Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.3.1.3.i Inleiding
Verder lezen
Substantivische afleidingen met een voorvoegsel worden met uitzondering van het type gehuil, waarin het grondwoord een werkwoord is, allemaal gevormd van andere substantieven. De voorvoegsels kunnen onderscheiden worden in inheemse en uitheemse, wat soms beperkingen in hun gebruik met zich meebrengt. Inheemse voorvoegsels als aarts-, mis- en on- komen voornamelijk voor woorden van inheemse oorsprong voor, uitheemse als contra-, pre- en andere voornamelijk voor uitheemse woorden, maar een aantal uitheemse, zoals ex-, extra- en super-, is duidelijk op weg naar een inheemse status, dat wil zeggen dat ze ook voor inheemse woorden gebruikelijk worden, bijv.
ex-man extra-voordeel superzaak
.
Niet altijd is uit te maken of we van een afleiding moeten spreken, dan wel van een samenstelling. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de elementen niet- en non- (zie 12.3.1.3.ii.1), die respectievelijk een inheems en een uitheems bijwoord zijn.
De grammatische eigenschappen (zoals genus en meervoudsvorm) van de afleidingen worden bepaald door het substantivische grondwoord.
Bij de bespreking van de verschillende afleidingsmogelijkheden is een indeling gevolgd naar de betekenis.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links