Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.2.3.1.ii.1.b Congruentie in de constructie 'een van de + meervoudig woord + die...'
Verder lezen
In constructies bestaande uit de woorden een van de (in formele taal een der) en een meervoudig substantief, voornaamwoord of telwoord is niet altijd zonder meer duidelijk waar de persoonsvorm uit de betrekkelijke bijzin bij moet aansluiten.
Er bestaat bijvoorbeeld een verschil tussen de volgende zinnen:
1Een van de studenten, die goed met een pc kon omgaan, werd voor dit werk uitgekozen.
2Een van de studenten die goed met een pc konden omgaan, werd voor dit werk uitgekozen.
In 1 is sprake van een uitbreidende bijvoeglijke bijzin bij de naamwoordelijke constituent een van de studenten (na die constituent komt een komma). De betekenis van de hele zin is te omschrijven als 'van de studenten werd er een voor dit werk uitgekozen, en die kon goed met een pc omgaan' (of dat laatste de reden voor de uitverkiezing was, wordt in het midden gelaten). De persoonsvorm richt zich hier naar een en kan dus alleen maar enkelvoud zijn. In 2 staat een beperkende bijvoeglijke bijzin bij studenten; de betekenis is te omschrijven als 'van de studenten die goed met een pc konden omgaan, werd er een voor dit werk uitgekozen' (dit impliceert dat het kunnen omgaan met een pc een vereiste was: de andere studenten kwamen helemaal niet in aanmerking); de persoonsvorm staat in het meervoud. Toch is een enkelvoudige persoonsvorm ook in de beperkende interpretatie van de zin niet onmogelijk, al wordt dit niet door iedereen aanvaardbaar geacht:
3Een van de studenten die goed met een pc kon omgaan, werd voor dit werk uitgekozen.
De betekenis kan hier omschreven worden als: 'van de studenten werd er een die goed met een pc kon omgaan, voor dit werk uitgekozen' (niet zomaar willekeurig een). Het betekenisverschil tussen 2 en 3 mag dan misschien subtiel zijn, de aandacht wordt in 2 meer op de groep, in 3 meer op het individu gevestigd (een van de studenten = 'een student'; ook in 1 heeft de naamwoordelijke constituent deze betekenis). Vergelijkbare voorbeelden zijn:
4aEen van hen die het kunnen weten, is Dick. (= 'een uit de groep van mensen')
bEen van hen die het kan weten, is Dick. (= 'iemand die...')
5aHij is een van de taalkundigen die daar wel eens over geschreven hebben. (= 'een uit de groep van taalkundigen')
bHij is een van de taalkundigen die daar wel eens over geschreven heeft. (= 'een taalkundige die...')
6aEen van de onderzoekers die bijdroegen aan de ontwikkeling van het geneesmiddel, heeft een prijs gekregen. (= 'een uit de groep van onderzoekers')
bEen van de onderzoekers die bijdroeg aan de ontwikkeling van het geneesmiddel, heeft een prijs gekregen. (= 'een onderzoeker die...')
Gelet op het betekenisverschil tussen de (a) - en de (b) -zinnen hoeft er geen bezwaar gemaakt te worden tegen het gebruik van een enkelvoudige persoonsvorm in zulke beperkende bijzinnen.
Een 'individuele' (i.e. niet-collectieve) interpretatie zoals hierboven bedoeld, ligt overigens soms minder of zelfs niet voor de hand, met name niet bij een aanwijzend voornaamwoord met vooruitwijzende functie (zie bijv. 7). Toch komen ook in dat geval zinnen met een enkelvoudige persoonsvorm in de praktijk frequent voor. Voorbeelden zijn:
7aHenk is ook een van degenen die daar aandacht aan besteed hebben.
bHenk is ook een van degenen die daar aandacht aan besteed heeft.twijfelachtig
8aEen van de laatsten die het zinkende schip verlieten, was de purser.
bEen van de laatsten die het zinkende schip verliet, was de purser.twijfelachtig
9aDat was een van de eerste dingen die mij opvielen.
bDat was een van de eerste dingen die mij opviel.twijfelachtig
10aHij was in politiek Den Haag een van de weinigen die enthousiast op het voorstel reageerden.
bHij was in politiek Den Haag een van de weinigen die enthousiast op het voorstel reageerde.twijfelachtig
In de bovenstaande (b) -voorbeelden is de betekenis van de naamwoordelijke constituent in kwestie immers niet 'een degene', 'een laatste', 'een eerste ding' of 'een weinige' (wel mogelijk zou zijn in plaats van 8b: de laatste die..., en in plaats van 9b: het eerste ding dat...).
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In een zin als 9 zou men kunnen redeneren dat het betrekkelijk voornaamwoord die alleen maar op het meervoudige (onzijdige) substantief dingen kan slaan, aangezien er anders dat had moeten staan, wat echter een ongrammaticale zin oplevert:
iDat was een van de eerste dingen dat mij opviel.uitgesloten
Daarbij gaat men ervan uit dat er na een een woord weggelaten is (i.c. ding). Dit uitgangspunt is onjuist, getuige de gevallen met een niet-substantivisch element (bijv. een van hen), waar er van weglating geen sprake kán zijn. Dat het betrekkelijk voornaamwoord die wel degelijk betrekking kan hebben op een, moge blijken uit een zin als:
iiEen die goed kan dansen van die meisjes, is ongetwijfeld Bregje.
iiiEen van ons groepje die zoiets zeker weet, is Jaap.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links