Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
20.3.3 Types werkwoorden met een direct object
Deze sectie stelt twee manieren voor waarop we werkwoorden kunnen indelen naarmate ze voorkomen met een direct object:
  • werkwoorden met en zonder een direct object
  • werkwoorden met verschillende betekenisrelaties met het direct object
Beide types werkwoorden bespreken we hieronder.
Verder lezen
Werkwoorden met en zonder een direct object
Ten eerste kan men een onderscheid maken tussen transitieve (overgankelijke) en intransitieve (onovergankelijke) werkwoorden. Daarnaast onderscheiden we ook pseudotransitieve (pseudo-overgankelijke) werkwoorden.
1We hebben samen een tekening gemaakt voor opa, want die is vandaag jarig.transitief
2We zaten met zeven leerlingen in een heel klein maar gezellig klasje.intransitief
3Ze eten hun boterham in het restaurant op de vijftiende verdieping.pseudotransitief
Het is vaak moeilijk een scherp onderscheid te maken tussen deze drie categorieën, vooral tussen de pseudotransitieve en de intransitieve werkwoorden.
Bij transitieve werkwoorden, zoals verslinden in (4a), kan het direct object normaal niet wegblijven (4b):
4aEen professionele werking verslindt veel geld.
bEen professionele werking verslindt.uitgesloten
Pseudotransitieve werkwoorden zijn werkwoorden die vaak met een direct object voorkomen, maar ook vaak zonder, zoals schrijven. In (5a) komt dit werkwoord met een direct object voor, in (5b) zonder:
5aHij schrijft een laatste brief.
bHij schrijft gewoon.
Intransitieve werkwoorden zijn tot slot werkwoorden die normaliter zonder direct object voorkomen, zoals sterven, sneeuwen, en bezwijken in (6)-(8). Er zijn weliswaar enkele intransitieve werkwoorden die in uitzonderlijke gevallen wel met een direct object voorkomen, maar in zo’n geval is het aantal mogelijke direct objecten strikt beperkt, zoals een heldendood bij sterven (9), krokodillentranen bij huilen (10), grote vlokken bij sneeuwen (11), een marathon bij lopen (12), of de tango bij dansen (12).
6Dat kind sterft in haar armen.
7Zodra het sneeuwt, slaan we toe.
8De politie bezwijkt onder het werk.
9Richard stierf een heldendood.
10De verantwoordelijken huilen krokodillentranen.
11Het is eerste kerstdag en het sneeuwt grote vlokken.
12De 27-jarige Rijkelnaar loopt wekelijks een marathon.
13Het bejaarde koppel danst de tango.
Het gebruik van het prefix be- laat vaak toe van een intransitief werkwoord een transitief werkwoord te maken, zoals geïllustreerd in (14)-(15).
14aU woont hier in een niet onaardig optrekje.
bU bewoont hier een niet onaardig optrekje.
15aZe klimt op het krukje.
bZe beklimt het krukje.
Er zijn ook een aantal werkwoorden die zowel transitief als intransitief gebruikt kunnen worden met een betekenisverschil. In dat geval komt het direct object bij het transitieve gebruik overeen met het onderwerp bij het intransitieve gebruik, wat de betekenis betreft. Dat is bijvoorbeeld het geval bij breken. Bij een transitief gebruik van het werkwoord is het direct object hetgene dat stukgaat, bijvoorbeeld een rib in (16a), terwijl bij intransitief gebruik het onderwerp stukgaat, bijvoorbeeld de rib in (16b). Deze werkwoorden worden labiele werkwoorden genoemd, of soms ook wel ergatieve werkwoorden.
16aZe breekt een rib.een rib = direct object
bMaar toen ze me voor de opnames een korset aandeden, brak de rib opnieuw.de rib = onderwerp
Dat betekent dat in een zin zoals (17) op twee manieren geanalyseerd kan worden. Enerzijds kan de naamwoordelijke constituent een rib de functie van onderwerp vervullen bij het intransitieve breken. Anderzijds kan hij ook geanalyseerd worden als direct object bij het transitieve breken. In dat geval zou de eerste ik de functie van onderwerp vervullen, in een nevengeschikte constructie met samentrekking . Dit leidt in de praktijk echter niet tot een flagrant betekenisverschil: in beide gevallen is het de rib die stukgaat.
17Toen ik twee weken geleden op training zwaar ten val kwam en een rib brak, zag ik het niet meer zitten.
Werkwoorden met verschillende betekenisrelaties met het direct object
We kunnen werkwoorden die voorkomen met een direct object ook indelen volgens hun betekenisrelatie met het direct object. Als het direct object een naamwoordelijke constituent is, kunnen we de volgende drie categorieën onderscheiden:
  • Werkwoorden die alleen uitdrukken dat er een bepaalde relatie gelegd wordt tussen de referenten van het onderwerp en direct object, zoals ontmoeten, aantreffen, vinden, zien, horen en voelen.
  • Werkwoorden die een werking uitdrukken die door de referent van het direct object wordt ondergaan, zoals meenemen, slaan, herstellen, schilderen, snoeien of noemen.
  • Werkwoorden die een handeling uitdrukken waarvan de referent van het direct object het resultaat is, zoals weven, componeren, bouwen, spelen of zingen.
Wanneer het direct object een afhankelijke zin is, kunnen we de volgende zes categorieën onderscheiden.
  • Werkwoorden die een vorm van communicatie uitdrukken, zoals mededelen, vertellen, vragen, beloven en gebieden.
  • Werkwoorden die een vorm van weten of vermoeden uitdrukken, zoals begrijpen, bedenken, zich realiseren en denken.
  • Werkwoorden die een vorm van waardering uitdrukken, zoals betreuren, appreciëren, vinden en achten.
  • Werkwoorden die een vorm van willen of verlangen uitdrukken, zoals wensen, hopen en willen.
  • Werkwoorden die een vorm van waarneming uitdrukken, zoals ontdekken, zien, horen, ruiken, voelen en proeven.
  • Werkwoorden die een oorzaak-gevolgrelatie uitdrukken, zoals veroorzaken, bewerken en maken.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taalportaal
    Taaladvies
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Dirk Pijpops april 2023
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/body.html;
    Interessante links