Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
17.1.2.1 Vijf typen voornaamwoordelijke bijwoorden
Op basis van gelijkenissen met verschillende typen voornaamwoorden kunnen we voornaamwoordelijke bijwoorden indelen in vijf typen. Ze worden hieronder in meer detail besproken. Ook wordt nagegaan in hoeverre het gebruik van een voorzetsel met een voornaamwoord als complement ook mogelijk is.
Type Vorm Voorbeeld
Persoonlijk er Ik heb zoveel van hem geleerd, zowel op het veld als erbuiten.
Aanwijzend hier Het treinverkeer rondom Amsterdam was hierdoor urenlang gestremd.
daar Hij draagt een roodblauwe stropdas op een wit overhemd, met daaroverheen een stemmig donkerblauw pak.
Betrekkelijk waar Er zijn wel degelijk ontwikkelingen waarover de burger heel tevreden zou moeten zijn.
Vragend waar Waaraan heeft u zich afgelopen jaar het vaakst geërgerd?
Onbepaald ergens Ik denk niet dat de rechtszaak ergens toe zal leiden.
nergens Als je in zijn huis rondkeek, kon je nergens uit opmaken wat voor werk hij gedaan had.
overal Ik ben altijd  overal doorheen gerold. School, studie. Ik redde het op charme, intuïtie of intelligentie.
Verder lezen
Er: het persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord
Nederlandse adposities kunnen niet zomaar een voornaamwoord als complement hebben. Dat gaat wel met voornaamwoorden die naar personen verwijzen, zoals in aan mij of met iemand. Maar voornaamwoorden die naar 'dingen' verwijzen, kunnen vaak niet als complement van een adpositie fungeren. Het persoonlijke voornaamwoord het, bijvoorbeeld, is niet geschikt als complement van een voorzetsel: om terug te verwijzen naar het gebouw in (1a) (het huis naast het gebouw) bijvoorbeeld, wordt niet het gebruikt als complement van naast (zie 1b), maar het voornaamwoordelijk bijwoord er, dat voorafgaat aan de adpositie naast (zie 1a).
1Persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord: er
aHet gebouw én het huis ernaast verdwijnen en maken plaats voor luxeappartementen.
bhet huis naast hetuitgesloten
cRia Dekker … vist meestal in oude kleren, met een regenbroek erover.
dmet een regenbroek over zeuitgesloten
Ook in (1c) wordt het voornaamwoordelijk bijwoord er gebruikt om terug te verwijzen naar een 'ding', of 'dingen' in dit geval, namelijk oude kleren. Een persoonlijk voornaamwoord als ze, dat in principe naar dingen kan terugverwijzen, is na het voorzetsel over ook geen optie (zie 1d). Omdat het voornaamwoordelijk bijwoord er een vergelijkbare functie vervult als de persoonlijke voornaamwoorden ze en het, wordt er het persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord genoemd.
Hier en daar: de aanwijzende voornaamwoordelijke bijwoorden
Hier en daar worden aanwijzende voornaamwoordelijke bijwoorden genoemd, vanwege hun 'correspondentie' met de aanwijzende voornaamwoorden deze en dit (in het geval van hier) en die en dat (in het geval van daar). Hier in (2a) verwijst bijvoorbeeld terug naar een gekostumeerde voetbalwedstrijd; het aanwijzend voornaamwoord deze (zie 2b) is in dit geval niet mogelijk. En daar in (2c) verwijst terug naar greppels; de combinatie achter die wordt hiervoor niet gebruikt (zie 2d).
2Aanwijzende voornaamwoordelijke bijwoorden: hier en daar
aIn Rouveen wordt om 19.30 uur een gekostumeerde voetbalwedstrijd gehouden. Vele prominenten zullen hieraan deelnemen.
bVele prominenten zullen aan deze deelnemen.uitgesloten
cLangs de wegen lopen greppels. Daarachter wuift manshoog het riet.
dAchter die wuift manshoog het riet.uitgesloten
In dit!
Verdieping
In dit!
Mogelijk zijn combinaties van een voorzetsel en een aanwijzend voornaamwoord in opmars in het Nederlands. In een artikel  in het tijdschrift Onze Taal noemt wetenschapsjournalist Berthold van Maris de voorbeelden in (i), die hem opvielen terwijl hij naar de radio luisterde. In plaats van de varianten met het voornaamwoordelijk bijwoord - hiervoor, hierin en hiervan -, kozen de sprekers hier blijkbaar voor de combinatie van een voorzetsel met dit als complement.
!iaWij zouden graag zien dat Nederland zich ook hard zou maken voor dit.
!bIk heb heel veel zin in dit!
!cToch vraag ik me af: wat is de meerwaarde van dit?
Ook in het Corpus Hedendaags Nederlands komen dit soort voorbeelden wel voor. Anders dan de voorbeelden in (i) zijn de meeste voorbeelden in (ii) contrastief, zie ook het accent op dàt in (iid):
iiaWe hadden met alles rekening gehouden, maar niet met dit.
bWe hebben slechts vier primetime-momenten op deze conventie en we vergooien een daarvan voor dit?
cWe zijn in Vlaanderen veel te snel geneigd mensen in hokjes te duwen: die is goed in dit, en die is goed in dat.
dHoe moet ik dít doen? Hoe zit het met dàt?
