Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.6.2.1 Niet-groepsvormend in plaats van groepsvormend gebruik van werkwoorden
Verder lezen
1
Een schijnbare uitzondering op de regel van de ondoordringbaarheid van werkwoordelijke eindgroepen vormen constructies zoals in de (b)-zinnen van de volgende twee paren. Vergelijk:
1aHij |wilde| alsnog in de tuin |proberen te komen.|
bHij |wilde| alsnog |proberen| in de tuin te komen.
2a|Omdat| hij ook wat |meende te moeten zeggen| (vroeg hij het woord.)
b|Omdat| hij |meende| ook wat te moeten zeggen (vroeg hij het woord.)
In 1a en 2a zijn respectievelijk proberen en menen groepsvormend gebruikt, dat wil zeggen dat deze werkwoorden samen met het zelfstandig werkwoord en eventuele andere (hulp)werkwoorden (te komen in 1a en te moeten zeggen in 2a) de tweede pool van de zin uitmaken. Niet-werkwoordelijke elementen zoals in de tuin of ook wat gaan daaraan vooraf en staan in het middenstuk. In de respectieve (b)-zinnen daarentegen zijn proberen en menen niet groepsvormend gebruikt, maar worden ze gecombineerd met een beknopte bijzin. (Zie voor het al dan niet groepsvormend gebruik van werkwoorden [18·5·1·2].) Er is hier derhalve geen sprake van doorbreking van de tweede pool: deze bevat slechts één werkwoord.
2
Ook gevallen als de volgende (b)-zinnen kunnen als schijnbare doorbreking opgevat worden:
3a(Hij zei) |dat| hij graag de kraanvogels |wilde fotograferen. |
b(Hij zei) |dat| hij wilde graag de kraanvogels fotograferen.informeel
4a(Ik vind) |dat| de minister zijn woorden over het algemeen goed |weet te kiezen. |
b(Ik vind) |dat| de minister weet zijn woorden over het algemeen goed te kiezen.informeel
Zinnen als 3b en 4b komen voor in informele, gesproken taal. Ze kunnen beschouwd worden als constructies waarbij de spreker tijdens het productieproces na het uitspreken van het onderwerp van de bijzin (het tweede hij in voorbeeld 3 en de minister in 4) ongemerkt overgaat op een zin met hoofdzinsvolgorde. In die zin is de vóór-pv (wilde, respectievelijk weet) dan dus de eerste pool en de werkwoordelijke aanvulling daarbij (fotograferen, respectievelijk te kiezen) de tweede pool. Ze zijn dus te beschouwen als een soort overloopconstructie (vergelijk [21·2·5]).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links