Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
9.5.1 Functies in de zin: adposities met voornaamwoordelijke bijwoorden
Adpositieconstituenten met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement kunnen allerlei functies in de zin vervullen. Ze kunnen bijvoorbeeld fungeren als bepalingen van plaats, richting, tijd, middel, doel en causaliteit, als indirect object en als voorzetselobject. Ook komen ze voor als zinsdeelstuk in een nominale constituent, in de absolute met (of zonder) constructie en als onderdeel van het gezegde ('loze' voornaamwoordelijke bijwoorden).
Verder lezen
Als bepaling
Net zoals voorzetselconstituenten als bepalingen kunnen optreden, geldt dat ook voor adpositieconstituenten met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement. Veel adposities die voor kunnen komen met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement, hebben een ruimtelijke betekenis. Ze kunnen dan ook goed dienst doen als bepaling van plaats, zoals in (1), of als bepaling van richting, zoals in (2).
1Als bepaling van plaats
a[I]n de grachten en de vijvers zwemmen beschermde alligators en erboven zwermen ontelbare exotische vogels.
b[M]et half dichtgeknepen ogen ... zien de waterlelies eruit als trillende witte stippen en daartussenin drijven drie donkere vlekken.
c[O]p dat schilderij staat een prachtig kasteel in de stralende zon waarnaast  een middeleeuws toernooi wordt gehouden.
2Als bepaling van richting
aDoor het waterlaagje blijven de deeltjes niet plakken aan het filter, maar vallen ze ervanaf.
bHij maakt tentoonstellingen waar je enkele keren langs moet lopen om ze goed te zien.
cTot haar negentigste reed ze zelf overal naartoe, maar toen gaf haar wagen de geest.
Bepaling van plaats: daarop of daar?
Verdieping
Bepaling van plaats: daarop of daar?
De vormen die we voornaamwoordelijke bijwoorden noemen, komen ook zelfstandig voor, zonder adpositie, als bijwoorden van plaats, zoals er, daar en waar. Die verwijzen naar een globale locatie waar iets of iemand zich bevindt of waar iets gebeurt of aan de hand is. Merk op dat we de adposities in (1) niet zomaar kunnen weglaten. Dan krijgen we de zinnen in (i) hieronder, met de bijwoorden van plaats er, daar en waar:
!iaIn de grachten en de vijvers zwemmen beschermde alligators en er zwermen ontelbare exotische vogels.
!bMet half dichtgeknepen ogen zien de waterlelies eruit als trillende witte stippen en daar drijven drie donkere vlekken.
!cOp dat schilderij staat een prachtig kasteel in de stralende zon waar  een middeleeuws toernooi wordt gehouden.
Het resultaat is dat (ia) en (ib) niet goed te begrijpen zijn. Er in (ia) lijkt terug te verwijzen naar de globale plaats in de grachten en de vijvers en dat is geen plek waar vogels kunnen zwermen: ze zwermen erboven. Ook in (ib) is de adpositie tussenin cruciaal om te begrijpen waar de drie donkere vlekken drijven. (ic) is op zich wel te interpreteren, maar heeft een andere betekenis dan (1c): het toernooi wordt gehouden op het kasteel, in plaats van ernaast.
De voorbeelden in (ii) en (iii) laten zien dat bijwoorden van plaats heel soms wel een alternatief kunnen zijn voor een adpositieconstituent met op of in en een voornaamwoordelijk bijwoord. Dat gaat alleen als het (voornaamwoordelijk) bijwoord verwijst naar een globale plaats, zoals een website in (iia) of een tuin in (iiia).
iiaAlle informatie is ook te vinden op [de] website. Daarop staan ook tips om water te besparen.
bWie niet weet hoe een huismus (Passer domesticus) eruitziet, kan terecht op de website van de Vogelbescherming. Daar staat een  tekening die het onderscheid tussen mannetjes- en vrouwtjesmussen duidelijk maakt.
iiia[I]k heb een grote tuin waarin ik mijn eigen groenten plant.
bWe hebben op school ook een tuin waar we rabarber hebben geplant.
Zo gauw het voornaamwoordelijk bijwoord terugverwijst naar iets dat niet zomaar als een globale locatie kan worden gezien, omdat het een object is dat er niet de benodigde uitgestrektheid voor heeft, zoals een kachel in (iva) of een tas in (va), dan is alleen een bijwoord van plaats geen alternatief, ook al gaat het om een ruimtelijjke relatie die we kunnen omschrijven door middel van op of in.
ivaIk had papier en karton in de kachel gestopt en dit in brand gestoken. Daarop stond een ketel water om de vaat te doen.