Waar: betrekkelijk of vragend voornaamwoordelijk bijwoord
Waar kan fungeren als betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord, zoals in (3a) en (3c), en als vragend voornaamwoordelijk bijwoord, zoals in (4a) en (4c). In (3a) verwijst waar naar het huisje; het betrekkelijk voornaamwoord hetwelk, vroeger gangbaar in het Nederlands, komt in het hedendaagse taalgebruik vrijwel niet meer voor. In (3c) vinden we het betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord waar met een ingesloten antecedent; het is niet mogelijk om in plaats daarvan het voorzetsel in gevolgd door wat te gebruiken.
3Betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord: waar
aHet huisje, waarnaast een nieuwe bouwwerf ligt, zakte langzaam weg.
!bHet huisje, naast hetwelk een nieuwe bouwwerf ligt, zakte langzaam weg. formeel Deze vorm wordt als formeel Nederlands beschouwd.
cWaarin hij niet uitblinkt[,] is het afnemen van de bal.
dIn wat hij niet uitblinkt, is het afnemen van de bal.uitgesloten
De voorbeelden in (4) laten zien dat in België het vragend voornaamwoordelijk bijwoord (waar) niet de enige mogelijkheid is bij een adpositie. Naast combinaties als waaraan en waarover komt in vragen ook het vragend voornaamwoord wat voor als complement van een voorzetsel: aan wat en over wat:
In het hele taalgebied is het overigens mogelijk om vragen te stellen als in (i), waarmee verzocht wordt om herhaling of uitleg van iets dat al gezegd. Ze bestaan uit een voorzetsel gevolgd door een sterk beklemtoond vragend voornaamwoord.
ia,,Wat vindt u van straatinterviews?'' ,,Van wat?'' ,,Van straatinterviews!''
bIk vond al snel een remedie tegen ‘stemsmet’. Tegen wat?
cVele webpagina’s later vroeg ik me af waarom er eigenlijk nooit een Hollywoodfilm is gemaakt over de Haymarket-affaire. Over wat?
Maar ook in dit soort echovragen is het voornaamwoordelijk bijwoord mogelijk, zoals in (ii):
iiDat betekent dat zo'n vierhonderdduizend mensen het de moeite waard moeten vinden om mee te praten over het ROA. Waarover? Over het ROA.
Ook als iets impliciet gelaten wordt, kan zo'n vraag om opheldering vragen. In die gevallen zien we ook beide mogelijkheden: voorzetsel en vragend voornaamwoord wat, zoals in (iii), en vragend voornaamwoordelijk bijwoord waar gevolgd door een adpositie, zoals in (iv).
iiiaDaarom zijn we op zoek naar verzamelaars. Van wat?
bGeert zei dat de fractie unaniem had ingestemd. Met wat?
c[T]egelijkertijd beschermen ze zichzelf. Tegen wat?
ivaEn je moet kunnen dromen. Waarvan? Van muziek natuurlijk.
bHet was mijn schoonzus uit Zambia, ze wou de eerste zijn om me te feliciteren. 'Waarmee? vroeg ik haar domweg.
cIk ging met ze praten en ik merkte: ze zetten zich gewoon af.' Waartegen? 'Tegen alles wat westers is.
4Vragend voornaamwoordelijk bijwoord: waar
aWaaraan ergert u zich?
bAan wat ergert u zich ... ? in BN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgisch Nederlands en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Belgisch Nederlands
cWaarover gaan zulke gesprekken ... ?
dOver wat gaan die gesprekken ... ? in BN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgisch Nederlands en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Belgisch Nederlands
Ergens, nergens en overal: de onbepaalde voornaamwoordelijke bijwoorden
De onbepaalde voornaamwoordelijke bijwoorden ergens, nergens en overal, ten slotte, corresponderen met de onbepaalde voornaamwoorden iets, niets en alles. Ergens, nergens en overal verschillen op twee manieren van de andere voornaamwoordelijke bijwoorden. Ten eerste worden ze altijd los geschreven van de adpositie waarmee ze een constituent vormen, zoals in (5). Een tweede verschil is dat de combinatie van een adpositie en een onbepaald voornaamwoord in deze gevallen vaak wel degelijk mogelijk is, zie het gebruik van in iets, voor niets en op alles in (6).
5Onbepaalde voornaamwoordelijke bijwoorden: ergens, nergens en overal
aJe moet ergens in geloven.
bZe deinzen nergens voor terug.
cJe moet overal op voorbereid zijn.
6aJe moet in iets geloven.
bZe deinzen voor niets terug.
cJe moet op alles voorbereid zijn.
Het is echter niet zo dat onbepaalde voornaamwoordelijke bijwoorden en onbepaalde voornaamwoorden altijd maar vrijelijk door elkaar gebruikt kunnen worden. We geven hiervan een aantal voorbeelden.
