Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
20.6.4 Een overzicht van gezegden met een voorzetselobject
Hieronder volgt een overzicht van gezegden die voorkomen met een voorzetselobject, gerangschikt per voorzetsel. Het overzicht is niet uitputtend, maar dienen ter illustratie. Voorzetselobjecten die niet behoren tot de standaardtaal, zoals achter Renzo in (1) of richting uw mogelijkheden in (2), zijn niet vermeld. Zowel werkwoordelijke als naamwoordelijke gezegden zijn opgenomen. Gezegden waarbij dezelfde participant ook als direct object uitgedrukt kan worden, zoals zoeken (naar), worden gevolgd door dubbele haakjes (). Als een gezegde een voorzetselobject met verschillende voorzetsels bij zich kan hebben, zoals denken om/aan/over, dan staat het bij elk van de voorzetsels vermeld. Zinsdelen die niet tot het gezegde behoren, maar voor de duidelijkheid erbij vermeld worden, staan tussen haakjes, zoals (niets/iets/veel/weinig/…) bij afdoen aan.
1Ik zocht achter Renzo maar ik zag hem niet. in BN: -ST Deze vorm komt (af en toe) voor in standaardtalige contexten in het Belgisch-Nederlands maar maakt geen deel uit van de standaardtaal.
Internet, geraadpleegd 12 maart 2023
2Informeer richting uw mogelijkheden. formeel: -ST Deze combinatie van informeren met het voorzetsel richting komt soms voor in het formele, met name ambtelijke taalgebruik, maar maakt geen deel uit van het algemeen taalgebruik.
Internet, geraadpleegd 12 maart 2023 
Bij bijna-synonieme gezegden is binnen één voorzetsel slechts één gezegde opgenomen. Zo staat neerkijken op bijvoorbeeld wel in het overzicht, maar neerzien op niet. Naast beginnen met zijn ook starten met, aanvatten met, aanvangen met, een begin maken met, enzovoort mogelijk, al staan ze niet in het overzicht. Ook verdiept zijn in ontbreekt, omdat zich verdiepen in er wel staat. Hetzelfde geldt voor vormelijk nauw verwante gezegden: baat vinden bij en gebaat zijn bij worden niet vermeld, omdat baat hebben bij er al in staat.
Verder lezen
aan aandacht besteden, aandeel hebben, afbreuk doen, (niets/iets/veel/weinig/...) afdoen, beginnen, behoefte hebben, belang hechten, blootstaan, bouwen (), een broertje dood hebben, zich bezondigen, deelnemen, denken, zich ergeren, gaan, gebrek hebben, geen boodschap hebben, gehecht zijn, gehoorzamen (), (iets/veel/weinig/...) gelegen zijn, geloven (), zich geven, gewoon zijn, grenzen, haperen, (iets/veel/weinig/...) hebben, (zich) hechten, een hekel hebben, herinneren, zich houden, inboeten (), knutselen (), lak hebben, liggen, lijden, mank gaan, onderhevig zijn, onderwerpen, ontbreken, ontgroeien, ontkomen, ontlenen, zich onttrekken, zich overgeven, de pest hebben, plezier beleven, prijsgeven, raken, refereren, ruiken (), schaven (), schrijven (), schuldig zijn, sjauwen (), zich storen, tegemoetkomen, zich tegoed doen, tenonder gaan, tillen (), timmeren (), toe zijn, toegeven, toekomen, toeschrijven, tornen, trekken (), trouw zijn, twijfelen, vasthouden (), verbinden, zich vergapen, verknocht zijn, zich verslingeren, zich wagen, verwant zijn, verzaken (), voldoen, voorbijgaan, de voorkeur geven, vreemd zijn, wanhopen, weerstaan (), wennen, werken, zich wijden, wijten
achter (erachter) komen (dat), zich scharen
bij zich aansluiten, baat/belang hebben, betrekken, blijven, het houden/laten, horen, zich neerleggen, passen, stilstaan, (iets/veel/weinig/…) vergeleken zijn, volharden, zweren
door vervangen