!bIk had papier en karton in de kachel gestopt en dit in brand gestoken. Daar stond een ketel water om de vaat te doen.
vaZe maakten een tas buit; hierin zat geen geld maar babyspullen.
!bZe maakten een tas buit; hier zat geen geld maar babyspullen.
Omgekeerd zijn er ook gevallen waarin alleen een bijwoord van plaats mogelijk is, zoals in (vi)-(viii). Dat zijn gevallen waarin de precieze ruimtelijke betekenis van het voorzetsel, in dit geval op en bij, niet echt aan de orde is. In zijn ruimtelijke betekenis geeft op een relatie aan van contact met een oppervlak: in (iva) hierboven, bijvoorbeeld, rust de ketel met de onderkant op de bovenkant van de kachel. Die relatie is niet zo letterlijk aan de orde bij op de zolder in (vi) en op een kantoor in (vii): daarin duidt op eerder een globale locatie aan waar iets plaatsvindt, wat het gebruik van er of waar geschikt maakt. Datzelfde geldt voor bij een garagebedrijf in (viii).
viaDe brand ontstond vermoedelijk op de zolder van het pand, doordat er kaarsen waren blijven branden.
bDe brand ontstond vermoedelijk op de zolder van het pand, doordat erop kaarsen waren blijven branden.uitgesloten
viiaIk werk op een kantoor waar ik een nogal drukke baan heb.
bIk werk op een kantoor waarop ik een nogal drukke baan heb.uitgesloten
viiiaDat doet ook de 34-jarige man, voormalig receptionist/magazijnmeester bij een garagebedrijf. Veertien jaar heeft hij daar gewerkt.
bVeertien jaar heeft hij daarbij gewerkt.uitgesloten
Allerlei voorzetsels kunnen een tijdsrelatie uitdrukken, maar het zijn vooral de adposities na en voor die met een voornaamwoordelijk bijwoord gebruikt kunnen worden als bepaling van tijd.
3Als bepaling van tijd
aFacebook kreeg een aanmaningsbrief, waarna de instellingen zijn aangepast.
bOp belangrijke momenten, of vlak daarvoor, ging het mis.
Andere voorzetsels die ook temporeel gebruikt kunnen worden - denk bij voorbeeld aan met Pasen, tegen achten of om middernacht - kennen geen variant met een voornaamwoordelijk bijwoord. We kunnen bijvoorbeeld niet zeggen Ik kijk uit naar Pasen, want daarmee ga ik een lang weekendje weg, maar gebruiken dan het bijwoord dan. Een uitzondering hierop vormen combinaties van waar met op of in, zoals in Het was zo'n zondag waarop alles en iedereen in harmonie leek met zichzelf en Zes maanden is een periode waarin je als regering weinig concreets kan bewerkstelligen.
Andere voorbeelden van bepalingen met daarin een voornaamwoordelijk bijwoord zijn die van middel, zoals waarmee in (4a), van doel, zoals daarvoor in (4b), en van causaliteit, zoals als gevolg hiervan in (4c).
4Andere bepalingen
aZe ontwierp een methode waarmee docenten de taalontwikkeling van hun leerlingen kunnen ondersteunen.
bHet is onmogelijk om met het blote oog het geslacht van de dieren te bepalen. Daarvoor moet een DNA-test worden uitgevoerd.
cDe man was een paar dagen ervoor gevallen en had als gevolg hiervan gekneusde ribben.
Als object
Naast de bepalingen zijn er ook nog andere typen zinsdelen waarin we voornaamwoordelijke bijwoorden als complement van een adpositie aantreffen, namelijk als indirect object en als voorzetselobject.
Het gebruik van dit soort adpositieconstituenten als indirect object is beperkt, omdat voornaamwoordelijke bijwoorden meestal naar dingen in plaats van naar personen verwijzen. In (5a) zien we een voorbeeld van waaraan als meewerkend voorwerp, waarin waar verwijst naar een goed doel. In (5b) staat een voorbeeld van daarvoor als belanghebbend voorwerp; daar verwijst dan naar een groot gezin.
