Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.2.2.2.ii.15 neer- (neder-)
Verder lezen
Het bijwoord neer geeft in scheidbare werkwoorden een neerwaartse richting aan (gewoonlijk minder sterk dan 'naar beneden', dat meer een ruimtelijke verandering aanduidt). De nevenvorm neder komt uitsluitend voor in formeel of archaïsch taalgebruik. Het procédé is productief wanneer het werkwoordelijke lid van de samenkoppeling een manier van (zich) voortbewegen of verplaatsen noemt of wanneer dat werkwoord een werking aanduidt die tot doel heeft iets of iemand te laten neerkomen (causatief). In het laatste geval kan de betekenis veelal omschreven worden met 'door de werking op de grond doen neerkomen'. Voorbeelden zijn respectievelijk:
neerdalen, neerploffen, neerstrijken, neervallen; neerduwen, neerknuppelen, neerleggen, neerslaan, neersmijten, neersteken, neerstampen, neerzetten.
Voorbeelden van samenkoppelingen met als tweede lid een werkwoord dat een andere dan de hierboven vermelde betekenis heeft, zijn: neerlaten, neerliggen, neerschrijven, neertellen, neerzien, neerzitten.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links