Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.4.6 Het voltooid deelwoord
Verder lezen
1
Het voltooid deelwoord wordt gebruikt als deel van een werkwoordelijk gezegde, anders uitgedrukt als werkwoordelijke aanvulling bij een hulpwerkwoord of een ander groepsvormend werkwoord (zie [18.5.2] en [18.5.3]). Voorbeelden zijn:
1Ze heeft hard gewerkt.
2Ik ben laat thuisgekomen.
3Zijn vrouw ligt hier begraven.
4Zij kregen een mentor toegewezen.
2
Het voltooid deelwoord wordt voorts gebruikt als bepaling van gesteldheid, bijv.:
5Opgefrist kwam hij onder de douche vandaan.
6Schelvis eet ik graag gekookt.
In deze functie kan het ook vergezeld gaan van een of meer geïncorporeerde zinsdelen, zoals de bijwoordelijke bepaling eenmaal in het volgende voorbeeld:
7Eenmaal gewaarschuwd past hij wel op.
3
Het voltooid deelwoord kan ook in absolute constructies voorkomen, bijv.:
8Haren gekamd en schoenen gepoetst gingen de kinderen op pad.
9Onder ons gezegd en gezwegen heeft hij zich ernstig vergist.
10Gegeven deze uitslag mogen we nog van geluk spreken.
In zin 10 kan gegeven ook als voorzetsel opgevat worden. Dat is ook het geval in een constructie als gezien zijn reputatie (zie [9.3.2]).
4
Het voltooid deelwoord treedt ook op in vaste uitdrukkingen (enkele spreekwoorden), bijv.:
11Beter hard geblazen dan de mond gebrand.
12Zo gewonnen, zo geronnen.
13Moed verloren, al verloren.
5
Het voltooid deelwoord kan ook in de functie van een imperatief gebruikt worden, bijv.:
14Opgepast!
15Ingerukt, mars!
De gebruiksmogelijkheden zijn veel beperkter dan die van de infinitief in deze functie (zie (2.4.2, sectie 4)). Zo komt een voltooid deelwoord als imperatief zelden voor in opschriften.
6
Het voltooid deelwoord kan (deel van een) onvolledige zin zijn. Het kan alleen op deze wijze gebruikt worden als het werkwoord in een volledig gemaakte zin ook in de vorm van een voltooid deelwoord kan voorkomen (vergelijk (2.4.2, sectie 5) en (2.4.5, sectie 5)), bijv.:
16A: Wat heb je in Amerika gedaan? B: (Engels) gestudeerd. (= 'Ik heb (Engels) gestudeerd')
7
Veel voltooide deelwoorden hebben de overgang doorgemaakt naar de klasse van de adjectieven. Ook de gevallen van een bepaling van gesteldheid als genoemd onder 2 (hier herhaald) kunnen onder deze categorie begrepen worden:
17verloren voorwerpen
18het getrouwde paar
19Mijn moeder is al jaren overleden.
20Helemaal opgefrist kwam hij onder de douche vandaan.
21Schelvis eet ik graag gekookt.
Als een voltooid deelwoord dat tot adjectief geworden is, verbonden wordt met een koppelwerkwoord, vormt het daarmee een naamwoordelijk gezegde. In een dergelijk gezegde staat in zinnen met achter-pv het koppelwerkwoord (=het werkwoordelijk deel) altijd rechts van het naamwoordelijk deel. (Zie [21.5.2.1], alsook [18.5.2.3/i], Opmerking). Deze volgorderegel geldt dus zowel voor een gewoon adjectief als naamwoordelijk deel als voor een naamwoordelijk deel dat de vorm van een voltooid deelwoord heeft. Vergelijk 22 met 23:
22aIk heb je toch gezegd dat mijn moeder al jaren dood is.
bIk heb je toch gezegd dat mijn moeder al jaren is dood.uitgesloten
23aIk heb je toch gezegd dat mijn moeder al jaren overleden is.
bIk heb je toch gezegd dat mijn moeder al jaren is overleden.uitgesloten
Als een voltooid deelwoord samen met een hulpwerkwoord een werkwoordelijk gezegde vormt, is de onderlinge volgorde van de werkwoorden in zinnen met achter-pv vrij, zodat 24a en 24b naast elkaar kunnen voorkomen:
24aIk heb je toch gezegd dat mijn moeder in 1981 overleden is.
bIk heb je toch gezegd dat mijn moeder in 1981 is overleden.
Zie hierover meer in [18.5.7.3].
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In de praktijk van het taalgebruik wordt nogal eens inbreuk gemaakt op de volgorderegel voor het naamwoordelijk gezegde, zodat men zinnen van het type 23b wel kan aantreffen. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk dat sommige taalgebruikers bij zinnen met een werkwoordelijk gezegde de voorkeur geven aan de volgorde met het voltooid deelwoord achteraan (zoals in 24b), en deze volgorde ten onrechte uitbreiden tot zinnen met een naamwoordelijk gezegde.
Vanuit de functie van adjectief is ook de overgang naar het bijwoord begrijpelijk in gevallen als overdreven vriendelijk , uitgesproken dom (vergelijk [15.3.1.1]) en de overgang naar de substantieven in gevallen als ondergeschikten en gewonden (zie (12.3.1.4.i, categorie [1])).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links