5Als indirect object
aVia deze site kunnen donateurs bepalen waaraan zij hun geld willen geven.
bJe kunt er zo een groot gezin mee beginnen en daar voortreffelijke maaltijden voor bereiden.
Als voorzetselobject worden deze adpositieconstituenten juist op grote schaal gebruikt. Voorbeelden ervan staan in (6), waarin de adposities vaste voorzetsels zijn bij een werkwoordelijk gezegde: schrikken van, vertrouwen op, beschermen tegen, leiden tot en terugdeinzen voor:
Dit zijn voorbeelden van een werkwoordelijk gezegde dat uit een enkel werkwoord bestaat, of een werkwoord met een hulpwerkwoord. Maar ook werkwoordelijke gezegdes die bestaan uit een werkwoordelijke uitdrukking, kunnen een voorzetselobject hebben met daarin een voornaamwoordelijk bijwoord. Denk bijvoorbeeld aan Ieder mens heeft wel ergens last van, met het voorzetselobject ergens van bij de werkwoordelijke uitdrukking last hebben, en Ouders zonder partner staan overal alleen voor, met het voorzetselobject overal voor bij de werkwoordelijke uitdrukking alleen staan.
6Als voorzetselobject bij een werkwoordelijk gezegde
aWe schrokken ervan.
bWat zegt je intuïtie? Bij de meeste beslissingen kun je daar sowieso maar het beste op vertrouwen.
cHoe kun je het publiek hiertegen beschermen?
dIk denk niet dat de rechtszaak ergens toe zal leiden.
eZe deinzen nergens voor terug.
Daarnaast komen deze adpositieconstituenten ook voor als voorzetselobject bij een naamwoordelijk gezegde, zoals in (7):
Er is hier ook een andere analyse mogelijk. In die analyse is hierbij in (7a) geen voorzetselobject bij het naamwoordelijk gezegde gebaat zijn, maar het complement van het bijvoeglijk naamwoord gebaat. Hierbij gebaat is volgens die analyse een adjectivische constituent, met gebaat als kern en hierbij als complement. Ook in (7b) vormt trots daarop dan een adjectivische constituent, met de kern trots en complement daarop. Ergens kampioen in in (7c) is dan een nominale constituent, met het zelfstandig naamwoord kampioen als kern en ergens in als complement.
7Als voorzetselobject bij een naamwoordelijk gezegde
aMensen met een gokverslaving zijn hier alvast niet bij gebaat.
bDaar mag je best trots op zijn.
cHoera, de Nederlanders zijn weer ergens kampioen in. Volgens een officieel onderzoeksbureau ... [zijn ze] de actiefste twitteraars van de wereld.
Een bijzonder type voorzetselobject vinden we in (8), namelijk het voorlopig voorzetselobject, dat meestal met het voornaamwoordelijk bijwoord er wordt gevormd.
8Als voorlopig voorzetselobject
aWe streven ernaar dat deze optredens voor iedereen een feest zijn.
bIn Nederland discussiëren we erover of een scholier een sticker met een vlag op zijn tas mag plakken.
cNadine ergert zich eraan als men haar in Brussel niet in het Nederlands bedient.
dIk verbaas me erover hoe chaotisch het hoger onderwijs soms is georganiseerd.
eHet stadsbestuur koos ervoor om het festivalterrein niet te ontruimen.
Net als in (6) zijn de adposities hier vaste voorzetsels bij het werkwoord: streven naar, discussiëren over, zich ergeren aan, zich verbazen over en kiezen voor. In het geval van het voorlopig voorzetselobject wordt de adpositie voorafgegaan door er en gevolgd door een bijzin. Bij streven naar hoort een bepaald doel, dat in (8a) door de bijzin wordt uitgedrukt: dat deze optredens voor iedereen een feest zijn. In plaats van dat we zeggen We streven naar dat deze optredens voor iedereen een feest zijn, waarin de bijzin direct als complement van het voorzetsel optreedt, gebruiken we 'alvast' het voorlopige voorzetsel object ernaar, waarbij er vooruitverwijst naar de inhoud van de bijzin.
Andere functies
Daarnaast vinden we adpositieconstituenten met daarin een voornaamwoordelijk bijwoord ook als zinsdeelstuk in nominale constituenten, bijvoorbeeld als complement van deel (9a) of als bepaling bij strip in (9b); als onderdeel van de absolute met- of zonder-constructie, zoals in (10); en als onderdeel van het werkwoordelijk gezegde, zoals in de werkwoordelijke uitdrukking in (11), waarin er niet naar iets verwijst.
