Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.8.4.1 Verenkeling en verdubbeling van letters
Een voorbeeld van een grafotactische regel is het verbod op dubbele medeklinkerletters (lettergeminaten) binnen lettergrepen:
Verbod op medeklinkergeminaten Binnen lettergrepen komen geen medeklinkergeminaten voor.
Als we een -t toevoegen aan de stam van een werkwoord voor de derde persoon enkelvoud zoals eet, dan eindigt dit woord dus orthografisch op een enkele t: eet. Als we het suffix -te toevoegen aan een bijvoeglijk naamwoord zoals groot, dan blijven beide t’s wel behouden: grootte. Hier is de reeks tt over twee lettergrepen verdeeld. Uitzonderingen vinden we in woorden als app, baseball en jazz, die we door hun doublet van medeklinkerletters binnen een lettergreep meteen als uitheems herkennen.
Ook een drietal doubletten van klinkerletters wordt aan het eind van een woord verenkeld; dit geldt voor uu, oo, aa, maar niet voor ee. Bij klinkers moet dit patroon worden gerelateerd aan een andere grafotactische regel, de regel van verenkeling van lettergeminaten:
Regel van verenkeling Lettergeminaten voor klinkers worden verenkeld in een open lettergreep.
De effecten van deze regel zien we in de spelling van de volgende woordparen:
Tabel 1.
y fuut / futen
e eet / eter
o rood / roder
a laat / later
Als de gespannen klinkers in de eerste lettergreep van deze woorden in een open lettergreep staan, dan worden de dubbele letters verenkeld. Dit geldt dus niet voor gespannen klinkers die met een combinatie van twee verschillende letters worden gespeld, de oe, de eu, en de ie.
Als een gespannen klinker aan het woordeinde staat, staat deze daardoor in een open lettergreep; ook dan treedt verenkeling op, maar met één uitzondering; ee wordt niet e, omdat een woordfinale e wordt gebruikt om de sjwa weer te geven, zoals in zee vs. ze (pers. vnw.). In plaats van ee wordt in sommige woorden é gebruikt zoals in oké en . Deze verenkeling levert geen problemen op voor de spelling van ongespannen klinkers aan het woordeinde, want die komen in die positie niet voor, behalve in uitroepen. De grafotactische oplossing voor de spelling van zulke uitroepen is om de klinkerletter te laten volgen door de h, zoals in bah, joh, goh, puh.
Een uitzonderlijk geval van verenkeling is de spelling van de y voor een w, zoals in uw. De y staat dan orthografisch gezien in een gesloten lettergreep, maar toch wordt een enkele u gespeld.
De spelling van de woorden in de tabel hierboven geeft geen problemen voor wat betreft de klankwaarde van de enkele letterklinkers. Die kunnen niet als ongespannen klinkers worden opgevat, omdat er ook een grafotactische regel van verdubbeling is:
Regel van verdubbeling Een medeklinkerletter tussen twee klinkerletters wordt verdubbeld als de eerste klinkerletter een ongespannen klinker weergeeft.
Deze regel heeft tot effect dat er in de volgende woordparen in de meervoudsvormen een dubbele medeklinker moet worden gespeld:
1pit/pitten, pet/petten, put/putten, bot/botten, rat/ratten
De regel van verdubbeling geldt niet voor de digraaf ch. In een woord als lachen telt de eerste lettergreep orthografisch als gesloten vanwege de aanwezigheid van twee medeklinkerletters. Dit betekent ook dat in een woord als goochem de letter voor de gespannen klinker o moet worden verdubbeld, en weergegeven als oo. Hetzelfde geldt voor de ng, die ook een lettergreep orthografisch gezien gesloten maakt. Daardoor spellen we de ongespannen klinker ɑ van zangen zonder verdubbeling, evenals de ɛ in echo.
Woorden met een gespannen klinker voor ŋ komen niet voor.
Deze manier van spellen van klinkerletters laat zien dat de fonologische lettergreep (de syllabe) niet altijd exact correspondeert met de orthografische lettergreep. In een woord als goochem go.xəm is de eerste syllabe open, maar orthografisch wordt deze als een gesloten lettergreep opgevat, en daarom wordt de gespannen klinker o hier als oo gespeld.
De afbreekconventies maken wel verschil tussen ch en ng. Een woord als lachen wordt afgebroken als la-chen, een woord als zangen als zan-gen.