in aandeel hebben, bedreven zijn, behagen scheppen, belang stellen, berusten, betrekken, bezwaar vinden, delen, doorkneed zijn, een eer stellen, erg hebben, geïnteresseerd zijn, gelijk hebben, geloven, genoegen, scheppen, groeien, kwaad zien, zich misrekenen, opgaan, de pest hebben, plezier hebben, zich schikken, slagen, stijven, teleurgesteld zijn, toestemmen, zich verdiepen, zich vergissen, zich verheugen, zich verkneukelen, vertrouwen, volharden, voorzien, (iets/veel/weinig/...) zien, zin hebben
met afrekenen, zich amuseren, begaafd zijn, begaan zijn, beginnen, behept zijn, bekend zijn, bekronen, belasten, belonen, zich bemoeien, bevriend zijn, zich bezighouden, bezig zijn, blij zijn, breken, confronteren, de draak steken, dwepen, eindigen, niet gediend zijn, gelijkstaan, gelukwensen, gebaat zijn, gemeen hebben, genoegen nemen, gooien (), in aanraking brengen, kampen met, komen, ingenomen zijn, zich inlaten, in verband staan, in zijn maag zitten, in zijn schik zijn, kampen, kennismaken, klaar zijn, korte metten maken, lachen, een loopje nemen, medelijden hebben, meegaan, morsen (), zich onledig houden, (niets/niet veel/weinig/...) ophebben, ophouden, opschepen, overeenstemmen, overladen, overweg kunnen, prijken, raad weten, rekening houden, samenhangen, schermen, sjouwen (), sollen, spotten, strijden, sympathiseren, te maken hebben, tevreden zijn, tobben, trouwen, uitpakken, van plan zijn, vechten, verband houden, verbinden, vergelijken, zich vergenoegen, verlegen zijn, vertrouwd zijn, verwant zijn, (zich) verzoenen, voldaan zijn, volstaan, (iets/het goed) voorhebben, voortgaan, vrede hebben, vrijen, wedijveren, worstelen, zijn voordeel doen, (ermee) zitten (dat)
naar aarden, begerig zijn, bellen (), benieuwd zijn, gissen, grijpen (), haken, happen (), informeren, jagen (), kijken, luisteren, nieuwsgierig zijn, opkijken, (geen) oren hebben, peilen (), raden, refereren, ruiken, zich schikken, smachten, smaken, streven, (niet) talen, uitgaan, uitkijken, verlangen (), verwijzen, vissen (), vragen, zoeken (), zwemen
om bekendstaan, zich bekommeren, benijden, bidden, blij zijn, boos zijn, denken, te doen zijn, geven, huilen, lachen, malen, moeite doen, rouwen, smeken, te springen staan, verlegen zijn, vragen (), wedden
onder bezwijken, gebukt gaan, lijden, zuchten
op aandringen, (iemand) aankijken, (iemand) aanspreken, aansturen, zich abonneren, acht geven, afdingen, afgaan, afgeven, afknappen, afstemmen, antwoorden, attent maken, azen, baseren, bedacht zijn, het niet begrepen hebben, belust zijn, zich beraden, berekend zijn, zich beroemen, zich beroepen, besparen, betrappen, betrekking hebben, zich bezinnen, zich blind staren, bogen, boos zijn, zich concentreren, doelen, drinken, gebeten zijn, gebrand zijn, gek zijn, gesteld zijn, gronden, happig zijn, het gemunt hebben, het houden, hopen, ingaan, ingesteld zijn, inspelen, intekenen, invloed uitoefenen, jagen (), jaloers zijn, kankeren, letten, lijken, mikken, de nadruk leggen, naijverig zijn, neerkijken, neerkomen, het oog hebben, passen, pochen, prat zijn/gaan, (zich) richten, schelden, slaan, snoeven, zich spitsen, staan, staat (kunnen) maken, steunen, stoffen, studeren, stuiten, stuklopen, terugkomen, zich toeleggen, toezien, trots zijn, tuk zijn, uitdraaien, uitlopen, uit zijn, geen vat hebben, verdacht zijn, verhalen, zich verheugen, zich verkijken, zich (kunnen) verlaten, verliefd zijn, vertrouwen (), verzot zijn, vissen (), vitten, vlassen, vloeken, (zich) voorbereiden, zich voor laten staan, vooruitlopen, wachten, wijzen, wreken, (op geen euro) zien, zinnen, zinspelen
over beslissen, berichten, zich bezinnen, boos zijn, denken, zich erbarmen, zich ergeren, het hebben, heersen, het eens zijn, inzitten, klagen, lachen, macht hebben, meester zijn, ongeduldig zijn, zich ontfermen, oordelen, opgeven, opscheppen, overleggen, regeren (), zich schamen, schrijven, spijt hebben, spreken, tevreden zijn, treuren, twijfelen, twisten, zich uitlaten, uitweiden, vallen, zich verbazen, zich verheugen, voldaan zijn, waken, zegevieren, zich zorgen maken, zwijgen
