echter de koude opzoeken, dan kan enig speelgoed voor binnen van pas komen. vooral in BN Deze vorm komt vooral in het Belgische Nederlands.
Internet  geraadpleegd op 20-09-2022
dOver de gekookte inktvis gaat wat olijfolie, dikke korrels zout en flink wat peper.
eNu blijkt dat er zat geld is, maar dat ze van onze centen kunststukjes willen kopen. in NN Deze vorm komt geregeld vooral voor in het Nederlands-Nederlands.
fDan hebben we genoeg zand en water en hoeft niemand een extra park aan te leggen.
gAls een café voldoende bier belooft en de brouwer volgt niet, dan mort het dorstige volk.
hElke hoop op een overwinning leek vervlogen.
iHet land waarschuwde iedere agressie met een 'sterk antwoord' te vergelden.
FL. Ik heb een aantal voorbeelden verwijderd voor de overzichtelijkheid. Nu is er van elk voornaamwoord 1 vb. Ik heb een chn-zin met elke en iedere toegevoegd. NB hierdoor zijn wel de voorbeelden met 'al het' en het Vlaamse 'sommig speelgoed' gesneuveld, maar ik zie niet waarom die speciaal zijn. Andere combinaties met elke/iedere ik aantrof in het CHNI: agressie, gevoel, hoop, bier, buit, genot, beleid. UPDATE: akkoord KR
Veel en weinig (en hun trappen van vergelijking, alsook hoeveel, zoveel, zie par. 7.1.2.1) gedragen zich hierin overigens juist anders dan bepaalde hoofdtelwoorden. Zij kunnen juist gemakkelijk gecombineerd worden met niet-telbare substantieven:
Zie Smessaert (2014:85) over het verschil tussen de meeste en het meeste.
MB. Hier ook nog iets zeggen over hoeveel en zoveel? En hoe zit het eigenlijk met hoe weinig en zo weinig? NB In 7.1.2.1 voorbeelden 36-38 noem je expliciet dat veel/meer/meest, weinig/minder/minst, hoeveel en zoveel met zowel ev als mv kunnen voorkomen. UPDATE: Zin hierboven is uitgebreid, en een verwijzing naar 7.1.2.1 is toegevoegd.
18aEn er werd gedronken, veel wijn en vooral veel bier.
bEn dat lukte, mede dankzij het parkoers, dat met een harde ondergrond en weinig modder in mijn voordeel was.
cSommigen denken dat je meer olijfolie mag eten, maar vergis jullie niet: vet is vet.
dZo bereiden wij onze soepen, maaltijden en desserts bewust met minder zoutminder suiker en minder vet.
eUit Europees onderzoek blijkt dat van alle frietsauzen ketchup de minste calorieën en het minste vet bevat.
fHet meeste bier dat in België gedronken wordt, wordt er ook gebrouwen.
Wat deze eigenschap van veel en weinig betreft, lijken deze telwoorden meer op onbepaalde voornaamwoorden zoals die in 17. Toch is er een betekenisverschil, waarop we hieronder ingaan.
Specificatie van een (grote of kleine) hoeveelheid
Een betekenisverschil tussen veel (en weinig) enerzijds en de onbepaalde voornaamwoorden sommige en alle anderzijds kan geïllustreerd worden aan de hand van onderstaande voorbeelden:
19aDertien kinderen uit de buurt zijn vandaag ziek.
bVeel kinderen uit de buurt zijn vandaag ziek.
cSommige kinderen uit de buurt zijn vandaag ziek.
dAlle kinderen uit de buurt zijn vandaag ziek.
Op de vraag Hoeveel kinderen uit de buurt zijn er vandaag ziek? is het antwoord in 19a het meest specifiek: dertien is een bepaald telwoord dat het precieze aantal zieke kinderen noemt. Antwoord 19b is vager, maar het onbepaalde telwoord veel maakt wel duidelijk dat het om een grote hoeveelheid kinderen gaat.
Uiteraard is de invulling van wat veel of weinig is afhankelijk van de context en onze wereldkennis, waarbij er een verschil kan zijn tussen wat we bedoelen met ‘veel moleculen’ en ‘veel olifanten’.
De antwoorden in 19c en 19d zijn nog vager. Het antwoord sommige kinderen geeft maar weinig inzicht in de hoeveelheid zieke kinderen. Alle kinderen zegt alleen iets over hoeveelheid als de vraagsteller precies weet hoeveel kinderen er in de buurt wonen. Indien dit niet zo is, dan zegt alle eigenlijk niets over de hoeveelheid. Alle kan immers een grote hoeveelheid aangeven (bijv. als er honderd kinderen in de buurt wonen), maar kan evenzeer een kleine hoeveelheid aanduiden (bijv. als er maar drie kinderen in de buurt wonen).