Allereerst, als het onbepaald voornaamwoordelijke bijwoord niet als 'ding' wordt opgevat, maar echt als plaats, zoals in de richtingsbepalingen in (7a) en (8a), is het onbepaald voornaamwoord geen alternatief, zoals in (7b) en (8b).
7aDat is het leuke aan op reis gaan: dat je ergens naartoe kunt waar mensen je niet kennen.
b... dat je naar iets toe kunt waar mensen je niet kennen.uitgesloten
8aOnze klanten komen overal vandaan.
bOnze klanten komen van alles/uit alles.uitgesloten
Ten tweede zijn er voorbeelden waarbij de twee varianten heel duidelijk van betekenis verschillen en dus niet inwisselbaar zijn, zoals in (9) en (10).
9a[D]e betrokkenen hadden geen klagen, ze werden nergens voor gestraft.
bHet duizelde Rosalind. Haar vader had haar moeder niet bedrogen. Rosalind had hem voor niets gestraft.uit 'Rosalinds leugen' van Muna Shehadi, via Google books
10aWe maakten ons nergens zorgen om.
bIk maak me vaak zorgen om niets.
(iiia) en (iiib) bijvoorbeeld verschillen in of er wel of geen straf uitgedeeld is. In (9a) met het onbepaald voornaamwoordelijk bijwoord nergens, is er níet gestraft: er was niets waarvoor de betrokkenen gestraft werden. In (9b) daarentegen, met het onbepaald voornaamwoord niets, is er wél gestraft, alleen bleek die straf achteraf ten onrechte. Eenzelfde soort betekenisverschil zien we in (10): in (10a) met nergens zijn er géén zorgen over wat dan ook, terwijl er in (10b) met niets wél zorgen zijn, zij het ten onrechte.
In sommige vaste uitdrukkingen is ofwel alleen het onbepaald voornaamwoord, ofwel alleen het voornaamwoordelijk bijwoord mogelijk. Niet voor niets bijvoorbeeld kan alleen met het onbepaald voornaamwoord niets (11a), en niet met het onbepaald voornaamwoordelijk bijwoord nergens (11b). En andersom heeft de uitdrukking nergens voor nodig (zijn) in het Nederlandse Nederlands geen alternatief met niets (zie (12), een zin die in het NN uitgesloten is).
Het zou kunnen dat de mogelijkheden in België hier iets ruimer zijn, vergelijk de volgende voorbeelden met voor niets nodig uit het Corpus Hedendaags Nederlands:
iaAlcohol was inderdaad voor niets nodig. in BN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgisch Nederlands en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Belgisch Nederlands
bIk begrijp niet dat voor dergelijke situaties alle kabinetten van de Commissie hun zeg moeten doen. Dat is voor niets nodig  en tegen alle regels van efficiënt werken. in BN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgisch Nederlands en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Belgisch Nederlands
11aDe verstrijkende tijd is een belangrijk thema van de roman; niet voor niets wilde Woolf haar roman eerst The Hours noemen.
bNiet nergens voor wilde Woolf haar roman eerst The Hours noemen.uitgesloten
12aDubbeldoppen is nergens voor nodig als je mooie kleine verse tuinbonen hebt.
bDubbeldoppen is voor niets nodig. in BN Deze constructie komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands en behoort tot de standaardtaal.
Als het voornaamwoord iets of niets, ten slotte, gevolgd wordt door een nabepaling als nieuws, moois, bijzonders, dergelijks of vreemds, zoals in (13), dan is het voornaamwoordelijk bijwoord ergens of nergens geen alternatief. Een uitzondering is de nabepaling anders: naast bijvoorbeeld voor iets anders vinden we ook ergens anders voor (zie viii).
13aElk jaar moeten we met iets nieuws komen.
bElk jaar moeten we ergens nieuws mee komen.uitgesloten
cAan het begin van de straat dacht hij nog aan niets bijzonders, zelfs niet aan het circus.
dAan het begin van de straat dacht hij nog nergens bijzonders aan.uitgesloten
14aEn wat als een volgende regering ... het geld voor iets anders wil gebruiken?
bIk stel daarom voor dat mensen hun hoofd ergens anders voor gebruiken.
cEr werd over niets anders gepraat.
dOp heel veel scholen werd vanochtend nergens anders over gepraat.
Hetzelfde zien we bij onbepaalde voornaamwoorden die gevolgd worden door een betrekkelijke bijzin met dat of wat, zoals in (15)-(17). Ook dan zijn de voornaamwoordelijke bijwoorden geen alternatief.
15aOp het gratis ruilplatform ruilen.nl kunnen cadeaus omgeruild worden tegen iets wat je veel liever hebt.
bOp het gratis ruilplatform ruilen.nl kunnen cadeaus omgeruild worden ergens tegen wat je veel liever hebt.uitgesloten
16aEigenlijk lijkt het voorwerp op niets dat ik eerder heb gezien.
bEigenlijk lijkt het voorwerp nergens op dat ik eerder heb gezien.uitgesloten
17a[I]k steun haar in alles wat ze doet.
bIk steun haar overal in wat ze doet.uitgesloten
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Maaike Beliën januari 2021
    Interessante links