Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.6.3.2 Een voornaamwoordelijk bijwoord
Verder lezen
1
Een voorzetselconstituent die bestaat uit een voorzetsel gevolgd door een voornaamwoord kan soms vervangen worden door een voornaamwoordelijk bijwoord; in het geval van het persoonlijk voornaamwoord het is het gebruik van het voornaamwoordelijk bijwoord met er- verplicht. Voorbeelden zijn:
1Ik hoop erop, maar ik reken er niet op.
2Waar begin je aan?
3Ze zijn tegenwoordig ook nergens mee tevreden.
Zie voor het gebruik van voornaamwoordelijke bijwoorden verder [8.7.3].
2
Het voornaamwoordelijk bijwoord met niet-verwijzend gebruik (zie(8.7.1.3, sectie 4)), dat voorkomt in vaste uitdrukkingen, is als zinsdeel te beschouwen als een loos voorzetselvoorwerp. Evenals het loos onderwerp en het loos lijdend voorwerp het heeft het immers geen betekenis en geen verwijzende functie. Voorbeelden:
4Nu ben je erbij.
5We trokken erop uit.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links