Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.4.3.4 Werkwoordsstam + adjectief
Verder lezen
Naar de betekenis kunnen samenstellingen volgens het procédé 'werkwoordsstam + adjectief' in drie types onderscheiden worden.
  1. Een eerste type vormen die adjectieven waarvan de betekenis te omschrijven is door middel van een bijzin van graadaanduidend gevolg. In die omschrijving fungeert, naargelang van de context, de door het adjectief bepaalde zelfstandigheid of een ander element als onderwerp van de bijzin, respectievelijk bijv. fonkelnieuw in een fonkelnieuw horloge ' het horloge is zo nieuw dat het (= het horloge) fonkelt' en smoorheet in een smoorhete dag ' de dag is zo heet dat men (bijna) smoort (= stikt)'. Voorbeelden van dit type zijn verder: druipnat, kakelbont, kotsmisselijk, kraakhelder, piepjong , springlevend, spuuglelijk, stikheet.
    Soms is de oorspronkelijke betekenis van de werkwoordsstam verbleekt of geheel afwezig, zodat het eerste lid van de samenstelling een louter versterkende waarde heeft. Op grond hiervan rekenen sommige grammatici ze wel tot de voorvoegsels. Voorbeelden van dergelijke, vooral in informele taal heel gebruikelijke, adjectieven zijn: knalgroen, knalrood, kotsbeu, kotsmoe, pisnijdig, smoorverliefd, spotgoedkoop, spuugzat (alleen predicatief, in: het/iets spuugzat zijn), stikbeduusd, stikdonker.
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Een aantal van zulke versterkende elementen kunnen in informele taal ook zelf als predicatief gebruikt adjectief voorkomen (vaak vergezeld van een graadaanduidende of kwantificerende bepaling), bijv. in:
    iJeetje, wat was ik nat, echt helemaal drijf/klets. (namelijk drijfnat/kletsnat)informeel
    iiHij was volkomen knetter. (i.e. knettergek)informeel
    iiiJe was toen nog zo piep. (i.e. piepjong of piepklein)informeel
    ivZe was smoor. (i.e. smoorverliefd)informeel
    v't Was er overal snik. (i. e. snikheet)informeel
    Bij de samenstellingen van dit eerste type ligt het accent op het eerste lid.
  2. Het tweede type omvat adjectieven met -gierig, -graag of -ziek als tweede lid, waarvan de betekenis te omschrijven is als '(een sterke/ziekelijke) neiging vertonend tot wat het werkwoord uitdrukt'. Voorbeelden zijn leergierig, roofgierig, twistgierig; koopgraag, praatgraag, snoepgraag, vechtgraag; babbelziek, bemoeiziek, plaagziek, spilziek, spotziek, twistziek. De samenstellingen met ziek hebben een sterke negatieve connotatie. Voor naar de betekenis met dit type verwante vormingen op -lustig (bouwlustig, kooplustig, enz.) en -zuchtig (hebzuchtig, heerszuchtig, schraapzuchtig, enz.) zie(12.4.2.3.1.b, groep 2).
  3. Het derde type vormen samenstellingen met vrij als tweede lid (vergelijk(12.4.3.2, sectie 3)), zoals strijkvrij 'vrij van strijken' en kreukvrij, krimpvrij, roestvrij, slipvrij 'bestand/beveiligd tegen (kreuken, enz.)'.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links