Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
20.7.2 Andere grammaticale eigenschappen van het oorzakelijk object (eindred)
Het oorzakelijk object heeft als belangrijkste eigenschappen:
  • Het treedt op bij een kleine groep naamwoordelijke gezegdes, zoals kwijt zijn, beu worden en van plan blijven.
  • Het geeft antwoord op de vraag Wie of wat + [naamwoordelijk gezegde] + onderwerp? Bijvoorbeeld: Ze is haar gsm en sleutels kwijt. -- Wat is ze kwijt? -- Haar gsm en sleutels.
  • Het wordt uitgedrukt (zie 20.7.1) door middel van een nominale constituent (Steeds meer mensen zijn de files beu) of een afhankelijke zin (Ben je van plan om vroeg te gaan slapen?). Als de nominale constituent een voornaamwoord is, heeft dat de niet-onderwerpsvorm (Ik ben hem beu).
  • Het kan niet samen met het naamwoordelijk deel van het gezegde attributief gebruikt worden (de files beue mensenuitgesloten).
Hieronder gaan we dieper in op deze en andere grammaticale eigenschappen van het oorzakelijk object, die we gebruiken om het oorzakelijk object te onderscheiden van andere zinsdelen en zinsdeelstukken.
Verder lezen
Verplicht zinsdeel bij sommige naamwoordelijk gezegdes
Het oorzakelijk object heeft een aantal eigenschappen gemeen met het direct object (lijdend voorwerp). Beide objecten geven bijvoorbeeld antwoord op de vraag 'Wie of wat + gezegde + onderwerp?' en kunnen uitgedrukt worden door een nominale constituent:
1aNa jarenlange samenwerking werd Van Kooten het drukke televisiewerk moe.oorzakelijk object
b'Wat werd Van Kooten moe?' 'Het drukke televisiewerk.'
2aZe hebben een nieuwe oven gekocht.direct object
b'Wat hebben ze gekocht?' 'Een nieuwe oven.'
Het verschil tussen het oorzakelijk object en het direct object zit in het type gezegde waar ze bij horen. Het oorzakelijk object komt enkel voor bij (een klein aantal) naamwoordelijke gezegden, zoals moe worden, de baas blijven, gewoon zijn en van plan lijken, terwijl we het direct object uitsluitend aantreffen bij werkwoordelijke gezegden, zoals kopen, zien, bezoeken en achtervolgen.
Om het werkwoordelijk gezegde van het naamwoordelijk gezegde te onderscheiden, zie 20.1 Het gezegde (predikaat).
Dit betekent ook dat passivering nooit toepasbaar is op het oorzakelijk object. Als een werkwoordelijk gezegde passivering toelaat, neemt het direct object uit de actieve zin de functie van onderwerp op in de passieve zin (3). Geen enkel naamwoordelijk gezegde dat met een oorzakelijk object voorkomt, laat passivering toe (4).'dat met een oorzakelijk object voorkomt' kan wel weg?
3aWeinig toeristen bezoeken dit stadje.direct object
bDit stadje wordt door weinig toeristen bezocht.
4aZij zijn dergelijke temperaturen niet gewend.oorzakelijk object
bDergelijke temperaturen worden niet gewend geweest door hen.uitgesloten
Overigens is een nominale constituent bij een naamwoordelijk gezegde niet noodzakelijkerwijs een oorzakelijk object. De nominale constituent vorige week in 5a bijvoorbeeld is een bepaling van tijd. Anders dan het oorzakelijk object kan zo'n bepaling niet als antwoord dienen op de vraag 'Wie of wat + naamwoordelijk gezegde + onderwerp?' (5b):
5aHij was vorige week jarig.bepaling
bWat/wie was hij jarig? Vorige week.uitgesloten
Bovendien kan de bepaling weggelaten worden zonder dat de zin ongrammaticaal wordt of van betekenis verandert; vergelijk bijvoorbeeld Hij was jarig (als variant op 5a) met het incomplete Ze zijn niet gewend (als variant op 4a).
Geen attributief gebruik
Ook in 6a vinden we een naamwoordelijk gezegde met een nominale constituent: 160 meter. Net als in 5a fungeert die nominale constituent niet als oorzakelijk object, maar als een bepaling: 160 meter is een maatbepaling bij hoog; samen vormen ze het naamwoordelijk deel van het gezegde.
6aDe vloedgolf was 160 meter hoog.bepaling bij hoog)
bDat is een 160 meter hoge vloedgolf.
cDat is een vloedgolf van 160 meter hoog.