Tig
Om een niet nader bepaald (groot) aantal van iets aan te geven, wordt in informele taal ook wel tig gebruikt, vooral in Nederland. De betekenis komt ongeveer overeen met die van veel of heel veel.
Dit zelfstandig gebruikte tig is afgeleid van het achtervoegsel -tig (bijv. in twin-tig, zes-tig), dat een multiplicatieve betekenis heeft, namelijk ‘x 10’.
Zie Norde (2006).
Beide vormen verschillen echter in uitspraak: het zelfstandige tig wordt met een volle vocaal (de [ɪ]) uitgesproken, terwijl het gebonden morfeem -tig met een doffe e wordt uitgesproken. In zin 15 hierboven wordt tig als onbepaald telwoord met de betekenis ‘veel’ gebruikt; hieronder volgen nog enkele voorbeelden:
20In Limburg zijn er tig initiatieven die leerlingen begeleiden bij hun studies. vooral in NN: informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten, vooral in het Nederlands-Nederlands en vooral in het informele taalgebruik.
21Er zijn tig verschillende soorten eetbaar zeewier. vooral in NN: informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten, vooral in het Nederlands-Nederlands en vooral in het informele taalgebruik.
22Een appel wordt tegenwoordig tig maal bespoten voor die geplukt wordt. vooral in NN: informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten, vooral in het Nederlands-Nederlands en vooral in het informele taalgebruik.
Tig als intensiverend bijwoord
Verdieping
Tig als intensiverend bijwoord
Uit het gebruik van tig als een onbepaald telwoord met de betekenis ‘veel’ begint zich nog een ander gebruik te ontwikkelen, namelijk dat van intensiverend bijwoord bij veel (of andere woorden die een hoge waarde op een schaal uitdrukken, zoals groot, moeilijk), met de betekenis ‘zeer’. Vooralsnog is dit gebruik nog heel beperkt: het komt alleen voor in Nederland, en dan ook uitsluitend in heel informele contexten:
Zie Norde (2006).
In België zien we bij massa’s een vergelijkbare ontwikkeling. Dat is weliswaar geen telwoord, maar een zelfstandig naamwoord (in het meervoud), dat zich via het gebruik als determinator (i) begint te ontwikkelen als intensiverend bijwoord (ii)-(iii) (zie De Clerck & Colleman 2013), vooralsnog ook nog op zeer beperkte schaal:
iWe zitten hier met massa's vrijwilligers die zich voor allerlei initiatieven inzetten.
iiWij wonen ook op een paar 100m van de school, massa's gemakkelijk. in BN, informeel: -ST Dit gebruik komt af en toe voor in het Belgisch-Nederlands, vooral in het informele taalgebruik. Het maakt geen deel uit van de standaardtaal.
iiiIk moet zeggen dat ik mij op dat vlak massa's heb verbeterd. in BN, informeel: -ST Dit gebruik komt af en toe voor in het Belgisch-Nederlands, vooral in het informele taalgebruik. Het maakt geen deel uit van de standaardtaal.
iWij krijgen tig veel vragen over de lessen en of ze al dan niet zullen doorgaan. in NN, informeel: -ST Dit gebruik komt af en toe voor in het Nederlands-Nederlands, vooral in het informele taalgebruik. Het maakt geen deel uit van de standaardtaal.
Internet  geraadpleegd op 30-11-2021
iiNee maar ik vind duits tig moeilijk. in NN, informeel: -ST Dit gebruik komt af en toe voor in het Nederlands-Nederlands, vooral in het informele taalgebruik. Het maakt geen deel uit van de standaardtaal.
Norde et al. (2014)
FL de voorbeelden hierboven zijn wel heel erg spreektaal allemaal. Ik heb er twee verwijderd. Wat moet hierbij: <in NN, informeel>, <in NN, -ST>? UPDATE: KR: <in NN, -ST>. Het verschil tussen 'informeel' en '-ST' is dat 'informeel' wel standaardtaal is, maar -ST niet. Dus we claimen hier dat de 'tig'-variant van zin 24-25 niet tot de standaardtaal behoort, in tegenstelling tot de voorbeelden eerder. Dat lijkt me correct.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taalportaal
    Taaladvies
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2023
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 7,../../data/archief/ans2/e-ans/07/body.html;
    Interessante links
    onbepaald hoofdtelwoord