Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.3.2 De vormen
Verder lezen
De wederkerende voornaamwoorden zijn alleen zelfstandig.
Naar de vorm zijn er twee categorieën: korte vormen, die we 'neutrale vormen' noemen, en lange vormen, die bestaan uit combinaties van neutrale vormen met zelf ('zelf-vormen'). Deze zelf-vormen worden meestal als één woord geschreven. (Zelf komt ook als op zichzelf staand woord voor [5.6.7].)
Verder worden de wederkerende voornaamwoorden evenals de persoonlijke onderscheiden naar persoon en in de eerste persoon ook naar getal.
Het vormenbestand is zoals weergegeven in schema 5.5.
schema 5.5: De wederkerende voornaamwoorden. 1
enkelvoud meervoud
neutrale vorm zelf-vorm neutrale vorm zelf-vorm
1ste persoon me (mij) mezelf (mijzelf) ons onszelf
2de persoon je; u, zich jezelf; uzelf, zichzelf je; u, zich jezelf; uzelf, zichzelf
3de persoon zich zichzelf zich zichzelf
1 Zie toelichting in de tekst.
In de eerste persoon enkelvoud is me de gewone vorm; mij komt vooral in geschreven taal, maar soms ook wel in gesproken taal voor.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Zoals uit schema 5.5 blijkt, zijn de neutrale vormen van de eerste en tweede persoon (met uitzondering van zich naast u) gelijk aan de niet-onderwerpsvormen van de (gereduceerde) persoonlijke voornaamwoorden (vergelijk schema 5.1 en schema 5. 2). In strijd met de in deze paragraaf gegeven regels worden in gesproken taal ook in de derde persoon wel vormen gebruikt die gelijk zijn aan die van de persoonlijke voornaamwoorden (vergelijk schema 5. 3), bijv.:
iJan is 'm aan het scheren. ('Jan is zich aan het scheren') ( in de standaardtaal)
iiMarie is d'r aan het aankleden. ('Marie is zich aan het aankleden') ( in de standaardtaal)
Nog gebruikelijker zijn (eveneens in strijd met de regels) in de gesproken taal in sommige regio's de vormen m'n eigen (eerste persoon enkelvoud), ons eigen (eerste persoon meervoud), je eigen en uw eigen (tweede persoon), z'n eigen (derde persoon mannelijk enkelvoud) en d' r eigen (derde persoon meervoud en vrouwelijk enkelvoud), bijv.:
iii Ik heb m'n eigen daar nooit mee bemoeid.uitgesloten (in de standaardtaal)
iv We hadden ons eigen verstopt.uitgesloten (in de standaardtaal)
v Nou vergis je je eigen!uitgesloten (in de standaardtaal)
vi Doet u uw eigen niet te kort?uitgesloten (in de standaardtaal)
vii Jan is z'n eigen aan het scheren.uitgesloten (in de standaardtaal)
viii Marie is d'r eigen aan het aankleden.uitgesloten (in de standaardtaal)
ix De kinderen zijn d'r eigen aan het aankleden.uitgesloten (in de standaardtaal)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links