Een verschil tussen dit soort bepalingen en het oorzakelijk object is te zien als we 6 vergelijken met 7-8:
7aDe Brazilianen zijn de corruptie zat.oorzakelijk object
bDat is een de corruptie zatte Braziliaan.uitgesloten
cDat is een Braziliaan van de corruptie zat.uitgesloten
8aDe raap is 200 euro waard.oorzakelijk object
bDat is een 200 euro waarde raap.uitgesloten
cDat is een raap van 200 euro waard.uitgesloten
Het oorzakelijk object kan namelijk nooit samen met het naamwoordelijk deel van het gezegde attributief gebruikt worden, zoals te zien is in 7b-7c en 8b-8c. Bij een maatbepaling zoals in 6a is dat natuurlijk wel mogelijk, zoals getoond in 6b-6c. Opgelet: een zin als 8c is wel mogelijk wanneer dat een andere referent heeft dan de raap, en de spreker bedoelt dat hij of zij de referent van dat wel zou willen ruilen tegen een raap van 200 euro. In dat geval vormt een raap van 200 euro het oorzakelijk object in 8c.
Vormt het oorzakelijk object samen met het naamwoordelijk deel van het gezegde een zinsdeel?
Verdieping
Vormt het oorzakelijk object samen met het naamwoordelijk deel van het gezegde een zinsdeel?
Men zou kunnen stellen dat deze laatste eigenschap een gevolg is van het feit dat het oorzakelijk object een apart zinsdeel op zich is, en niet samen met het naamwoordelijk deel van het gezegde één enkel zinsdeel vormt. Als het effectief om twee afzonderlijke zinsdelen gaat, zou het onmogelijk moeten zijn ze samen op de eerste zinsplaats te plaatsen, zoals gebeurt in (i)-(ii). Ik heb twee authentieke voorbeelden uit het CHN toegevoegd (iii en iv), eventueel ter vervanging van de (geconstrueerde?) voorbeelden i en ii.Hierover bestaat echter onenigheid onder taalkundigen. Sommigen beweren dat zinnen zoals (i)-(ii) wel degelijk aanvaardbaar zijn, en dat het oorzakelijk object dus wel samen met het naamwoordelijk deel van het gezegde een zinsdeel vormt. Anderen zijn het daarmee oneens. Ook over de geldigheid van deze eenzinsdeelproef bestaat overigens ook discussie. Hoe dan ook komen zinnen als (i)-(ii) in het reële taalgebruik zelden tot nooit voor.
Literatuur: Paardekooper (1971: 183–184), Van der Horst (1995: 75–77), Klooster (2001: 148), Van de Velde (2009: 53, 61–63).
iDe discussie beu was Arron.
OpenSonar (aangepast)
iiMijn geld kwijt ben ik.
OpenSonar (aangepast)
iiiHet spoor bijster is de politiek ook allang inzake het spoor zelf.
Corpus Hedendaags Nederlands
ivDe moeite waard is ook de Wandelwebsite van Fred Triep, bioloog en informaticadocent in Alkmaar.
Corpus Hedendaags Nederlands
Geen congruentie en niet-onderwerpsvorm
Er is geen congruentie tussen de persoonsvorm en het oorzakelijk object (9). Bovendien verschijnen voornaamwoorden die dienst doen als oorzakelijk object in de niet-onderwerpsvorm (bijvoorbeeld hem in 10). Dit zijn twee verschillen tussen het oorzakelijk object en het onderwerp.
9aIk ben de oorlog moe.
bIk ben de oorlogen moe.
10Zult u hem de baas kunnen blijven?
Als beide kenmerken geen onderscheid maken tussen het onderwerp en het oorzakelijk object, kan de zin dus dubbelzinnig zijn. In 11 kan bijvoorbeeld zowel dat als je opgevat worden als onderwerp of als oorzakelijk object.
11Het was een vreemd wezen, dat je toen gewaar werd.
OpenSonar (aangepast)  
Nominalisaties
Het oorzakelijk object kan in sommige nominalisaties verschijnen, zoals in 12b: een heerlijk gewaar worden van nieuwe mogelijkheden. Het gaat om nominalisaties van het type 2, met een determinator (een in 12b),
Bijvoorbeeld een lidwoord, zoals in 12b, of een aanwijzend of bezittelijk voornaamwoord.
een infinitiefvorm ((heerlijk gewaar) worden) en een voorzetselconstituent met het voorzetsel van. In die voorzetselconstituent treffen we dan de nominale constituent aan die als oorzakelijk object kan fungeren, vergelijk 12a:
12aHoe eerder je eventuele gevaren en mogelijkheden gewaar was, hoe veiliger je was.oorzakelijk object
Internet, geraadpleegd 16 maart 2023
bWij zouden het gevoel van verlangen willen omschrijven als een heerlijk gewaar worden van nieuwe mogelijkheden.
