Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.4.4 De imperatief (gebiedende wijs)
Verder lezen
1
De imperatief (naar de vorm een stam en in enkele gevallen stam + t) wordt gebruikt zonder onderwerp. Hij drukt een bevel, verzoek, wens, advies, aansporing en dergelijke uit, bijv.:
1Doe de deur dicht!
2Geeft acht!
3Kom eens hier.
4Eet smakelijk.
5Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper!
6Snoep verstandig, eet een appel!
7Vul de bon in en win een reis.
8(In een recept: ) Voeg de boter toe en laat de saus vijf minuten zachtjes doorkoken.
9Lees voor gebruik de aanwijzingen op de verpakking.
In veel gevallen waarin van een bevel of dringend verzoek sprake is, kan een persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon toegevoegd worden, bijv.:
10Doe de deur dicht, jullie!vergelijk 1
11Kom eens hier, jij!vergelijk 3
In persoonlijk contact tussen mensen klinkt de imperatief zonder toegevoegd pronomen (u, jij of jullie) al gauw onbeleefd of autoritair, ook als men elkaar tutoyeert. Zin 1 zal dan ook vaak vervangen worden door bijv. Och, doe de deur even dicht, waar de toegevoegde woorden het bevelskarakter verzachten, of door de gewone verzoekformule Wil je de deur (even) dichtdoen?
Formeel zijn zinnen als 10 en 11 te onderscheiden van zinnen als de volgende, waarin het toegevoegde voornaamwoord direct na het werkwoord komt; is het voornaamwoord meervoudig, dan is de vorm van de imperatief stam + t, zonder dat er sprake hoeft te zijn van formeel taalgebruik (vergelijk [2.3.2.5]). Voorbeelden:
12Gaat u zitten!
13Doe jij de deur dicht!
14Weest u maar niet bang.
Deze zinnen kunnen dienst doen als imperatiefzinnen: 12 als een vriendelijk verzoek, 13 als een dringend verzoek, respectievelijk een bevel, 14 als een geruststelling.
2
Gevolgd door een nevengeschikte zin ingeleid door en of of, kan een zin met een imperatief het karakter van een bijzin van veronderstelling of voorwaarde krijgen. Vergelijk:
15Zeg mij met wie je omgaat en ik zal je zeggen wie je bent. (= 'Als je mij zegt...')
16Zet dat boek daar en je vindt het nooit meer terug. (= 'Als je dat boek daar zet...')
17Hou op of ik ga gillen. (= 'Als je niet ophoudt...')
18Wees het met hem oneens en je hebt ruzie. (= 'Als je het met hem oneens bent...')
19Word maar eens bestolen in het buitenland (en) dan wil ik jou nog eens spreken. (= 'Als jij eens bestolen wordt...')
Zie hierover verder [26.1] en [26.2].
3
Naar vorm en betekenis vergelijkbaar met een imperatiefzin zijn zinnen met een plusquamperfectum die het ongewenste van een niet meer te veranderen werking uitdrukken. Tegen iemand die ten onrechte hard gelopen heeft, kan men zeggen:
20Had maar niet zo hard gelopen!
Deze zin betekent hetzelfde als Je had niet zo hard moeten lopen, zoals Loop niet zo hard! gelijk is aan Je moet niet zo hard lopen. Vandaar de benaming 'imperatief van het plusquamperfectum'. Andere voorbeelden:
21Was dan wat eerder gekomen!
22Ach, had toch niks gezegd!
4
In informeel taalgebruik kan regionaal (vooral in Nederland) bij sommige werkwoorden aan de imperatief ze toegevoegd worden. Hiermee wenst men de toegesprokene een goed verloop van datgene wat het werkwoord uitdrukt. Voorbeelden:
23Werk ze!informeel_regionaal
24Eet ze!informeel_regionaal
25Maf/slaap ze! informeel_regionaal
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Een apart geval van een imperatief doet zich voor in zinnen als:
iKijk haar!
iiKijk mij nou doen!
iiiKijk Jan eens!
Het opmerkelijke is hier onder meer het ontbreken van het vaste voorzetsel dat bij kijken hoort, namelijk naar. Naast de normale imperatiefzin Kijk naar hem! is ook mogelijk Had naar hem gekeken! (zie onder 3), bij het geïsoleerde Kijk hem! is een plusquamperfectum onmogelijk. Voor de vorm van het persoonlijk voornaamwoord in gevallen als i en ii zie [18.5.4.9].
Voor het gebruik van de infinitief met de functie van een imperatief zie (zie 2.4.2, sectie 4), voor het gebruik van het voltooid deelwoord met de functie van een imperatief zie (zie 2.4.6, sectie 5).
Voor de (modale) functies van de imperatief zie ook [28.3.4.2].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links