Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
16.3.1.1 Graadaanduidende of versterkende (voor)bepalingen
Verder lezen
1
Een bijwoord kan als voorbepaling zelf ook weer een bijwoordelijke (of een op dezelfde wijze gebruikte adjectivische) constituent bij zich hebben met graadaanduidende of versterkende betekenis (zie voor dit onderscheid(15.3.1.1, sectie 1)). Voorbeelden van graadaanduidende of versterkende bijwoorden vindt men in:
1vrij vaak
2hoe dikwijls
3hoogst zelden
4heel wel
5zeer graag
6te gauw
De bijwoorden al, veel, wat, iets (en het equivalent ietsjes) treden op als voorbepaling bij het bijwoord te (zie voorbeeld 7, waarin al te/veel te/iets te zelf weer als voorbepaling van vaak dienst doet) of bij een bijwoord in de vergrotende trap (zie de voorbeelden 8 t.e.m. 10):
7(Dat komt naar mijn smaak) al/veel/iets te (vaak voor.)
8(Je moest maar eens) wat vaker (komen).
9(Ik wilde voortaan) wat minder (vaak komen).
10(Het congrescentrum bevindt zich) wat/iets verderop.
Het graadaanduidende bijwoord genoeg staat verplicht achter het bijwoord dat het bepaalt:
11(Hij komt hier) vaak genoeg.
Het bijwoord zo kan gecombineerd met mogelijk de bijwoordelijke constituent zo...mogelijk vormen. Deze discontinue constituent wordt gebruikt als omsluitende bepaling bij een (ander) bijwoord, een adjectief of bij de onbepaalde telwoorden veel en weinig, respectievelijk bijv.:
12(Kom) zo [gauw] mogelijk.
13(Hij wil een) zo [getrouw] mogelijke (weergave van het besprokene).
14(Ik probeer) zo [weinig] mogelijk (fouten te maken).
Zo...mogelijk(e) maakt hier achtereenvolgens deel uit van een grotere bijwoordelijke constituent, van een adjectivische constituent en van de determinator van een naamwoordelijke constituent. Voor gevallen als 13 en 14 vergelijke men respectievelijk(15.3.1.1, sectie 2a) en 3 en [14.4.4.5].
Op een overeenkomstige wijze kan de combinatie hoe... ook gebruikt worden, met dit verschil evenwel dat ook altijd buiten de constituent staat waar hoe... ook direct op betrokken is, bijv.:
15Hoe [vaak] (ik het 'm) ook (gezegd heb, hij doet het toch niet).
16Hoe [sterk] (die kerel) ook (was, hij kon de kast niet open krijgen).
17Hoe [weinig] (fouten ik) ook (probeer te maken, perfect wordt het nooit).
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Het aparte karakter van de combinatie hoe...ook blijkt uit het feit dat sommige bijwoorden gecombineerd kunnen worden met het 'veralgemenende' bijwoord ook, zonder dat daarbij sprake is van een omsluitende bepaling bij een ander bijwoord. Ook staat in een zin niet meteen achter het bijwoord waar het bepaling bij is. Voorbeelden van dit gebruik zijn:
iWanneer (je het) ook (wilt zeggen, vóór vanavond wil ik het in ieder geval weten).
ii(Het blijft raar, ) hoe (je het) ook (draait of keert).
Vergelijk hiermee ook [14.5.2.1/2].
2
Als equivalent van een bijwoordelijke constituent als graadaanduidende of versterkende voorbepaling bij een bijwoord zijn naamwoordelijke constituenten als een beetje, een eind(je), een stuk(je), een ietsje, een pietsje (en varianten) mogelijk, bijv.:
18een beetje verderop
19een eind verderop
20een heel stuk verderop
21een ietsje te (vaak)informeel
22een pietsje te (gauw)informeel
In deze gevallen is de graadaanduiding vaag, maar ze kan ook exact zijn, zoals in de volgende voorbeelden:
23(Je bent) twee minuten te (vroeg).
24(Het dorp lag) 15 kilometer verderop.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links