Dit is een eigenschap die het oorzakelijk object deelt met het onderwerp (13), het direct object (14), voorzetselobjecten met van (15), en een aantal bepalingen die uit een nominale constituent bestaan (16).
13aJe dochter is ziekonderwerp
bFijn dat je veel van de opvang tijdens het ziek zijn van je dochter zelf hebt kunnen doen.
14aIk speelde echte jazz.direct object
bIk verdiende goed met het spelen van echte jazz.
15aHij was onkundig van de Japanse langeafstandstorpedo.voorzetselobject
ANS
bNaast deze onvoldoende luchtsteun werden zijn mogelijkheden tot een goede uitvoering van zijn taak nog door andere factoren bemoeilijkt, zoals het onkundig zijn van de Japanse langeafstandstorpedo.
Internet, geraadpleegd 16 maart 2023
16aVorige week werd ik ziek en moest ik antibiotica slikkenbepaling
bMijn ziek worden van vorige week werd me niet in dank afgenomen door mijn baas
ANS
Dit soort nominalisaties zijn echter niet mogelijk bij het ondervindend object (17) of bij het indirect object (18).
In het geval het indirect object geldt hierop een uitzondering, namelijk bij werkwoorden zoals afnemen of afpakken.
17aHarde, stroeve klanken zijn ons aangenaam.ondervindend object
bHet aangenaam zijn van ons door harde, stroeve klanken verbaasde hen ten zeerste.uitgesloten
18aZijn plannen werden gedwarsboomd door een congres dat hem redelijk vijandig gezind was.indirect object
bHet vijandig gezind zijn van hem door het congres dwarsboomde zijn plannen.uitgesloten
Plaats in de zin
Bij een naamwoordelijk gezegde kan maximaal één oorzakelijk object staan, maar daarnaast kan eventueel nog wel een ondervindend voorwerp (19), een indirect object (20) of een (tijds)bepaling (20) voorkomen:
19 Eén manier om ervoor te zorgen | dat | dergelijke minuscule aankopen de handelaar de moeite waard | zijn |, is een bepaald bedrag op te slaan in een online rekening.ondervindend object + oorzakelijk object
OpenSonar (aangepast)
20We | zijn | die fans deze revanche verschuldigd | |.nominaal indirect object + oorzakelijk object
OpenSonar (aangepast)
21| Mocht | je nou een keer een wachtwoord kwijt | zijn |, dan kun je het hier terugvinden!naamwoordelijke bepaling + oorzakelijk object
Internet, geraadpleegd 16 maart 2023
Een verschil tussen het oorzakelijk object enerzijds en die andere zinsdelen anderzijds heeft te maken met de woordvolgorde. Het oorzakelijk object heeft namelijk een sterkere band met het gezegde dan deze zinsdelen. Volgens het inherentieprincipe staat het dan ook dichter bij de tweede zinspool, zoals te zien in 19-21. Enkel onder invloed van het links-rechtsprincipe of het complexiteitsprincipe of als er een speciale accentuering gebruikt wordt, kan hiervan afgeweken worden.
Soort constituent: nominale constituent of afhankelijke zin
Omdat het oorzakelijk object vrijwel altijd de vorm heeft van een nominale constituent (22a) of een afhankelijke zin (22b), is het vrij eenvoudig te onderscheiden van zinsdelen die de vorm hebben van een voorzetselconstituent, zoals een indirect object met aan of voor of een voorzetselobject.
22Oorzakelijk object
aIk ben dat gemis al gewoon.
bWij zijn gewoon dat de wereld niet rondom ons draait.
23Indirect object
aIk wil het geld aan haar zus geven.
bKan ik iets voor jullie inschenken?
24Voorzetselobject
aKinderen moeten kunnen vertrouwen op hun ouders.
bDe chef-kok klaagde over een te kleine keuken.
Het prepositioneel indirect object (een indirect object met aan of voor) en het voorzetselobject zijn immers steeds een adpositieconstituent of een afhankelijke zin.Dit vind ik nu niet duidelijk, omdat het oorzakelijk object ook een afhankelijke zin kan zijn. Zo eenvoudig lijkt dat dan op het eerste gezicht niet. Ik heb de tekst boven (22)-(24) daarom vooralsnog toegespitst op voorzetselconstituenten, maar er moet dan nog wel wat gezegd worden over de afhankelijke zinnen. Secties 20.4.3 en 20.6.2.2 gaan in op het onderscheid tussen afhankelijke zinnen die fungeren als direct object en afhankelijke zinnen die fungeren als prepositioneel indirect object of voorzetselobject. FL: Net als in 20.3.1 zie ik het beweerde daar niet terug. Als dit klopt: schrappen. Wel goed? In note.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taalportaal
    Taaladvies
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Dirk Pijpops april 2023
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/body.html;
    Interessante links