Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.7.3 Taalelementen die als oorzakelijk voorwerp dienst kunnen doen
Verder lezen
1
De in aanmerking komende taalelementen zijn vrijwel alleen naamwoordelijke constituenten (met een substantief of een voornaamwoord als kern), alsmede bijzinnen (oorzakelijkvoorwerpszinnen; er komen dat -zinnen en beknopte bijzinnen voor). Voorbeelden zijn:
1Dat schilderij is veel geld waard.
2Dat gezeur ben ik al lang moe.
3De bibliotheek is tienduizenden boeken rijk.
4Van die plotselinge uitvallen was ze niet gewend.
5Hij was zichzelf niet langer meester.
6Ze waren elkaar al gauw kwijt.
7Hij was het zat.
8Zoiets zijn wij hier niet gewend.
9Ik ben het beu dat Jan altijd maar dwars moet liggen.
10Hij wordt het zat (om) altijd maar de saaie werkjes op te moeten knappen.
In de laatste twee voorbeelden, waarin oorzakelijkvoorwerpszinnen voorkomen, is het voorlopig oorzakelijk voorwerp. Dit is verplicht aanwezig als de bijzin na de rompzin komt, wat meestal het geval is.
Een enkele keer is het oorzakelijk voorwerp een ander element dan een naamwoordelijke constituent of bijzin; in het volgende voorbeeld fungeert een infinitiefconstructie als oorzakelijk voorwerp:
11Politieagent spelen ben ik langzamerhand beu.
2
Niet alle genoemde elementen kunnen oorzakelijk voorwerp zijn bij al de in [20.7.2] genoemde gezegdes. Zo is bij van plan zijn alleen een voornaamwoordelijke constituent of een beknopte bijzin mogelijk. Vergelijk (de oorzakelijke voorwerpen zijn gecursiveerd):
12Hij is iets/iets bijzonders van plan.
13Hij is van plan met een nieuw project te beginnen.
14Hij is een nieuw project van plan.uitgesloten
De combinaties bijster raken/zijn en niet zeker zijn hebben het karakter van vaste uitdrukkingen; ze zijn uitsluitend te combineren met de substantieven spoor respectievelijk leven, of met naamwoordelijke constituenten waarvan deze woorden de kern zijn. Voorbeelden:
15Na een uur waren ze het spoor bijster.
16In het spitsuur ben je je leven niet zeker.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links