Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.1.3.3.1 Een adjectivische constituent
Verder lezen
Adjectieven die als (kern van een) naamwoordelijk deel dienst doen, hebben altijd de onverbogen vorm (met als uitzondering (on)voldoende, bijv. dat is (on)voldoende; vergelijk met de deelwoorden onder 2). Zowel de stellende als de vergrotende en de overtreffende trap kunnen deze functie vervullen. Voorbeelden van adjectivische constituenten als naamwoordelijk deel zijn:
1Jan is tenger.
2Het gat wordt steeds groter.
3Maria is het liefst.
4Carla blijft erg klein.
Deelwoorden die als adjectief gebruikt kunnen worden, kunnen ook als naamwoordelijk deel functioneren, bijv.:
5De muur leek wel behangen, maar hij was in feite geschilderd.
Dikwijls kan hetzelfde woord als deelwoord in een werkwoordelijk gezegde en als adjectief in een naamwoordelijk gezegde functioneren. Vergelijk de twee volgende zinnen:
6Ik hoorde dat hij gisteren getrouwd is. (werkwoordelijk gezegde)
7Ik wist niet dat hij niet getrouwd was. (niet getrouwd = 'ongetrouwd'; naamwoordelijk gezegde)
Zie hiervoor verder [6.2.3], (2.4.6, sectie 7) en [18.5.2.3/i], Opmerking.
Een aantal adjectieven kunnen niet als naamwoordelijk deel gebruikt worden, bijv. de stofadjectieven. Zie hiervoor [6.3.2.1].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links