Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
8.6.4 Prepositioneel er
Verder lezen
Als er een deel is van een voornaamwoordelijk bijwoord dat gesplitst voorkomt, noemen we het voorzetsel-verbonden of prepositioneel er. Een voorbeeld:
1Toen ze bij het water kwamen, dook hij er meteen in.
Er verwijst hier naar het water en vormt samen met het voorzetselbijwoord in het voornaamwoordelijk bijwoord er (...) in. We noemen met er samengestelde voornaamwoordelijke bijwoorden persoonlijk, omdat ze als neutrale variant contrasteren met de met hier of daar samengestelde aanwijzende voornaamwoordelijke bijwoorden (bijv. hier (...) in, daar (...) in) (zie 8.7.1.3, sectie 1). Vergelijk met het locatieve er [8.6.2].
Prepositioneel er hoeft niet verwijzend te zijn. Er zijn namelijk nogal wat vaste uitdrukkingen met een persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord, waarbij er niet aan iets concreets refereert, zoals in de (a) -zinnen hieronder (in de corresponderende (b) -zinnen is er wel verwijzend):
2aJe bent er gloeiend bij! ('je bent gesnapt')
b(Ik heb de lijst van prijswinnaars doorgelezen, maar) je bent er niet bij. (= bij de prijswinnaars)
3aHij sloeg er meteen op. ('hij werd meteen handtastelijk')
b(Hij hield de spijker stevig vast, en) sloeg er met een hamer op. (= op de spijker)
Zie verder bij de behandeling van de voornaamwoordelijke bijwoorden [8.7].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links