Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.7.1 Inleiding
Verder lezen
1
Het oorzakelijk voorwerp is een zinsdeel dat bij een beperkt aantal naamwoordelijke gezegdes verplicht aanwezig is en de zelfstandigheid aanduidt waarop de door het gezegde uitgedrukte werking betrekking heeft. Een voorbeeld is al hun geld in:
1Ze waren al gauw al hun geld kwijt.
Het oorzakelijk voorwerp onderscheidt zich van het lijdend voorwerp doordat het voorkomt bij naamwoordelijke gezegdes; van het indirect object en het voorzetselvoorwerp doordat het nooit door een voorzetsel wordt ingeleid; van het ondervindend voorwerp doordat het het betekenismoment 'ondervinden' mist.
2
In een enkelvoudige zin komt altijd maar één oorzakelijk voorwerp voor. Het wordt meestal niet gecombineerd met andere voorwerpen; een enkele keer treedt naast het oorzakelijke voorwerp ook nog een indirect object of een ondervindend voorwerp op. Voorbeelden:
2Ilona is mij ƒ 1000, - schuldig. (indirect object + oorzakelijk voorwerp)
3Dat is hem heel wat waard. (ondervindend voorwerp + oorzakelijk voorwerp)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links