tegen aanhikken, (raar/vreemd) aankijken, zich afzetten, beschermen, bestand zijn, beveiligen, bezwaar hebben, brutaal zijn, gekant zijn, (iets) hebben, immuun zijn, inbrengen, zich indekken, zich keren, (ertegen) kunnen, opboksen, opgewassen zijn, opkomen, optornen, opwegen, opzien, pleiten, protesteren, ruilen, zich schrapzetten, strijden, uitvaren, van leer trekken, verdedigen, zich verzetten, waarschuwen, zich wapenen, wisselen, worstelen, wrokken, (ertegen) zijn (dat), zondigen
tot aansporen, behoren, zich beperken, bereid zijn, besluiten, bestemmen, bijdragen, het brengen, dienen, dwingen, gedoemd zijn, zich genoodzaakt/geroepen voelen, geschikt zijn, horen, in staat zijn, leiden, zich lenen, neigen, nopen, overgaan, overhalen, strekken, uitnodigen, zich verhouden, zich verlagen, verleiden, veroordelen, zich verplichten
tussen kiezen
uit afleiden, bestaan, citeren (), groeien, munt slaan, ontstaan, profijt halen, redden, vervaardigen, volgen, (niet/geen) wijs raken
van zich (niets/veel/weinig) aantrekken, abstraheren, afbrengen, afhangen, afhelpen, afhouden, zich afkeren, afstand doen, afstappen, afzien, balen, bang zijn, zich bedienen, beroven, beschuldigen, bevallen, bevrijden, zich bewust zijn (), blijk geven, doordringen, dromen, eten, gebruikmaken, niet gediend zijn, geen geheim maken, genieten, genoeg hebben, getuigen, gewagen, een gewoonte maken, gruwen, geen hoge pet ophebben, horen, houden, een idee hebben, in het bezit zijn, kennisnemen, het krijgen, krioelen, zich kwijten, leven, los zijn, lucht krijgen, meester zijn, melding maken, misbruik maken, moe zijn, nota nemen, onder de indruk zijn, onkundig zijn, ontbloot zijn, (zich) ontdoen, ontheffen, zich onthouden, ontslaan, ontvangen, op de hoogte zijn, (hoog) opgeven, opkijken, overtuigen, partij trekken, plezier hebben, profiteren, redden, reinigen, (zich) rekenschap geven, schande spreken, scheiden, schrikken, spreken, te kijken staan, niet terughebben, terughouden, terugkomen, uitgaan, verdenken, zich vergewissen, verschillen, verschoond blijven, verstand hebben, versteld staan, verstoken zijn, vertellen, vervaardigen, vervreemd zijn, vervuld zijn, verwijderd zijn, verwittigen, (zich) verzekeren, vol zijn, voorzien, vrij zijn, vrijspreken, walgen, wars zijn, weerhouden, (iets/veel) weg hebben, weg zijn, werk maken, weten, zeker zijn, zuiveren
voor aanbevelen, aandacht hebben, aansprakelijk zijn, aanzien, bang zijn, bedanken, beducht zijn, begrip opbrengen, behoeden, berekend zijn, bestemd zijn, bewaren, bezwijken, boeten, borg staan, buigen, danken, dienen, geporteerd zijn, geschikt zijn, zich hoeden, ijveren, immuun zijn, in aanmerking komen, in de bres springen, instaan, zich interesseren, zich inzetten, kiezen, klaar zijn, zich lenen, moeite doen, zijn neus ophalen, onderdoen, oog hebben, opdraaien, openstaan, opkomen, oppassen, (iets) overhebben, pleiten, zich schamen, terugdeinzen, te vinden zijn, uitkijken, uitkomen, zich uitsloven, vatbaar zijn, verantwoordelijk zijn, zich verbergen, zich verontschuldigen, vluchten, (iets/veel/weinig/...) voelen, voordragen, vrezen, waarschuwen, zich wachten, waken, winnen, zijn hand niet omdraaien, zorgen, een zwak hebben, zwichten
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taalportaal
    Taaladvies
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Dirk Pijpops april 2023
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/body.html;
    Interessante links