Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.3.3.3.ii Types lijdendvoorwerpszinnen
Verder lezen
We onderscheiden zeven types.
  1. Als lijdendvoorwerpszin komen vooral bijzinnen met de voegwoorden dat (afhankelijke mededeling) en of (afhankelijke vraag) voor, bijv.:
    1Ceciel zei dat ze een ongeluk had gehad.
    2Ik vroeg me af of hij dit nog lang vol kon houden.
    Voor of-zinnen in balansschikking zie men type [6].
  2. Voorbeelden van beknopte bijzinnen met (om) te + infinitief als lijdendvoorwerpszin zijn:
    3Ik vroeg hem (om) alsnog examen te mogen doen.
    4Toen beval de koning haar zich over te geven.
  3. Ook afhankelijke vragen ingeleid door een vraagwoord kunnen als lijdend voorwerp fungeren, bijv.:
    5Evert heeft me verteld hoe de film is afgelopen.
    6Ze vroegen me wat ik van plan was.
    7Ze belde me op wanneer ze op het vliegveld zou aankomen.
    8Ik wilde weten wie er mee mochten doen.
  4. Bijzinnen met een voegwoord van voorwaarde kunnen ook als lijdend voorwerp dienst doen; men spreekt hier ook wel van conditionele lijdendvoorwerpszinnen. Een voorbeeld is:
    9Ze zouden het betreuren als Dries ontslag nam.
    In deze zin fungeert het als voorlopig lijdend voorwerp.
  5. Lijdendvoorwerpszinnen kunnen ook de vorm hebben van een hoofdzin. Meestal gaat het om zinnen in de directe of de zogenaamde semi-directe rede, bijv.:
    10Hij zei: 'Ik ga met de trein naar Den Haag.'
    11'Ga jij soms ook met de trein?', vroeg hij mij.
    12Hij ging met de trein naar Den Haag, zei hij.
    13Ging ik soms ook met de trein, vroeg hij mij.
    Afgezien hiervan kunnen lijdendvoorwerpszinnen met voor-pv zonder voegwoord ook voorkomen als het gezegde van de hoofdzin geen werkwoord met een communicatief betekenismoment bevat (zie iii hieronder). De mogelijkheden om zinnen van dit subtype te gebruiken zijn in de verschillende delen van het taalgebied niet hetzelfde. Voorbeelden zijn:
    14aJullie gaan volgende week verhuizen, hoorde ik.
    bIk hoorde, jullie gaan volgende week verhuizen.
    15aHet zou haar vast en zeker lukken, voelde ze.
    bZe voelde, het zou haar vast en zeker lukken.
    16aIk moest opstappen, begreep ik.
    bIk begreep, ik moest opstappen.
    Zowel voor de zinnen in de semi-directe rede als voor dit subtype geldt: lijdendvoorwerpszinnen met voor-pv zonder voegwoord hebben een duidelijke voorkeur voor plaatsing vóór de rompzin, of anders gezegd: op de eerste zinsplaats van de samengestelde zin. Voorzover de (b) -zinnen voorkomen, is dat vooral in gesproken taal.
  6. Ook of-zinnen in balansschikking kunnen als lijdend voorwerp gebruikt worden. Ze staan altijd op de laatste zinsplaats. Een voorbeeld is:
    17Ik wist niet beter of het boek was al lang verschenen.
  7. Een betrekkelijke bijzin met ingesloten antecedent als lijdend voorwerp is bijv.:
    18Hij waardeert niet voldoende wat er voor hem gedaan is.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links