Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.4.2.3.3.b Met de naam van een dag, maand, seizoen of windstreek als grondwoord
Verder lezen
Door middel van het achtervoegsel -s worden adjectieven afgeleid van de namen van dagen, alsmede van de substantieven maart, april, winter en zomer. Bij de afleidingen van de namen van de windstreken noorden, oosten, westen en zuiden treedt een vormverandering op in het grondwoord: noords, oosters, westers, zuiders. Deze vier adjectieven worden vooral in staatkundige en culturele zin gebruikt (het westerse bondgenootschap, oosterse talen, enz.) in tegenstelling tot hun pendanten op -elijk (westelijk, oostelijk enz.), die in meer letterlijke zin worden gebruikt (bijv. een westelijke wind, het oostelijke halfrond). Het adjectief zuiders is alleen in regionaal taalgebruik algemeen (in Belgisch Nederlands).
De hier genoemde adjectieven zijn (met uitzondering van winters en zomers) alleen attributief te gebruiken, bijv. het zaterdags bijvoegsel (van een krant), m'n zondagse pak, maartse buien, aprilse grillen, de noordse landen (= Scandinavië) en een zuiders type. Naast bijv. de winterse kou, een zomerse temperatuur is ook predicatief gebruik mogelijk bij winters en zomers, bijv.:
1Het weer is vandaag gewoon zomers!
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links