Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
19.3.3 Het gebruik van om in beknopte bijzinnen met te + infinitief
Verder lezen
1
Beknopte bijzinnen met zinsdeelsfunctie waarvan het gezegde uit een infinitief met te bestaat, kunnen - als ze niet door een ander voegwoord worden ingeleid - al dan niet voorafgegaan worden door om. Dit voegwoord om kan naargelang van het geval verplicht, uitgesloten of facultatief zijn.
    • Het voegwoord om is verplicht als de beknopte bijzin de functie heeft van:
      • naamwoordelijk deel van het gezegde of bepaling van gesteldheid (de infinitief heeft meestal passieve betekenis, maar niet bij 3), bijv.:
        1De muziek is niet om aan te horen.
        2Ik vind haar in die jurk om te stelen.
        3Het is echt om te huilen.
      • bijwoordelijke bepaling van doel, bijv.:
        4Hij ging om kwart over elf weg, om de laatste bus nog te kunnen halen.
        5Ik heb het gedaan om hem te helpen.
        Opmerking
        Verdieping
        Opmerking
        Ook het zogenaamde prospectieve om (zie over (de aanvaardbaarheid van) het gebruik hiervan(10.3.7, sectie 2)) is verplicht aanwezig, bijv.:
        iGewoonlijk zakt de koorts in de loop van de middag, om tegen de avond weer te stijgen.
    • Verder is om verplicht in de vaste uitdrukkingen die bedoeld worden in(19.3.2, sectie 2):
      6Om kort te gaan, de uitkomsten van het onderzoek zijn volkomen in tegenspraak met de verwachtingen.
      7Om maar meteen met de deur in huis te vallen, met dit voorstel kan ik absoluut niet instemmen.
      8Ik vind het, om het zacht uit te drukken, een weinig doordacht voorstel.
  • Het voegwoord om is uitgesloten als de beknopte bijzin lijdend voorwerp is bij werkwoorden met de betekenis '(een vorm van) zeggen' of '(een vorm van) bemerken' (bijv.
    mededelen berichten verklaren merken voelen ervaren
    ). Voorbeelden:
    9Moeder zei vroeg thuis te zullen zijn.
    10De minister verklaarde de motie naast zich neer te zullen leggen.
    11Hij voelde een fout begaan te hebben.
    12Ik merkte als een buitenstaander beschouwd te worden.
  • In andere gevallen is het voegwoord om facultatief. De gesproken taal geeft meestal de voorkeur aan het gebruik van om. In geschreven taal wordt om dikwijls weggelaten; de samengestelde zin doet daardoor gauw wat stijver en vormelijker aan. Voorbeelden:
    13Het valt niet mee (om) zo hard te moeten lopen. (onderwerp)
    14Je moet me beloven (om) nu eens op tijd naar bed te gaan. (lijdend voorwerp)
    15Hij heeft nog geprobeerd (om) de deur open te krijgen. (lijdend voorwerp)
    16Ik verlangde ernaar (om) eindelijk eens kennis met haar te maken. (voorzetselvoorwerp)
    17Je wordt het zo langzamerhand beu (om) steeds hetzelfde te moeten zeggen. (oorzakelijk voorwerp)
    Het gebruik van om in zulke gevallen kan het beste beschouwd worden als hulpmiddel om de structuur van de samengestelde zin doorzichtiger te maken. Het is daarom soms aan te bevelen. Soms kan op die manier zelfs een structurele en semantische dubbelzinnigheid opgeheven worden, voorzover context en situatie onvoldoende uitsluitsel geven, bijv. in het volgende geval:
    18aMaarten beloofde Nora te bellen.
    bMaarten beloofde (om) Nora te bellen.
    cMaarten beloofde Nora (om) te bellen.
    In gesproken taal kan de accentuering mede uitsluitsel geven over structuur en betekenis van 18a (zinsaccent op Nora dan wel op bellen). Toevoeging van om kan een extra steun vormen. In geschreven taal is men bij onvoldoende duidelijkheid op dat laatste hulpmiddel aangewezen. In 18b geeft de plaatsing van om aan dat de zin betekent 'Maarten beloofde de spreker of iemand anders dat hij Nora zou bellen', in 18c dat de betekenis is 'Maarten beloofde Nora dat hij haar of iemand anders zou bellen'.
2
Het gebruik van om bij te + infinitief in beknopte bijzinnen die zinsdeelstuk zijn, hangt af van de functie die de beknopte bijzin vervult ten opzichte van de kern van de constituent in kwestie.
  • Is de beknopte bijzin nabepaling, dan is om verplicht, bijv.:
    19Het was een prijs om van te schrikken.
    20Dat is nu typisch iets om kinderen blij mee te maken.
    21Het boek is heel leuk om in te grasduinen.
    Dat geldt ook voor een beknopte bijzin als bijwoordelijke bepaling van graadaanduidend gevolg bij te of genoeg, bijv.:
    22Dat boek is te dik om in één avond uit te lezen.
    Voor meer voorbeelden zie men bij de naamwoordelijke constituent ( [14.5.3.8/i-ii]), de adjectivische constituent ( [15.3.4]) en de bijwoordelijke constituent ( [16.3.3]).
  • Is de beknopte bijzin een complement bij een substantivisch kernwoord dat een vorm van zeggen of ervaren zonder bijkomend betekeniselement uitdrukt (bijv.
    mededeling uitspraak bericht verklaring gevoel ervaring gewaarwording verwachting
    ), dan is om uitgesloten (vergelijk regel [2] bij 1 hierboven). Voorbeelden zijn:
    23Hij stuurde het bericht de wereld in spoedig te zullen aftreden.
    24De uitspraak van de minister hier niet langer aan te willen bijdragen, lokte veel kritiek uit bij de volksvertegenwoordiging.
    25Hem bekroop steeds weer het gevoel niet voor vol aangezien te worden.
    Voor meer voorbeelden zie men [14.6.3.1].
  • Als de beknopte bijzin complement is bij een andere substantivische kern dan die genoemd bij [2] of bij een adjectief, dan is het gebruik van om facultatief. Dee gesproken taal geeft meestal de voorkeur aan het gebruik van om. In geschreven taal wordt om dikwijls weggelaten (zie ook wat hierover bij regel [3] in 1 gezegd is). Voorbeelden zijn:
    26De neiging (om) teveel ineens te willen doen speelde hem voortdurend parten.
    27De mogelijkheid (om) het voegwoord weg te laten is niet altijd aanwezig.
    28Hij is steeds bereid (om) nadere uitleg te geven.
    Zie voor meer voorbeelden [14.6.3.1] en [15.4.3]. literatuur bij [19.3]: Van Bart & Sturm [1987], Blom (1984-85), De Hoop & Smabers [1987], F. Jansen (1986-87; 1987-88a, 1987-88b), Klein [1989], Klein & Visscher [1996], Kooij (1987-88), Leys [1989], De Schutter & Van Hauwermeiren [1983], Smedts & Van Belle [1993]
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links