Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.6.5.1 De klemtoon in nominale samenstellingen
Nominale samenstellingen  zijn samengestelde woorden met als rechterlid een zelfstandig naamwoord. In nominale samenstellingen die bestaan uit twee zelfstandige naamwoorden valt de hoofdklemtoon als regel op het eerste deel, zoals de volgende voorbeelden laten zien:
1dránk-gelag, lánd-bouw, klók-gelui, záál-voetbal
Maar er zijn enkele typen nominale samenstellingen die hoofklemtoon op het rechterlid hebben. Dat zijn bijvoorbeeld sommige samenstellingen die beginnen met woorden als boeren-, rijks-, staats- en stad-:
2boeren-dóchter, boeren-léénbank, boeren-méíd, boeren-zóón
rijks-advocáát, rijks-ámbtenaar, rijks-muséum
staats-bósbeheer, staats-drukkeríj
stad-húis
Er zijn echter ook samenstellingen die met zulke woorden beginnen, en toch de reguliere hoofdklemtoon op het eerste woord hebben:
3bóéren-actie, bóéren-gehucht, bóéren-leider
ríjks-grens, ríjks-steun, ríjks-taal
stááts-inrichting, stááts-schuld, stááts-secretaris
stáds-deel, stáds-gezicht, stád-houder
De delen van samenstellingen kunnen ook zelf weer samenstellingen zijn. Voor zulke complexe samenstellingen met minstens drie woorden als bouwstenen zien we twee varianten wat betreft de plaats van de hoofdklemtoon:
4aklemtoon op het eerste woord: húúr-achterstand, kínder-speelplaats, záál-voetbal, zák-woordenboek
bklemtoon op het tweede woord: arbeidsvóórwaarden-beleid, huur-ádviescommissie, studenten-róéivereniging, wereld-úúrrecord
Klemtoon op het tweede woord, zoals in de woorden (4b), zien we vooral bij samenstellingen, waarvan het tweede deel zelf ook weer een samenstelling is. Maar ook in arbeidsvoorwaardenbeleid, waar het eerste deel een samenstelling is (arbeidsvoorwaarden) zien we klemtoon op het tweede woord, terwijl omgekeerd in kinderspeelplaats, een woord met een samenstelling speelplaats als tweede lid, de klemtoon toch op het eerste woord valt. Er treedt ook variatie op: het woord kinderbijslag, waarin bijslag op zich ook een samenstelling is, kan worden uitgesproken met klemtoon op de eerste of op de tweede syllabe.
Nominale samenstellingen kunnen ook een bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, of voorzetsel als linkerlid hebben. Ook voor dit type samenstellingen geldt dat de hoofdklemtoon meestal op het linkerlid valt.
5aadjectief als eerste lid: frís-drank, gróót-handel, gelíjk-stroom
bwerkwoord als eerste lid: verwén-idee, reagéér-buis, spéél-goed, zóékplaatje
cvoorzetsel als eerste lid: bíj-zin, bóven-arm, terúg-blik, vóór-wiel
Uitzonderingen zijn woorden als hoog-léraar en vríj-gezél.
Woorden die met het adjectief oud in de betekenis ‘voormalig’ beginnen, of met het adjectief oud of nieuw voor een bepaalde historische fase van een taal hebben ook hoofdklemtoon op het tweede deel:
Zulke woorden, met een speciale betekenis in samenstellingen, worden affixoïden genoemd; zie Booij (2019: 154).
6oud-directéur, oud-gevángene, oud-léérling
nieuw-Fríés, nieuw-Zwééds, oud-Néderlands, oud-Nóórs
Nominale samenstellingen kunnen ook gevormd zijn door reduplicatie, waarbij de klankreeks van een woord (gedeeltelijk) wordt gekopieerd. Ook dan valt de hoofdklemtoon op het eerste deel:
7bímbam, príétpraat, tíktak, wíssewas, ríkketik
Het linkerdeel van een nominale samenstelling kan ook een woordgroep zijn. Voor de positie van de hoofdklemtoon in het linkerdeel geldt dan de regel voor klemtoon in woordgroepen. In de woordgroep oude mannen valt de klemtoon op de eerste syllabe van het woord mannen. In de samenstelling oudemánnenhuis valt de klemtoon op het linkerdeel oude-mannen, en dus valt de hoofdklemtoon in de samenstelling als geheel op de derde syllabe man. In de volgende samenstellingen valt de hoofdklemtoon ook steeds op de syllabe die in de woordgroep de hoofdklemtoon draagt:
8[onder-wáter]-camera
[ban-de-bóm]-demonstratie
[God-is-dóód]-theologie
[huis-aan-húis]-blad
[peper-en-zoút]-stel
[ver-van-mijn-béd]-show
De [wie-heeft-het-gedáán]-vraag
Als het linkerdeel een nevenschikking is, valt de hoofdklemtoon op het tweede deel van die nevenschikking:
9[Holland-Amérika]-lijn
[kat-en-múis]-spel
[maag-dárm]-kanaal
[moeder-kínd]-relatie
[woon-wérk]-verkeer
[zwart-wít]-foto
Er zijn heel wat zelfstandige naamwoorden die gevormd zijn als samenstellingen, maar waarvan een of beide delen niet meer als woord herkenbaar zijn. Zulke woorden bestaan nog wel uit twee prosodische woorden, en ze hebben dezelfde positie voor de hoofdklemtoon als gewone nominale samentellingen:
10áárdbei, brúidegom, élleboog, méíneed, náchtegaal, óórzaak, spérzieboon
Geografische samenstellingen hebben een eigen systematiek. Zo worden plaatsnamen op -dam, -meer, -veen en -waard altijd op het tweede deel beklemtoond (11a), maar plaatsnamen op -dorp en -drecht op het eerste deel (11b):
Zie Köhnlein (2015).
11aAmsterdám, Rotterdám, Schiedám, Zaandám
aIJsselméér, Wieringerméér, Zwarteméér
aHeerenvéén, Hoogevéén, Klazienavéén
aHeerhugowáárd, Valkenswáárd
bBátadorp, Betóndorp, Nóótdorp, Slóótdorp
bBárendrecht, Dórdrecht, Slíédrecht, Zwíjndrecht
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links