9Als complement of bepaling bij een zelfstandig naamwoord
aEr ligt een behoorlijk aantal winterse buien boven de Noordzee en een deel daarvan schuift over Nederland heen.
bDe strip hierboven is gemaakt door Ype.
10In een absolute met of zonder constructie
aMet veel lijm ertussen kunnen de schoenen minder goed ademen via de zool.
bZonder hem erbij was het iets makkelijker voor ons.
11Adpositieconstituenten met 'loze' voornaamwoordelijke bijwoorden
aIk zou wel eens met een grote tourbus eropuit willen, met mijn muzikanten.
bDe overvallers hebben een ruit aan diggelen geslagen en zijn ervandoor gegaan met de kassa.
cVeel van de gewonden zijn er slecht aan toe.
In België behoren ook de b-zinnen hieronder tot de standaardtaal; ze komen vooral voor in informeel taalgebruik. Het gaat om absolute constructies die beginnen met met of zonder, gevolgd door een nominale constituent en een adpositieconstituent. In de b-zinnen bestaat de adpositieconstituent uitluitend uit een adpositie, bijvoorbeeld bij in (ib). De a-zinnen laten zien wat standaardtalig is in het hele taalgebied in dit soort gevallen, namelijk een adpositieconstituent die bestaat uit een adpositie en een voornaamwoordelijk bijwoord als complement, zoals erbij in (ia). De adpositieconstituent geeft de locatie aan van de nominale constituent: het briefje bevindt zich bij de duif in (ia) en bij het kindje in (ib).
12aOnder de ruitenwisser van een auto is een dode duif geklemd, met een briefje erbij.
b[Er] lag ... op een dag een kindje voor de deur van mijn kantoor. Met een briefje bij: "Zorg voor mijn baby." in BN, informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands, vooral in het informele taalgebruik, en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Ook volgens Taaladvies.net  behoort de vorm tot de informele standaardtaal. Belgisch Nederlands, informeel
13aWil je Alleen op de wereld gloednieuw voor ... 27,50 of met een scheur erin voor een tientje?
bEen slobbertrui, een pet met een scheur in ... : Usain Bolt heeft lak aan protocol, zijn vak is hard lopen, en dat doet hij dus. in BN, informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands, vooral in het informele taalgebruik, en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Ook volgens Taaladvies.net  behoort de vorm tot de informele standaardtaal. Belgisch Nederlands, informeel
14aHet kind dat Marie wiegt is bijvoorbeeld een stuk steen met een haak eraan.
bMichel ... haalt er een nieuw werkinstrument bij: een stok met een haak aan. in BN, informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands, vooral in het informele taalgebruik, en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Ook volgens Taaladvies.net  behoort de vorm tot de informele standaardtaal. Belgisch Nederlands, informeel
15a Ze hadden allemaal een doosje gekregen met een strik erom.
bEen doelpunt met een strikje om, want het was de tweehonderdste treffer in het nieuwe ... stadion. in BN, informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands, vooral in het informele taalgebruik, en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Ook volgens Taaladvies.net  behoort de vorm tot de informele standaardtaal. Belgisch Nederlands, informeel
16aJe moet je leven leiden zonder de handrem erop.
bVanaf [de wielerklassieker] Dwars door Vlaanderen reed hij ... alle wedstrijden zonder handrem op. in BN, informeel Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands, vooral in het informele taalgebruik, en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Ook volgens Taaladvies.net  behoort de vorm tot de informele standaardtaal. Belgisch Nederlands, informeel
Overigens behoren de absolute constructies in (vi) tot de standaardtaal in het hele taalgebied. In die gevallen is alleen een adpositie zonder complement mogelijk. Hierin is de nominale constituent in de met-constructie steeds een kledingstuk, of in ruimere zin iets dat gedragen kan worden, en de adpositie geeft aan hoe dat ten opzichte van het lichaam gedragen wordt.
17aDe mannen met bivakmutsen op hielden een pistool onder zijn neus.
b[D]e hosties aanraken gebeurde enkel met handschoenen aan.
cEen vrouw aan de overkant slaapt met oordopjes in.
dOok zonder gordel om is reizen met de bus dus best veilig.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Maaike Beliën januari 2021
    Interessante links