De gespannen klinker i wordt weergegeven door de digraaf ie. Omdat dit grafeem uit twee verschillende letters bestaat, is het niet onderhevig aan de verenkelingsregel, zoals blijkt uit de spelling van woorden als gieter en lieve, waar de i in een open lettergreep staat en toch met twee letters wordt gespeld. In uitheemse woorden, zoals bikini, divan, liter en prima, wordt de i in een open lettergreep wel als i gespeld. Toch is er in bepaalde gevallen wel sprake van een speciale vorm van verenkeling: als de i in een niet-finale, onbeklemtoonde lettergreep staat, wordt i gespeld in plaats van ie, zoals in activeren (naast actief) en neuriën (naast neurie).
Zie Nunn (1998: Hoofdstuk 4).
De letter i wordt ook gebruikt om de glijklank j weer te geven, na een gespannen klinker, zoals in aaien, roeien, en pooier. Dit staat in contrast met de spelling van j als j in leenwoorden als bajes. De bron van deze spellingconventie is dat De Vries en Te Winkel in hun spellingregeling de klankreeksen aj, uj en oj opvatten als tweeklanken die met drie letters geschreven worden aai, oei, ooi, waardoor ook de tweede klank van deze reeksen werd weergegeven met een klinkerletter.
Deze klankreeksen gedragen zich echter niet als echte tweeklanken. Zo kunnen echte tweeklanken gevolgd woorden door een niet-alveolaire medeklinker (bijvoorbeeld in rijp, eik, kuip, ruik) maar aj, uj, oj  niet; zo is ajk onwelgevormd; zie Booij (1995: 19).
De interpretatie van de letter i als j vinden we ook in de uitspraak van het afkortingswoord aio (assistent-in-opleiding) als ajo.
Ook voor de spelling van een klinker gevolgd door de glijklank w zijn er speciale regels: na ie en ee wordt voor de w de letter u ingevoegd, zoals in nieuw en eeuw.
Wat betreft de spelling van medeklinkers is er een grafotactische regel voor de spelling van de ŋ. Deze wordt gespeld als ng, maar niet voor een velaire plof- of wrijfklank, waar alleen n wordt gespeld, zoals in bank, angina, en tango.
De spelling van woorden met de suffixen -aard, -aardig, en -achtig.
Verdieping
De spelling van woorden met de suffixen -aard, -aardig, en -achtig.
In woorden die uitgaan op de suffixen -aard, -aardig en -achtig is de spelling van de stam gelijk aan die van het corresponderende zelfstandig woord. Zo krijgen we spelvormen als lafaard, boosaardig en reusachtig, en een contrast in de spelling van geel tussen geelachtig en gelig. Bij woorden met het suffix -achtig strookt dit met het feit dat dit suffix een zelfstandig prosodisch woord is, en er daarom een syllabegrens valt direct voor het suffix. Daarom is de eerste syllabe van geelachtig een gesloten syllabe. Ook het suffix -aardig kan als een zelfstandig prosodisch woord worden opgevat. In een woord als kwaadaardig kan er een syllabegrens vallen na de d van kwaad-, en deze d wordt dan als t uitgesproken. Maar een uitspraak met een d is ook mogelijk, hetgeen suggereert dat dit suffix niet altijd als een zelfstandig prosodisch woord wordt geïnterpreteerd. Het suffix -aard vormde historisch het tweede deel van een samenstelling, met vroeger de vorm hard. Dat woorden met dit suffix als samenstellingen worden gespeld, is dus een effect van het Beginsel van etymologie, want er valt in het huidig Nederlands geen syllabegrens meer direct voor -aard. Dat zien we aan een woord als wreedaard dat wordt gesyllabificeerd als wre.daard, met een stemhebbende d aan het begin van de tweede syllabe. Dit laat zien dat er geen Finale verscherping plaatsvindt, en de d van de stam wred dus niet aan het eind van een syllabe staat.
De spelling van verkleinwoorden
Verdieping
De spelling van verkleinwoorden
In verkleinwoorden wordt de lettergreep voor het suffix -tje als gesloten beschouwd, hoewel dat fonologisch gezien niet het geval hoeft te zijn. De klinkertekens worden dan verdubbeld om te voorkomen dat woorden verkeerd gelezen worden:
iabonneetje, fotootje, mamaatje, parapluutje
Zo kan het verschil tussen woorden als katje en kaatje worden gespeld. Als het verkleinwoord wordt afgebroken aan het eind van een regel, vindt deze afbreking plaats op de grens tussen stam en suffix, en dan moet weer een enkele letter gespeld worden, zoals in mama-tje.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links